Cassatie leest de Bijzondere Kamercommis- sie de les en plaatst de Volksvertegenwoor- diging pal voor haar verantwoordelijkheid.
...

Cassatie leest de Bijzondere Kamercommis- sie de les en plaatst de Volksvertegenwoor- diging pal voor haar verantwoordelijkheid.AFGELOPEN MAANDAG kwam de bijzondere Kamercommissie bijeen om zich te beraden over het verslag van Cassatie in verband met de beschuldigingen van pedoseks tegen vice-premier Elio di Rupo (PS). Het werd een ongewone episode. Want procureur-generaal Eliane Liekendael had de omslag met daarin bijkomende elementen in het onderzoek-Di Rupo gewoon teruggestuurd. Ongeopend, zoals de Bijzondere Commissie haar het stuk in de loop van vorige week toestuurde. Om een procedurefout te vermijden, vraagt Liekendael dat de Kamer kennis zou nemen van de bijkomende elementen en die dan, samen met een beoordeling, aan haar zou bezorgen. Over één element kregen de commissieleden alvast uitsluitsel : de eerste getuigenissen van de Limburger Olivier Trusgnach werden door Cassatie als waardeloos afgedaan. Waardoor de vice-premier voor dit luik van het onderzoek onbesproken blijft. De onverkwikkelijke kwestie begon op maandag 18 november, toen de Brusselse procureur-generaal André Van Oudenhove bij Kamervoorzitter Raymond Langendries (PSC) een dossier indiende tegen vice-premier Di Rupo. Die zou zich, volgens getuigenissen, in het verleden aan minderjarigen hebben vergrepen. Gelijkaardige feiten werden de Franse Gemeenschapsminister Jean-Pierre Grafé (PSC) aangewreven. Tegen de Luikenaar werd een dossier afgeleverd bij de voorzitter Anne-Marie Corbisier (PSC) van de Gemeenschapsraad. Als bij toeval kregen een aantal Vlaamse kranten, als uit het niets, een getuigenis en een rapport uit het dossier met daarin de smeuïgste details over beide excellenties. Twee dagen eerder hadden De Standaard en Het Nieuwsblad aangekondigd dat hooggeplaatsten in opspraak zouden komen en dat sporen naar vice-premier Di Rupo leiden. Daarmee was de geest uit de fles en bereikte de vlaag van scandalitis die het land al weken teisterde een nieuwe, sordide fase. Dit alles, zo werd beweerd, was een uitloper van de aan de gang zijnde oorlog tussen magistratuur en politiek, magistratuur versus politiediensten en van politie en rijkswacht onder elkaar. Een oorlog waarvan Di Rupo en met hem de hele regering het slachtoffer dreigde te worden. ONVOLDOENDE NAGETROKKEN.Al snel bleek het dossier tegen Di Rupo, ondanks de croustillante details die het geheel geloofwaardig moesten maken, uiterst licht te wegen. Vooral nadat werd achterhaald wie de mysterieuze getuige was die beweerde ooit met de vice-premier te hebben geflikflooid in de toiletten van de Brusselse nachtclub Le Garage. Olivier Trusgnach, de getuige in kwestie, legde zijn almaar sterker wordende verklaringen af in de gevangenis. De man zat immers opgesloten wegens een diefstal ten huize van één van zijn ex-vrienden. Blijkbaar waren Brusselse speurders van de Gerechtelijk Politie wat al te happig geweest naar diens beweringen die, bij nader onderzoek, naar het mythomane neigden. De enquêteurs hadden in elk geval Trusgnachs verklaringen onvoldoende nagetrokken vooraleer ze in het dossier te kwakken. Het was dit document dat die bewuste maandag 18 november in het parlement belandde. De Bijzondere Kamercommissie oordeelde dat de aantijgingen inderdaad te licht wogen om de vice-premier zonder meer door te sturen en vroeg het Hof van Cassatie om bijkomend onderzoek naar de handel en wandel van Di Rupo. Zelfs de christen-democraten waren voor deze mogelijkheid gewonnen. Temeer omdat de Waalse socialisten duidelijk lieten verstaan dat een eventueel gedwongen vertrek van Di Rupo gelijk stond met het opstappen van de PS uit de coalitie. Intussen is dus ook gebleken dat Cassatie Trusgnachs getuigenis als hoogst twijfelachtig beschouwde. Opvallend echter, voor wie over de stukken beschikte, was dat de Commissie blijkbaar niet alle elementen in de dossier overhandigd kreeg. Zo hield het gerecht nog een zogeheten rapport d'information achter de hand. De neerslag van dat rapport, waarin nog andere namen uit hoofdstedelijke homofiele en pedofiele middens werden geciteerd, stuurde procureur-generaal Van Oudenhove pas vorige week door naar Kamervoorzitter Langendries. In die bijkomende gegevens zou sprake zijn van een videocassette, van uitgewerkte getuigenissen van andere informanten/verklikkers. Er waren ook de resultaten van de verklaringen op de groene kliklijn die de veelgeprezen onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte liet installeren, net voor het Hof van Cassatie hem het dossier- Dutroux ontnam. Die gegevens stuurde de Bijzondere Commissie dus ongelezen door naar Cassatie. Maar daar vonden ze dat de Commissie het zich al te gemakkelijk maakte. Waarop de omslag, opnieuw ongeopend, werd teruggestuurd naar de afzenders. Met de affaire-Di Rupo vinden ze het in politieke kringen duidelijk welletjes worden. Naar buitenuit stond de PS in elk geval als één man achter Di Rupo. Sommige PS'ers kunnen nog steeds niet geloven dat de vice-premier, die van jongsaf zijn politieke carrière als een maanschot had gepland, zich ooit zou hebben afgegeven met de Trusgnachs van deze wereld. Intern echter werd bij de PS al druk gespeculeerd over de eventuele opvolging van Di Rupo. PS-voorzitter Philippe Busquin de bijnaam couille molle waardig hield zich de voorbije dagen ver van zijn poulain Di Rupo, vooral als fotografen en cameralui in z'n buurt opdoken. In de bijkomende elementen waarover de Bijzondere Commissie zich willens nillens moet buigen, zijn de meeste verklaringen tegen Di Rupo anoniem, op die van een homohoertje na. Maar laatstgenoemde zou dan weer door speurders onder druk zijn gezet. Tenminste, dat beweert zijn advocaat. Is het bijkomende dossier een doorslag van het eerste ? Het begint erop te gelijken. Tegen de PSC'er Grafé zou de bewijslast dan weer concreter zijn en zwaarder doorwegen. Dat mocht worden opgemaakt uit de houding van de PSC-top die steeds nadrukkelijker afstand neemt van Grafé. R.V.C. Vice-premier Elio Di Rupo : vrijuit in het eerste dossier.