Van derdewereldstatus naar economische topper : ondanks het ?Kiwi-wonder? hebben Nieuw-Zeelanders heimwee naar vroeger.
...

Van derdewereldstatus naar economische topper : ondanks het ?Kiwi-wonder? hebben Nieuw-Zeelanders heimwee naar vroeger.VER over de zee, waar de wereld ten einde loopt, ligt een land waar het er vreemd aan toe gaat. De boeren krijgen er geen cent subsidie en, zeer eigenaardig, zij willen zelfs geen geld meer van de staat. De burgers betalen weinig belasting en sommigen moeten de staat helemaal niets. En toch stijgt het inkomen van dat land. Vroeger viel het leven er stil van vrijdagavond tot maandagochtend, nu kunnen klanten winkelen wanneer ze dat wensen, dag of nacht, zeven dagen op zeven. Het land ontsloeg het merendeel van zijn ambtenaren en kent geen corruptie meer. Een inflatie van negentien procent was heel gewoon, maar nu wordt het hoofd van de centrale bank ontslagen als de index van de consumptieprijzen meer dan twee procent per jaar stijgt dat staat in zijn arbeidscontract. De werkloosheid halveerde bijna van 11,1 naar 6,2 procent ; een droom voor de rest van de wereld. De staatsschuld daalde ferm, en straks is er helemaal geen schuld meer. Dat land voldoet zonder moeite aan de strenge normen van Maastricht waarmee alle Europese landen (met uitzondering van Luxemburg) sukkelen. Maar het heeft geen belangstelling voor de Europese Muntunie. Het ligt te ver weg, 's middags staat de zon er in het noorden, Rusland is het westen en Amerika het oosten. Nieuw-Zeeland. Eens als ?Gods eigen land? geprezen, was het goed tien jaar geleden weggesukkeld tot het niveau van een derdewereldland. Na een ?economisch wonder? staat het nu weer vooraan, als een voorbeeld voor de wereld. De eilandstaat in de Zuid-Pacific, met 3,5 miljoen inwoners, is volgens de rijke-landenclub Oeso, dankzij ?een van de meest omvattende herstelprogramma's in de westelijke wereld? nu ?het best presterende industrieland van alle 25 lidstaten.? Het economisch herstel fascineert vooral omdat het mogelijk was zonder de maatschappij te destabiliseren of de democratie te schaden. Maar even leerrijk als de onmiskenbare successen zijn de sociale afkeuring en het lot van de gesneuvelden in de snelle overgang van een welvaartsstaat naar een neoliberaal paradijs. De radicale hervorming leidde namelijk tot een identiteitscrisis bij vele Nieuw-Zeelanders, die gewend waren te leven in een land dat grote sociale geborgenheid bood en zijn burgers afschermde tegen de boze buitenwereld. De ?economische revolutie? kraakte de partijgrenzen, zodat de bevolking nu verdeeld lijkt in Nieuwen en ?Nostalgieken?. De socialisten begonnen eraan, en ze gingen verder dan Margaret Thatcher in Groot-Brittannië zich ooit waagde. De conservatieven zetten de hervorming met vernieuwd radicalisme verder. LANDBOUWUITVOER.De Nieuw-Zeelandse hervormers begrepen dat zij tegenover de snelle globalisering van de economie, er niet langer een van de rest van de wereld losgekoppelde economie konden op nahouden en geloofden dat, zelfs in rijke landen, de welvaartsstaat niet meer betaalbaar is. Alle traditionele industrielanden staan nu willens nillens voor een wedloop voor kapitaal en arbeidsplaatsen, Nieuw-Zeeland heeft die koers al succesvol gelopen. Overigens heeft het kleine land de wereld al meer lessen geleerd. Honderd jaar geleden al voerde het, als eerste land, het vrouwenstemrecht in. Het verklaarde zich bij wet atoomvrij en het heeft het modernste milieurecht ter wereld. Nu kan het ook economisch als voorbeeld gelden voor de westerse welvaartsstaten. Sedert het einde van de vorige eeuw leefden de Nieuw-Zeelanders prachtig op hun paradijselijk eiland. Zij waren de tuin van moederland Groot-Brittannië, waarheen zij negentig procent van hun landbouwproductie verscheepten : wol en vlees, melk en hout. Snel overvleugelde hun levensstandaard die van de Britten, wat hen toeliet een welvaartsstaat op te bouwen met staatsvoorzieningen voor iedereen en van wieg tot graf. Nieuw-Zeeland kent geen verplicht stelsel van sociale zekerheid, maar ouderen kregen een met belastinggeld betaald pensioen, lang voor de Scandinaviërs, en het sedert 1938 kosteloos gezondheidssysteem was veelomvattender dan dat van de Britten. In de jaren vijftig zat hun levensstandaard aan de wereldtop, alleen de Zwitsers overtroffen hen nog. Om zich voor alle onheil van buitenaf te behoeden, lieten de Nieuw-Zeelanders zich niet enkel door de staat alimenteren, maar ook reglementeren. Subsidies lijmden de boeren, hoge tolmuren schermden bedrijven voor lastige concurrenten af, een strikte deviezenreglementering ondersteunde de Nieuw-Zeelandse dollar. De staat controleerde verkeer, industrie, handel en banken. Ondanks lange perioden met conservatieve regeringen kende het land een economisch socialisme naar bijna Oost-Europees model. Die idyllische toestand brak stuk toen Groot-Brittannië in 1973 lid werd van de Europese Gemeenschap. De landbouwuitvoer naar het moederland stortte in mekaar. Het jaar daarvoor had de oliecrisis al zwaar toegeslagen. Niets was meer zoals vroeger. De opeenvolgende regeringen bleven echter op de oude manier regeren en stapelden de schulden op. Ondanks de opgelegde prijs- en loonstop sloeg een inflatie met twee cijfers toe. Vele Nieuw-Zeelanders verloren in die jaren van stagflatie hun vertrouwen in het Kiwi-paradijs en weken uit. Slechts met tien jaar vertraging werd het eindelijk voor iedereen duidelijk dat het zo niet verder kon. Nieuw-Zeelands internationale kredietwaardigheid was sterk geslonken. Het land bengelde achteraan op de Oeso-statistieken. In 1994 kozen de kiezers voor de verandering en brachten Labour aan de macht. REGLEMENTITIS.De nieuwe premier David Lange sneerde dat zijn land bestuurd werd ?met de efficiëntie van een Poolse werf?. Japanse televisietoestellen, bijvoorbeeld, moesten bij invoer uit mekaar worden genomen en nadien te lande opnieuw gemonteerd. De reglementitis had absurde vormen aangenomen. Voor de koop van een buitenlands tijdschrift moest een lezer deviezenvoorzieningen treffen. Margarine was er slechts op doktersvoorschrift. Tapijten moesten met Nieuw-Zeelandse wol worden geknoopt. Wie kwaliteitsproducten wenste, vloog tweeduizend kilometer ver naar Australië en voerde bij de terugkeer een strijd met de douane. De spoorwegmaatschappij verloor niet alleen geld, maar ook goederen, soms hele wagons. In de haven rotten levensmiddelen in de scheepsruimten als gevolg van de lage arbeidsmoraal en de opeenvolgende stakingen. De binnenlandse vliegtuigen vlogen niet volgens het boekje, maar naar lust en luim van de piloten en het grondpersoneel. De boeren haalden 40 procent van hun inkomen uit subsidies. Een kwart van de bevolking leefde van welvaartsgeld. Sommige gezinnen teerden al voor de vierde generatie op bijstand. Tegenover dergelijke economische horror van het schip van staat, had de nieuwe Labour-regering maar één mogelijk antwoord : zij gooide het roer 180 graden om. De heilige socialistische principes vlogen overboord. Uitgerekend socialisten bekeerden zich van de ene dag op de andere tot een tot dan toen onbekend economisch liberalisme thans, met tien jaar vertraging, is het een les voor Britse Labour-leider Tony Blair. Minister van Financiën Roger Douglas, de stuwende kracht achter de ommekeer, legde het land een draconische paardenkuur op om de achterstand van ?veertig jaar verkeerd management? in te halen. Zijn programma voor de opbouw van een heel nieuwe economie, Rogernomics genoemd, steunde op grote sprongen en snelle sprongen, omdat anders de belangengroepen de tijd vinden hun klanten voor verzet te mobiliseren en erin slagen de herstelmaatregelen te verwateren. Met de privilegies van verscheidene groepen werd gekapt. Minister Douglas, nochtans geweven uit socialistische wol, verraste zijn landgenoten op economische slagen met de knots. Van de ene dag op de andere verloren de boeren hun subsidies. De hoogste belastingvoet trok hij omlaag van 66 naar 33 procent, maar tegelijk schafte hij alle uitzonderlijke belastingverminderingen af. Voor indirecte belastingen geldt nog slechts één tarief, nu 12,5 procent. De munt verloor 20 procent van haar waarde en nadien bepaalden alleen nog de wisselmarkten haar koers. Winkels mochten voortaan openen wanneer zij het wensen. Het aantal gemeenten kromp van 828 naar 86, de overheidsdiensten moeten zoals privé-ondernemingen op economische wijze werken en verantwoording afleggen. De arbeidsovereenkomsten van de ambtenaren werden tot vijf jaar ingekort en zij kregen loon naar prestatie. Het aantal staatsambtenaren daalde van 88.000 tot 36.000. De meeste staatsbedrijven werden geprivatiseerd. De centrale bank kreeg haar volledige autonomie, en is enkel voor de geldstabiliteit verantwoording verschuldigd. Eerst verscherpte die hervorming de crisis. De afbouw van het staatsapparaat en de privatisering van de overbezette overheidsbedrijven veroorzaakte massa-ontslagen. Het verkeersministerie, bijvoorbeeld, verschrompelde van vierduizend tot zestig bedienden. De geprivatiseerde spoorwegen door een Amerikaans geleid consortium overgenomen ontsloegen 16.000 van de 21.000 mensen. De post dankte een derde van zijn personeel af. Anderzijds bracht de privatisering van de openbare telecommunicatie, radio en televisie, Air New Zealand, nagenoeg alle banken en verzekeringen, staalbedrijven, drukkerijen en oliefirma's, jachtdomeinen en hotels, de staat 300 miljard frank op. Zo evolueerde de ?meest gereguleerde economie buiten het Sovjetblok? op een tiental jaar naar de nu ?minst gereguleerde in de Oeso.? Een succesvol gevolg : de spoorwegen, post, telecommunicatiebedrijven en haven halveerden hun tarieven en werken nu met hoge winst. WEGGESTEMD.Maar de Labour-partij, na drie jaar hervormen in 1987 nog een keer met grote meerderheid herkozen, overleefde uiteindelijk de door haar ingezette revolutie niet. Een zwarte vrijdag op Wall Street beroofde veel rijke Nieuw-Zeelanders van hun kapitaal, de werkloosheid groeide sterk aan. Premier Lange trok de noodrem. Hij ontsloeg hervormingsrambo Douglas en voerde in het vernieuwingswerk ?een theepause? in. Het mocht niet baten. In 1990 werd Labour weggestemd en kwam de conservatieve National Party onder de liberale boer Jim Bolger aan de macht. Als de kiezers toen hebben gedacht dat het er voortaan gemoedelijker aan toe zou gaan, dan hebben zij zich vergist. Bolgers financieminister Ruth Richardson manifesteerde niet minder elan voor hervormen dan de uitvinder van de Rogernomics. Daar waar tot dan toe de boeren stevig waren aangepakt, ging het nu tegen het Labour-cliënteel : de arbeiders en hun vakbonden. De zowat 250 bonden en bondjes zijn zeer machtig en dankzij onder andere een verplicht vakbondsboekje sterk representatief. De Employment Contracts Act van mei 1991 maakte daar met één pennentrek een einde aan. Nieuw-Zeelands arbeidsmarkt werd radicaler gedereguleerd dan waar elders ter wereld. Arbeidsovereenkomsten konden nog slechts individueel of per onderneming onderhandeld worden met of zonder vakbondsdeelname , maar algemene collectieve arbeidsovereenkomsten waren niet langer mogelijk. De wet schafte het verplicht vakbondslidmaatschap af. Het aantal vakbonden daalde tot zestig en het vakbondslidmaatschap halveerde. Economen aarzelden niet die ?gewelddaad? als Nieuw-Zeelands jobmachine te beschrijven. In vier jaar nam het aantal werknemers met 200.000 toe bijna vijftien procent. Daarna pakte de regering de kosteloze gezondheidszorg en het onderwijssysteem aan. Zij decentraliseerde ziekenhuizen en scholen en voor gezondheidszorg en onderwijs moet sedertdien een stuk worden betaald. Tot 2001 stijgt de pensioenleeftijd van 60 tot 65 jaar. Niet dat de Nieuw-Zeelanders over dat alles onverdeeld tevreden zijn. Velen hebben heimwee naar de tijd toen de staat zekerheid en geborgenheid waarborgde. Zij voelen zich door beide politieke partijen gedupeerd. Maar het meerderheidssysteem, dat een partij aan de volstrekte macht brengt, maakte die schokbehandeling mogelijk. In 1993 stemden de Nieuw-Zeelanders voor een soort Belgische proportionele politieke vertegenwoordiging. Hadden zij dat eerder gedaan, dan was de economische revolutie nooit mogelijk geweest. Nu treden allerlei partijen en partijtjes aan. Nieuw-Zeeland blijkt nu echter de vruchten van het leed te dragen. De economie groeit snel, de staatsbegroting vertoont een overschot en laat een belastingverlaging toe, de staatsschuld daalde ferm. Het land bloeit. In het vroeger vervelende economische centrum Auckland, waar bijna een derde van de Nieuw-Zeelanders woont, ziet de skyline eruit als die van San Francisco of Hongkong. Japanners ondersteunen een nieuwe toeristische hoogconjunctuur, die hotels en casino's laat groeien en bloeien. De hoog gespecialiseerde industrie heeft dankzij de ?adrenalinestoot? nieuwe niches en kansen op de wereldmarkt gegrepen : software en elektronica, maar bijvoorbeeld ook sportboten. De boeren hebben de subsidieschok verwerkt en hun eer herwonnen. Nostalgie naar de goeie oude tijd ? Volgens de zakenwereld niet, ?wie wil er nu opnieuw achttien procent inflatie of zes maanden wachttijd voor een telefoon ?? Copyright Knack/Der SpiegelDe skyline van Auckland : een vervelende plek groeide tot wereldstad.Nieuw-Zeelanders verloren hun welvaartsstaat, de bescherming van wieg tot graf.