DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN Als een valk vloog de camera boven de Ronde, de kerktorens en het Vlaamse platteland in april. De sprookjesbeelden vertelden veel. Kasseiwegen deden terugdenken aan de oude armoede ; gebarsten betonstrips aan de nieuwe. Stadjes of dorpskernen leken door een wat te nonchalante god geschapen. Maar op de volle buiten stond alles in bloei. Tussen de ordelijk naast elkaar gelegde landbouwgronden verrees twee keer per minuut de riante ranch van een geslaagde veekoning of groothandelaar, met uitzicht op de meer deemoedige huizen waarin sedert alle tijden het gewone volk woont. Meer dan één politicus deed zijn best om bij de start, de aankomst of onderweg in beeld te komen. Maar de camera was daar opvallend zuinig mee. Televisiemensen hebben geleerd dat het tonen van ministers of aanverwante personen hun programma niet mooier maakt. Bewindslieden die zich op sportieve of andere hoogdagen onder de massa mengen, worden er spontaan van verdacht dat hun aanwezigheid gekunsteld is. In het gunstigste geval mogen ze mee plezier maken met de anderen. Echt vereerd door hun eminente aanwezigheid is niemand meer. Daarvoor is hun reputatie te wankel geworden. Kort geleden raakte bekend dat de Vlaamse regering Willy Claes gelukkig maakte met een officiële benoeming : een onnozel baantje bij de waterwegen, maar van hoge symboolwaarde. De gevallen engel wordt opnieuw overeind geholpen. Daarnaast mocht ook Guy Coëme zich verheugen in zijn niet slecht betaalde terugkeer naar het Waalse PS-systeem. Hij mag straks reclame gaan maken voor de Luikse intercommunales, die addernesten. Het weze de heren gegund, als geneesmiddel tegen zwaarmoedigheid. Toch is hun eerherstel hoe subtiel ook geregeld voortijdig en politiek dom. Bij de tapkast na de Ronde of in de maandagse trein naar het werk vertelt het volk er ruwe grappen over. Want het werd er weer eens tergend aan herinnerd dat de gesloten wereld van de macht, het regerende regime in België en kennelijk ook in Vlaanderen, beginselloos en dus onberekenbaar is. Tot halverwege de jaren zeventig was dat anders. Bijna ieder schoolgaand kind kreeg toen nog het advies voor ?een goede plaats bij de staat? te studeren. ASLK-klerk, de post of ?iets aan? de spoorwegen waren ook in trek. De gemeentelijke administratie genoot al wat minder aanzien. Werken in de kolonie, de Congo, stond nog een streep lager. Maar toch. Er heerste respect voor alle soorten overheid. Die gold als objectief en dus veilig. Een openbaar examen voor eerstaanwezend secretaris bij het bestuur der waterwegen, was van Oostende tot Aarlen voor iedereen gelijk. Dat door Belgavox gevoede vertrouwen in de Staat en zijn in jacquet geklede notabelen zat er diep in. Wellicht kon daar een welgemeende vorm van vaderlandsliefde op gedijen. Nestwarmte. Sedert de helft van een halve eeuw is dat milde klimaat omgeslagen. Na de jaren zestig was Gezag sowieso al niet meer vanzelfsprekend. Later moeten daar nog andere morele devaluaties bovenop gekomen zijn. Misschien werd, aan geld geen gebrek, het politieke bedrijf te snel en te slordig ?gedemocratiseerd? tot een forum waarop de eerste de beste fortuinzoeker zijn oog kon laten vallen. Bijna gelijktijdig lokte de wonderbare vermenigvuldiging der ambten en publieke diensten een onoverzichtelijke massa gegadigden aan. Die toevloed maakte veel oude procedures losser. Hetzelfde deed zich trouwens voor in, bijvoorbeeld, het hoger onderwijs. Honderdduizend jonge Vlamingen brengen in die pedagogische torens van Babel elk jaar een stuk van hun jeugd door, zonder vast uitzicht op wat of wie ze aan het worden zijn. De problematiek daarvan ontgaat niemand, maar erover spreken is delicaat. Tegenwoordig schakelen wij het begrip massa gedachtenloos gelijk met democratie en om het even welk soort elite met sociaal voorrecht. Hierdoor verkeren veel instellingen in crisistoestand. De methodes en structuren waarvan een staat zich bedient, zijn namelijk niet neutraal. Enkele pennetrekken door de kieswetgeving kunnen een land en de er beoefende democratie volkomen veranderen. Dat gebeurt in Europa trouwens geregeld. Toen de Fransen hun districtenstelsel (van ?man tegen man? zoals in Engeland) ruilden voor het nationaal-evenredig tellen van de uitgebrachte stemmen, zat hun parlement ineens vol afgevaardigden van het Front National. Toen ze terugkeerden naar het oude systeem, verdwenen die rechtse onrustzaaiers. Bij ons, in het federale België, hebben we op dat gebied veel katten te geselen. Er is sprake van stemrecht voor migranten, maar volgens de huidige voorschriften komt dat neer op stemplicht, wat in deze context een ander paar mouwen is. Enkele bazen van politieke partijen, door de grondwet nooit voorzien als bouwsteen voor onze democratie, beslissen nu vrijwel eigenmachtig welke vazallen min of meer zeker verkozen zullen worden. Ze hebben de samenstelling en de volgorde van de lijst immers onder controle en kunnen rekenen op de ?kopstem? uitgebracht door de meest onverschillige of onwetende kiezers om de hun meest welgevallige kandidaten in de politiek te brengen of te houden. Dat systeem raakt met de dag meer in discrediet. IETS MOGEN TERUGZEGGENHet land heeft ook last, men weet dat, van een door de uitvoerende macht (de federale regering met de koning) geruisloos gepleegde staatsgreep tegen het via de partijtucht monddood gemaakte parlement. Aan die toestand zou iets gedaan kunnen worden, alhoewel niet zonder nieuwe problemen, door het invoeren van volksraadplegingen : referendums. Daarmee kan de bevolking tijdens al te slechte legislaturen haar regering tussentijds tot de orde roepen. Nu moet ze vier of vijf eindeloze jaren wachten om, in het tumult van professionele verkiezingscampagnes, iets terug te kunnen zeggen. Juist over al die grondslagen van het democratische spel werd de afgelopen maanden in Zaal F van de Senaat nagedacht door een paar halvelings bange, half roekeloze verkozenen uit vier verschillende Vlaamse partijen. Hun initiatief moest zich moeizaam een pad hakken door het struikgewas van (ook onderling) wantrouwen, intriges van buitenaf, spitsvondig uitgestrooide bananenschillen. De oude krokodillen laten zich hun biotoop inderdaad niet zomaar afpakken. En toch ligt in Zaal F de enige oplossing, de stafkaart voor het nieuwe land waar iedereen van droomt.