Roland Duchâtelet

Ik wil graag applaudisseren voor een rake analyse of een origineel idee, maar in zijn oordeel over leerkrachten maakt Roland Duchâtelet ('De mensen verdienen te weinig in dit land', Knack nr. 35) een denkfout waarvoor een intellectueel zich dient te schamen: omdat hij in pakweg 1970 lesgeven een makkie vond, moet dat beroep in 2018 ook een fluitje van een cent zijn. Toch maakt hij zelf gewag van 'compleet irrelevante en nutteloze dingen doen', waarmee hij de vinger op de wonde legt. Want precies de administratitis heeft het beroep bepaald niet aantrekkelijker gemaakt. En Duchâtelet mag dan een soixante-huitard zijn, in de middelbare scholen zal de jeugd in die tijd wel een eind minder mondig geweest zijn dan anno 2018.
...

Ik wil graag applaudisseren voor een rake analyse of een origineel idee, maar in zijn oordeel over leerkrachten maakt Roland Duchâtelet ('De mensen verdienen te weinig in dit land', Knack nr. 35) een denkfout waarvoor een intellectueel zich dient te schamen: omdat hij in pakweg 1970 lesgeven een makkie vond, moet dat beroep in 2018 ook een fluitje van een cent zijn. Toch maakt hij zelf gewag van 'compleet irrelevante en nutteloze dingen doen', waarmee hij de vinger op de wonde legt. Want precies de administratitis heeft het beroep bepaald niet aantrekkelijker gemaakt. En Duchâtelet mag dan een soixante-huitard zijn, in de middelbare scholen zal de jeugd in die tijd wel een eind minder mondig geweest zijn dan anno 2018. Andere voorbeelden van Duchâtelets kromme en soms wat opportunistische redenering zijn het onderscheid tussen productieve en gesubsidieerde jobs en het idee dat onderwijs zeker niet productief is. Wanneer Duchâtelet chips produceert voor een Tesla, die tot 2020 voor 120 procent gesubsidieerd wordt, is hij niet (alleen) productief, maar wordt hij ook gesubsidieerd. En ten slotte: dat derdewereldlanden vaak niet productief zijn, heeft zeker ook met onderwijs te maken. Duchâtelet zou de mensen die in België de intellectuele basis gelegd hebben voor zijn succes best wat dankbaarder mogen zijn. Tom Hellemans, Zonhoven Het portret van Tom Lanoye (Knack nr. 35) trok mijn aandacht wegens de naam Mia Doornaert. Ik wil dan ook iets kwijt over haar kandidatuur bij het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Dat er sprake van een politieke benoeming zou zijn, daar is niets mis mee: de politiek heeft als doelstelling de samenleving democratisch in te richten en te besturen. Het zou zeker niet democratisch zijn om het bestuur en de subsidies van het VFL te laten bepalen door enkele (niet democratisch verkozen) auteurs, en er een Fonds van Vlaamse Navelstarende Auteurs van te maken. Het tweede bezwaar van geïnterviewde is 'professioneel': mevrouw Doornaert zou niets weten van Vlaamse literatuur, omdat ze Parijs beter kent. Maar Amsterdam ligt óók niet in Vlaanderen. Bovendien gaat het niet om het Fonds voor de Vlaamse Letteren maar om het Vlaams Fonds voor de Letteren. Het VFL heeft veel bredere doelstellingen, zoals vertalingen. Mevrouw Doornaert getuigt van een brede kijk op maatschappij, cultuur en literatuur, fictie en non-fictie, in zeer ruime zin, Vlaams en internationaal, en ze krijgt erkenning voor haar verdiensten in de maatschappij. Ze heeft ook een breed netwerk, noodzakelijk om als voorzitter te kunnen functioneren binnen de doelstellingen van het VFL. Lanoyes derde bezwaar is 'persoonlijk', dus komen we bij het urinoir (wat ook kunst kan zijn - zie Marcel Duchamp) van dit interview: labels als 'racisme' en 'islamofobie' verhinderen elke open discussie en maken de opponent monddood. Die werkwijze laat aannemen dat geïnterviewde geen goed ontwikkelde universele visie kan hebben op de mens als psychologisch wezen en op de maatschappij, gezien hij niet openstaat voor de complexiteit van verschillende meningen en drijfveren. Gerrie Cools Wat is er geworden van de jonge, authentieke Tom Lanoye die ik zag op een van zijn eerste 'optredens' in de aula van de toenmalige Universitaire Instelling Antwerpen? Iedere dag dat hij nog in 't land is provoceert hij, om te bewijzen dat hij nog bestaat. Het is deerniswekkend, hoe voormalige jeunes premiers, aanbeden door gelijkgezinden in de media, het zot in de kop krijgen na een verkiezing of viering, na een 'huldeboek', na loftuitingen van gelijkgezinden, na een triomftocht in een praalwagen. Caesar achterna. Je zou van minder. Jan Lefevere Onder een blauwe hemel, rechtstaand in een blauwe limousine, getooid met een blauw hoedje en gevolgd door een blauwe politiemacht vierde onze Vlaamse letterengod, in de schaduw van de Boerentoren, zijn zestigste verjaardag. Alleen de ticker-tape parade ontbrak. Nee, het is niet Mia Doornaert die ons door de strot wordt geramd. Wim Menheer, Jodoigne Het klopt dat in België de arbeid iets beter beschermd wordt dan in de ons omringende landen. Dat de vakbonden hier redelijk sterk staan, heeft daar zeker mee te maken. Maar het relaas van Herman Loos een 'fatalistische visie' noemen (Knack nr. 35) is de bal misslaan. Fons Leroy (VDAB) vergeet erbij te zeggen dat ons beschermende arbeidsmodel voortdurend onder druk staat. Bepaalde politieke partijen schreeuwen moord en brand en willen het afschaffen - denk maar aan de heisa rond onbetaalbare dienstencheques. En het is ook beslist niet alleen Oost-Europa dat ons model onder druk zet. Al die 'klotejobs' die in Nederland, Frankrijk en Duitsland wél bestaan, maken dat bedrijven net over de grens onze bedrijven in bepaalde sectoren doodconcurreren. Denk maar aan Nederlandse pakjesdiensten en Duitse slagerijen. Hoelang zullen we die druk nog kunnen weerstaan? Bert Herregods, Gent Ik ben het volledig eens met de visie van Herman Loos op de arbeidsmarkt. Ik heb dan ook, weliswaar in België, soortgelijke ervaringen opgedaan. Sommigen zullen dat 'subversief' vinden. Tja, de waarheid zal altijd wel iets subversiefs hebben, zeker? Ons hele beleid en de heksenjacht op werklozen is gestoeld op gekleurde leugentjes en halve waarheden. Dat lui zoals Fons Leroy dat ontkennen, hoeft nauwelijks verbazing te wekken - we kunnen er meer dan waarschijnlijk van uitgaan dat zijn ervaring met de onderkant van de arbeidsmarkt en de precaire omstandigheden die daaruit voortvloeien bijzonder beperkt tot onbestaande is. Alex Reufels, Borgerhout Mooi om even terug te blikken met een aantal fans van Harry Potter ('De jongen die blijft leven', Knack nr. 35), maar het verwondert me dat geen enkele 'kenner' of 'fan' de kern van de boodschap van de verhalencyclus van J.K. Rowling naar voren brengt: je kunt altijd kiezen, ten goede of ten kwade, zelfs wanneer je eerst voor het kwade koos. Dat geldt voor alle personages en komt voortdurend terug in alle verhalen. Met als finale de laatste keuze van Harry Potter zelf in de confrontatie met Voldemort. Als volwassen 'lezer' geniet ik telkens opnieuw van de verhalen die ik in de Engelse versie van Jim Dale of Stephen Fry tijdens lange autoritten kan beluisteren. Herman Lodewyckx, Oostende Het stukje 'De kroon op het leven' van Dirk Draulans (Knack nr. 34), en dan vooral de bewering dat 'een substantieel aantal ouderen zich niet meer engageert in de maatschappij', is een slag in het gezicht. Veertig jaar werken, kinderen opvoeden, het huishouden runnen, de tuin onderhouden, alle schilderwerken binnen en buiten: dat is toch niet min, denk ik dan. Toen ik op mijn zestigste met pensioen mocht, was dat een van de zaligste momenten uit mijn hele loopbaan. Ik ben dankbaar dat ik heb kunnen werken en genieten van het daaruit vloeiende loon. Het verbaast me telkens weer hoe anderen mijn tijd willen invullen nu ik 'niets' meer te doen heb. Leve de vrijheid! Hilde Desmet Het artikel over Lotte en Bart ('Moet ik de zorg voor mijn man betalen met het spaargeld van de kinderen?', Knack nr. 34) is zo herkenbaar. Mijn man kreeg de diagnose in oktober 2017, hij was toen 53. Er ging een lange zoektocht aan vooraf, maar wanneer ik de symptomen op een rijtje zette, kwam ik steeds uit bij alzheimer. Het wrange is dat hij eind 2015 zijn ontslag kreeg als kaderlid bij een internationale verzekeringsgroep, waardoor we dus geen beroep meer kunnen doen op de verzekering van arbeidsongeschiktheid. Ik ben bang voor de toekomst, wanneer het voor hem niet meer zal lukken om alleen thuis te blijven. Ik werk en onze jongste dochter studeert nog. Ons rijhuis zal pas over acht jaar afbetaald zijn. Ondertussen ben ik wel zeer dankbaar voor initiatieven als Het Ontmoetingshuis in Leuven. Maar waar vind je iets soortgelijks in Brussel of de Rand? De overheid heeft nog een lange weg te gaan. Veerle Versweyveld In zijn analyse 'Vlaanderen moet actiever' (Knack nr. 34) heeft Ewald Pironet het over 24 procent 'inactieven' in Vlaanderen. Dat is veel. Maar hij trapt in de val van de veralgemening en gaat kritiekloos mee in het dogma van voltijds werken als mirakeloplossing voor alle maatschappelijke problemen. Door de term 'inactieven' te gebruiken, misken je de diversiteit van een groep mensen die inderdaad niet in statistieken te vatten zijn, zoals we dat zo graag hebben. Bovendien is die term stigmatiserend. Erger dan het etiket 'lui' voor langdurig werklozen. Die doen tenminste nog iets: werk zoeken. Inactieven doen niets. Een handvol mensen is misschien wel liever lui dan moe: uitzonderingen zijn er altijd. En het zal ook wel kloppen dat heel veel jonge vrouwen van niet-Belgische origine thuisblijven zonder zich bewust te zijn van hun ambities en capaciteiten. Zij verdienen zeker de nodige ondersteuning! Maar laat de huismannen en -vrouwen die er bewust voor kiezen om niet betaald buitenshuis te werken alstublieft met rust. Zij werken vaak even hard als voltijdse werknemers, maar worden er niet voor betaald en hun bijdrage aan de samenleving wordt systematisch ondergewaardeerd, omdat ze niet economisch in cijfers te gieten valt. Hun zorgarbeid en het vrijwilligerswerk verdient veel beter dan het etiket 'inactief'. Ann Coryns In 'De jongen die blijft leven' (Knack nr. 35) over 20 jaar Harry Potter staat dat 'modderbloedjes' kinderen zijn van één ouder met en één ouder zonder tovenaarsbloed. Dat moet zijn: kinderen van 'dreuzelouders' die toch kunnen toveren. Onze excuses. De auteur is ondertussen gekust door een Dementor.