'Lafheid: Wanneer de man voor de zaak van Allah wil vechten, dan komt de duivel tot hem en zegt het volgende: "Je zult gedood worden en je kinderen zullen verlaten weesjes worden." Op die manier zal hij het vechten voor Allah laten.'
...

'Lafheid: Wanneer de man voor de zaak van Allah wil vechten, dan komt de duivel tot hem en zegt het volgende: "Je zult gedood worden en je kinderen zullen verlaten weesjes worden." Op die manier zal hij het vechten voor Allah laten.' De formulering is een beetje cryptisch misschien, maar een goed verstaander kan hierin niets anders ontwaren dan een oproep tot het martelaarschap. De passage is terug te vinden in het boek De zwakheid van het Geloof, uitgegeven bij El Tawheed. De redactie is in handen van Mahmoud el Shershaby, een bekende en invloedrijke salafistische imam uit Amsterdam. Het salafisme is een beweging die teruggrijpt naar de islam zoals die door de eerste generaties moslims beleefd werd. De strekking vereist een strikte naleving van de wetten uit de periode dat Mohammed en zijn eerste volgelingen de lijnen uitzetten. Dát is de zuivere islam en daaraan mag niets worden toegevoegd. Over het aantal salafisten in ons land zijn geen exacte cijfers voorhanden. In Nederland zouden er enkele duizenden volgelingen zijn van de harde kern die bestaat uit een dertigtal predikers. De meeste salafistische predikers in Nederland en België roepen niet op tot geweld, maar hun boodschap wordt door de veiligheidsdiensten wel als onverdraagzaam en tegen de integratie bestempeld. Wat er in De zwakheid van het Geloof geschreven staat, geeft echter al aan dat er binnen het salafisme ook een strekking bestaat die het geweld niet afzweert. In hetzelfde hoofdstuk is te vinden dat 'de toestand van martelaren zoveel hoger en volmaakter is dan van gewone doden'. Het boek is in Antwerpen vrij te verkrijgen, onder meer in de bibliotheek van de Bengaalse moskee op de Turnhoutsebaan in Borgerhout. Wie de moskee bezoekt en het boekje vraagt, kan de Nederlandstalige versie vlot meekrijgen naar huis. In De Sleutel, deel 1 van Tarik Mouhmouh, een jonge Nederlandse schrijver, staat dan weer: 'De joden verkrachten vrouwen omdat het in hun religie is voorgeschreven (...) Is dan alles op aarde verboden voor de moslims en toegestaan voor de vijandige ongelovigen?' Dat dergelijke teksten tegenwoordig in het Nederlands gedrukt en verspreid worden, hoeft niet te verbazen. Steeds minder Belgische en Nederlandse moslimjongeren begrijpen Arabisch. Willen de radicale voortrekkers hun achterban uitbreiden, dan moeten ze de teksten wel vertalen naar het Nederlands. Laat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) dergelijke geschriften zomaar passeren? 'We hebben al vier jaar een zaak lopen bij het hof van assisen over het boek De weg van de moslim', zegt directeur Jozef De Witte. In dat standaardwerk, geschreven door Aboe Bakr El Djezeiri, wordt onder meer opgeroepen om homo's van het dak te gooien en vrouwen te slaan. 'Er is nog altijd geen arrest', zegt De Witte. In afwachting daarvan hebben we de verantwoordelijken van de Moslimexecutieve - vruchteloos - gevraagd om die teksten te veroordelen. Ze verschuilen zich achter het argument dat de Executieve niet bevoegd is voor dergelijke materies. Strikt genomen hebben ze gelijk. Maar in Nederland hebben gezaghebbende imams die passages uit het boek wél veroordeeld.' Het probleem is volgens De Witte vooral dat in de Belgische wetgeving alleen racisme gecorrectionaliseerd is. 'Andere discriminaties, bijvoorbeeld wegens seksuele geaardheid of godsdienst, kunnen enkel voor het hof van assisen aangeklaagd worden. Dat is een te hoge drempel.' Dat het verbieden van dergelijke geschriften niet hoog op het prioriteitenlijstje staat, valt gezien de ernst van andere praktijken te begrijpen. Toch is het langs deze, zogenaamd ernstige en serene literatuur, dat veel jongeren voor het eerst in aanraking komen met het discours van de jihadi's. Exact twee jaar geleden, december 2006, maakte het Antwerpse stadsbestuur zich grote zorgen over de 'toenemende radicalisering' bij moslimjongeren. Een en ander gebeurde in de nasleep van het ontslag van Marijke Uijt den Bogaard. Zij was een half jaar eerder ontslagen, volgens haar oversten omdat ze een problematisch figuur was binnen de stedelijke vzw waar ze voor werkte. Uijt den Bogaard was de jaren daarvoor nochtans meermaals geroemd wegens de doeltreffendheid waarmee ze de verschillende bevolkingsgroepen bijeenbracht. Dat ze in haar nota's en rapporten geen blad voor de mond nam, is volgens haar de ware reden voor haar ontslag. Na een onderzoek concludeerde de stedelijke dienst voor ongewenst gedrag op het werk overigens in haar advies dat Uijt den Bogaard juist zelf het slachtoffer was geworden van ongewenst gedrag van haar oversten. Chantal Pauwels (Groen!), indertijd de schepen bevoegd voor samenlevingsopbouw, weigert terug te komen op het ontslag van Uijt den Bogaard. 'Wettelijk gezien mag ik niets naar buiten brengen uit een individueel ontslagdossier.' Uijt den Bogaard waarschuwde in de voorafgaande periode al geruime tijd voor verontrustende tendensen onder de Antwerpse moslims, een zorg die de dienst Integratie een paar maanden na haar ontslag alsnog ernstig bleek te nemen. Eén welbepaalde jeugdbeweging werd toen extra in de gaten gehouden, de Jongeren voor Islam (JVI), een vzw die in 2003 werd opgericht in Boom en later verhuisde naar Antwerpen. Twee jaar geleden beweerde JVI een duizendtal leden te hebben. Mensen die er toen bij waren, beamen dat er meermaals enkele honderden moslims aanwezig waren op hun activiteiten. De vereniging heeft contacten met soortgelijke organisaties in Nederland en kan het redden zonder subsidies van de Belgische overheden. Voorzitter Farid Zahnoun (37) antwoordde in 2006 op de kritiek in de media 'dat zijn beweging niets te verbergen had en dat iedereen vrij was om een kijkje te komen nemen om vast te stellen dat JVI alleen maar goede bedoelingen had en jongeren van straat wilde houden'. Collega'svan de Nederlandse krant de Volkskrant probeerden toen contact met hem op te nemen, maar kregen geen informatie. Na lang zoeken naar een telefoonnummer krijgen we toch een e-mailadres waar we onze vragen kunnen stellen. 'Praten aan de telefoon doen we niet. Dan verdraait u toch maar onze woorden. We willen alles zwart op wit', laat Zahnoun via een tussenpersoon weten. Het antwoord op ons vragenlijstje komt er pas na enkele dagen en is zeer algemeen. Naar de cursussen en workshops van JVI komen volgens Zahnoun telkens een vijftigtal gelovigen. 'De grote conferenties lokken een tienvoud daarvan.' Verder benadrukt Zahnoun onder meer 'dat het binnen de islam niet is toegestaan om in een land waarmee je een verbond bent aangegaan, geweld te prediken of schade te berokkenen aan de staat. Zodoende hebben wij altijd gepredikt voor een vreedzame en harmonieuze samenleving.' Hamza Arras, een van de oprichters van JVI en sinds twee jaar aan de slag op de Cel Diversiteit van de Antwerpse politie, wil niet met ons praten. De meningen over hem zijn verdeeld. Sommige gematigde moslims betwijfelen of Arras wel degelijk zijn oude vriendschapsbanden heeft opgeblazen. Anderen verzekeren ons dat Arras heeft ingezien dat hij een paar jaar geleden fout zat en vertellen dat hij nu 'zeer vruchtbaar werk' verricht voor de dialoog tussen politie en de moslimgemeenschap. Zijn directe overste, François Vermeulen, is zeer tevreden over zijn medewerker. Hij laat weten dat Arras geen lid meer is van JVI, maar wel nog, als onderdeel van zijn taak bij de politie, bijeenkomsten bijwoont. JVI doopte een tijdje geleden zijn keurig onderhouden website - voorzitter Zahnoun is informaticus bij een groot chemiebedrijf - om tot islaam.be. De terugkeer naar de wortels van het geloof is de kernboodschap die de vereniging aan de buitenwereld kenbaar wil maken. Er zijn allerlei voorschriften te vinden voor het gebed, maar ook voor het dagelijks leven. Zo mag de hijaab (hoofddoek) 'niet geparfumeerd worden, moet hij losjes zijn en dik, zodat men er niet doorheen kan kijken'. Als antwoord op de kritiek dat vrouwen binnen de islam onderdrukt zouden worden, antwoordt de schrijver van dienst dat de islam integendeel een redder is van de positie van de vrouw. 'De Grieken en de Perzen, en zelfs de Britten tot in de 19e eeuw, dát waren samenlevingen waar de vrouw onderdrukt werd', staat te lezen. 'De islam verbiedt de vrouw niet om buitenshuis te werken. Zolang ze zich maar houdt aan de volgende richtlijnen: 1. Ze moet de behoefte hebben om dit werk te doen en de samenleving moet haar hiervoor ook nodig hebben. Dit kan alleen maar wanneer er geen man gevonden kan worden die dit werk kan doen. 2. Ze moet dit doen nadat ze haar eigen werk (haar taken in huis) heeft afgemaakt. (de taken binnenshuis komen op de eerste plaats) 3. Deze baan moet uit te voeren zijn in een omgeving waarin ze niet in contact staat met mannen. Voorbeelden hiervan zijn: het onderwijzen van vrouwen, het verplegen van vrouwelijke patiënten. Bovendien mag ze niet in contact staan met mannelijke collega's. 4. Evengoed is er niets dat haar beperkt in het opdoen van kennis over de Religie - sterker nog, ze is hiertoe verplicht. En er is niets dat haar beperkt in het onderwijzen van de Religie, zolang als dat nodig is en als haar lessen worden gehouden in een omgeving die alleen uit vrouwen bestaat. Er is niets mis met het bijwonen van bijvoorbeeld lessen in een moskee enzovoort. Men moet gewoon opletten dat deze lessen zich gescheiden houden van de mannen.''De gelovigen gebruiken niet de term 'salafisten' om hun eigen strekking aan te duiden', zegt de Nederlandse journalist en moslimexpert Patrick Pouw. 'Ze beschouwen zichzelf gewoon als 'moslim' en hun strekking als de enige juiste vorm binnen de islam.' Niet alleen binnen hun eigen geloof achten ze zich superieur. Die gedachte verdedigen ze ook ten opzichte van andere godsdiensten. Islaam.be kreeg als ondertitel mee: 'de religie van alle profeten'. Jezus Christus is binnen de islam een van de zovele profeten, maar JVI heeft er blijkbaar problemen mee dat de christenen hem beschouwen als de zoon van God. Zo staat te lezen dat 'Allah de christenen naar de Waarheid moge leiden en voldoende inzicht geven om te beseffen dat Jezus (vrede zij met hem) slechts een boodschapper en een dienaar van Allah is'. Volgens Alain Grignard, islamoloog aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), is het superioriteitsgevoel van bepaalde moslims ingegeven door de geschiedenis. 'Het jodendom richt zich tot Jahwe, die al in het Oude Testament een hoofdrol vertolkt. Christus leeft dan weer bij het begin van onze jaartelling. Maar de profeet Mohammed is pas 600 jaar na Christus gekomen. Hij is de laatste grote profeet die God of Allah gestuurd heeft. Hij moet dus wel het ultieme voorbeeld zijn.' Op de startpagina van islaam.be staat onder meer een link naar het hoofdstuk 'Het christendom onder de loep', een deel van de grote Nederlandse islamitische web-site 'al-yaqeen.com'. Op de pagina's van 'Het christendom onder de loep' wordt op een heel serene toon en aan de hand van Bijbelverzen opgesomd waarom het christendom hypocriet is en de christenen 'afgeweken zijn van het rechte pad'. Veel fundamentalisten zijn gefrustreerd over de eeuwenlange verdrukking van de islam. Grignard: 'In de 11e eeuw waren ze nog een wereldmacht die zich uitstrekte van het Verre Oosten tot aan de Spaans-Franse grens. Acht eeuwen later werden ze zelfs gekoloniseerd en ook nu nog worden enkele moslimlanden bezet door westerse mo-gendheden. De fundamentalisten vragen zich af hoe ze zover zijn kunnen wegzakken, zij die nochtans de superieure godsdienst belijden. Dat de hoogbloei er gekomen is in de eeuwen na de dood van Mohammed, bevestigt hen ook in hun geloof dat ze zo getrouw mogelijk moeten leven volgens het voorbeeld van hun profeet. Voor hen was Mohammed de revolutie. Daarna moest alles bij het oude gelaten worden. Alleen op die manier gaan ze de duivel niet tegenkomen.' Aan de andere kant van het spectrum staan de reformisten. Zij willen de islam aanpassen aan de moderne maatschappij. 'De grootste vergissing bestaat erin dat we de fundamentalisten, zoals de salafisten, uitsluitend linken aan geweld en alle reformisten voor vreedzamen houden', zegt Grignard. 'Net zoals je zowel vreedzame als gewelddadige salafisten hebt, bestaan er ook vreedzame én gewelddadige reformisten. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen de maatschappij die ze nastreven en de manier waarop ze die trachten te verwezenlijken. Tussen de uitersten op die twee verschillende schalen bevinden zich allerlei mengvormen. Elke strekking en elke groep heeft zijn plaats binnen dat spectrum.' De veiligheidsdiensten, daarin gevolgd door de media en het gros van de bevolking, concentreren zich op de kleine groep moslims die in aanslagen een manier zien om de samenleving waarin ze wonen naar hun hand te zetten. Maar mensen uit de integratiesector zien een veel groter gevaar in de salafistische voorschriften voor het dagelijkse leven. 'De bommen of aanslagen dienen enkel voor de rekrutering. Ze moeten de vijver waarin de ronselaars kunnen vissen groot genoeg houden', zegt Grignard. 'Maar onderschat het groepsgevoel niet van de Marokkaanse of Turkse gemeenschap. De groep is voor hen nog altijd veel belangrijker dan het individu.' Dat de Verenigde Staten ook voor veel gematigde moslims de grote boeman zijn, is dus niet alleen te verklaren door hun steun aan Israël of door de oorlogen die ze leiden in Irak en Afghanistan. 'De VS zijn bij uitstek de meest geïndividualiseerde samenleving. Dat is het tegenbeeld van de geïslamiseerde wereld', zegt Grignard. Door de uitgebreide aandacht die terroristische aanslagen krijgen, beschouwen veel westerlingen elke moslim als een terrorist. Bovendien zijn de moslims van de eerste generatie migranten jarenlang genegeerd geweest en ondergebracht in getto's. 'Dat maakt dat het gros van de moslims zich een defensieve houding heeft aangemeten', verklaart Grignard. 'Ze zijn ook zeer beïnvloedbaar door extremisten en radicalen. Die bespelen hun frustraties door de westerlingen te bestempelen als mensen die 'lachen met onze profeet, terroristen gelijkstellen met moslims en de minderheden uitsluiten van hun eigen samenleving'. Volgens Grignard is het ook de sterke groepsband die ervoor zorgt dat gevaarlijke jongens maar zelden verklikt worden, zelfs niet door gematigde moslims die zich intern zorgen maken over de radicalisering. 'Daarvoor is hun gemeenschappelijke frustratie over pakweg Afghanistan en Irak te groot.' De frustratie is er niet alleen bij de moslims. Ook de Belgische orde- en veiligheidsdiensten voelen zich soms machteloos in hun strijd tegen de terreur. 'Zolang ze niet overgaan of aanzetten tot geweld, kunnen we hen niets maken', is een vaak gehoorde opmerking bij speurders. 'Op basis van hun discours alleen kunnen we hen niets maken.' Maar de frustratie zit nog dieper. 'Als de politie dan toch eens kan ingrijpen, zijn de arrestaties meestal efficiënt. Zeker in vergelijking met de militaire oplossing. De aanwezigheid van westerse legers in Afghanistan of Irak zorgt enkel voor een toevloed aan gefrustreerde moslims, daar én in de rest van de wereld.' Dat de politiek veel extremisten en radicalen laat begaan, zit de speurders die dag in dag uit bezig zijn met inlichtingen verzamelen eveneens hoog. 'Zowel in Antwerpen als in Brussel knijpt het stadsbestuur de ogen dicht voor de radicalisering', zegt een agent van de federale politie. 'Die politieke correctheid is storend. Maar nog erger is het dat die selectieve blindheid is ingegeven door de angst om de stemmen van de hele moslimgemeenschap te verliezen.' In tegenstelling tot de moslimterreurcellen die graag onmiddellijk tot de actie willen overgaan, werkt het merendeel van de salafisten liever gestaag, maar doelgericht, aan de uitbouw van een eigen maatschappij die haaks staat op de bestaande westerse samenleving. Sommigen beschouwen ook de invoering van de sharia als een kwestie van tijd. Een van hun favoriete gezegden, ooit uitgesproken door de Algerijnse kolonel en latere president Houari Boumedienne op de tribune van de Verenigde Naties, luidt: 'Nous vous vaincrons par le ventre de nos femmes. (We zullen jullie overwinnen via de baarmoeders van onze vrouwen)' 'Er zijn momenteel ongeveer een half miljoen inwoners in België met een moslimachtergrond', zegt Grignard. 'Maar hun bevolkingspiramide is omgekeerd aan die van de autochtone Belgen. Zestig procent van de moslims zijn jongeren. De radicale rekruteerders beseffen dat maar al te goed en richten hun pijlen op die grote groep. Als we een harmonieuze samenleving willen creëren, moeten we proberen om die jongeren uit de invloed te halen van mensen die een dergelijke samenleving juist willen tegenhouden.' Volgens de website van JVI is geweld geen methode die de goedkeuring wegdraagt van Allah. Dat de website niet meteen aangeeft waar de JVI voor staan, mag blijken uit de figuur van Saïd El Kaoua-kibi. Hij is de beste vriend van voorzitter Farid Zahnoun en eveneens een van de medeoprichters van JVI. Hij behoort duidelijk tot de jihadistische strekking binnen het salafisme en wordt door zowel de federale politie als de Staatsveiligheid omschreven als 'gevaarlijk'. Tot voor kort een van de 'hoofdtargets' van de Belgische veiligheidsdiensten. Een van de redenen daarvoor was dat het gsm-nummer van de 29-jarige Antwerpenaar afkomstig uit Boom, werd aangetroffen in de adressenbestanden van buitenlandse terreurverdachten. Daardoor stond hij ook op de lijstjes van buitenlandse veiligheidsdiensten. Moslimbroeders die nog aanwezig waren bij de lezingen van El Kaouakibi vertellen dat hij de jongeren verwijt dat ze zich de godganse dag achter hun computer zitten te vermaken terwijl hun broeders in Palestina sterven voor de goede zaak. Zijn oudere broer Nourdine (SP.A) is OCMW-voorzitter in Boom. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat zijn broer niets verkeerds doet. 'Voor hen telt in de eerste plaats God en zijn profeet. Ze zijn wel passioneler met geloof bezig dan ik. Maar je kunt toch niet zeggen dat ze zich niet inschrijven in de westerse samenleving? Zahnoun heeft informatica gestudeerd en is IT-expert bij een groot chemisch bedrijf. Hij heeft een echtgenote en kinderen. Hij is zelfs actief in de oudervereniging.' De OCMW-voorzitter is zelf nooit actief betrokken geweest bij JVI. Zijn partijgenoot en burgemeester van Boom Patrick Marnef wist niet dat JVI nog bestond. 'Ik dacht dat ze opgehouden waren te bestaan nadat ze weggetrokken waren uit Boom.' JVI vertrok eerst naar de Grote Steenweg in Berchem. Tegenwoordig is hun centrum gevestigd vlakbij moskee El Fath, waarvan er zowel een ingang is in de Sint-Bernardsesteenweg als in de Polostaat. Beide adressen worden gebruikt. Saïd El Kaouakibi woont sinds drie jaar in Hoboken en is een vaste klant in El Fath. Er werd beweerd dat in de moskee in 2004 een aanslag in de HST-tunnel onder het Kanaal beraamd werd. Dankzij een tip van een informant kon die worden verijdeld. De imam en drie andere verdachten werden opgepakt, maar zouden later buiten vervolging worden gesteld wegens een gebrek aan bewijzen. Bronnen binnen de federale politie hechten weinig geloof aan dat verhaal, maar de toenmalige federale minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) bevestigde in 2005 de geruchten dat er wel degelijk terroristische aanslagen gepland waren tegen de tunnel, alsook tegen een joodse school in Antwerpen. DOOR HANNES CATTEBEKE