Zondag nog deed de Franstalige Senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) een oproep om de commissie 'in het belang van de instellingen' stil te leggen. En eerder vorige week noemde minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) het 'de verstandigste optie om de parlementaire onderzoekscommissie op te schorten', een uitspraak die hij later bijstuurde. 'De aan de gang zijnde straf- en tuchtprocedures mogen niet aangetast worden door andere initiatieven', meende...

Zondag nog deed de Franstalige Senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) een oproep om de commissie 'in het belang van de instellingen' stil te leggen. En eerder vorige week noemde minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) het 'de verstandigste optie om de parlementaire onderzoekscommissie op te schorten', een uitspraak die hij later bijstuurde. 'De aan de gang zijnde straf- en tuchtprocedures mogen niet aangetast worden door andere initiatieven', meende hij. Een visie die ook de vier experts in hun rapport hadden geformuleerd. Ze legden daarmee een bom onder de commissie. Toen de experts bovendien hun ontslag indienden, moest de juridische dienst van het parlement onderzoeken of de commissie überhaupt nog wel kon blijven bestaan. De dienst kwam tot het besluit dat de werkzaamheden kunnen worden voortgezet, maar dat er een magistraat moet worden aangesteld om de leden bij te staan en eventuele onderzoeksdaden te stellen. Maandag besliste de commissie dan om twee magistraten aan te wijzen, een Franstalige en een Nederlandstalige. 'Het zal gaan om magistraten in ruste, die bovendien geen deel uitmaken van het hof van beroep van Brussel, zodat ze geen betrokken partij zijn in het onderzoek', aldus commissielid en rapporteur Renaat Landuyt (SP.A). 'Ze zullen een chronologie opmaken van de feiten, op basis waarvan de hoorzittingen zullen worden ingepland en op basis waarvan we zullen kunnen vaststellen waar en wanneer er zich interferenties kunnen voordoen.' Landuyt benadrukte nog dat er wel degelijk 'twee luiken zijn aan de commissie'. 'Enerzijds zullen individuen worden gehoord. Maar tegelijk is het ook van belang dat we fundamentele conclusies trekken over de scheiding der machten, die we kunnen inlassen in de grondige hervormingen van justitie die op stapel staan.' De commissie moet haar onderzoek tegen de deadline van 15 maart klaar hebben. Volgens voorzitter Bart Tommelein is dat geen enkel probleem. Maar volgens bronnen bij de commissie zou er in de meerderheid een afspraak bestaan om half maart een voorlopig rapport af te leveren, als de activiteiten van de commissie nog niet afgerond zouden zijn. Na de verkiezingen zou ze dan haar activiteiten kunnen voortzetten. Zonder voorzitter Tommelein dan wel, want die stapt over naar het Vlaamse niveau. Ingrid Van Daele