door Patrick Martens
...

door Patrick MartensTenzij er onverhoopt middelen worden gevonden - bijvoorbeeld door een afslanking van het overheidsapparaat - is er géén ruimte voor bijkomende lastenverlagingen of nieuwe uitgaven. Die waarschuwing komt van het Internationaal Monetair Fonds en is ingegeven door de vooruitzichten van het IMF voor de Belgische economie. Volgens het IMF halveert de economische groei in ons land dit jaar tot 1,4 procent, en zakt hij volgend jaar zelfs naar 1,2 procent. De ongunstige conjunctuurprognoses gaan gepaard met een tegenvallende banengroei en een toename van de werkloosheid. De sombere IMF-voorspellingen gaan samen met de al even weinig opbeurende berichten over de levensduurte. Vooral de forse prijsstijgingen van energie- en voedingsproducten maken dat de inflatie (4,39 procent in maart) een niveau heeft bereikt dat in 22 jaar niet zo hoog was. De indexering van lonen, weddes en sociale uitkeringen vangt de galopperende inflatie weliswaar voor een deel op, maar ze kan niet vermijden dat iedereen armer wordt. Dat mechanisme stelt ook knipperlichten voor de concurrentiekracht van de bedrijven in werking. De overheid kan de meeruitgaven voor ambtenaren en sociale-uitkeringstrekkers nog enigszins compenseren met hogere (para)fiscale ontvangsten. Al die tegenvallende indicatoren halen de uitgangspunten van de begroting van de regering-Leterme voor dit jaar - een economische groei van 1,9 procent en een inflatie van minder dan 3 procent - onderuit. Meteen staan ook de in het regeerakkoord aangekondigde verhogingen van de uitkeringen en de verlagingen van de loonkosten en belastingen op de helling. Dat aan die maatregelen geen prijskaartje hangt, zou moeten getuigen van een 'voorzichtig' beleid. Niet alleen denkt het IMF daar anders over, de economische groeivertraging maakt er meer en meer een virtueel verhaal van, dat budgettair op drijfzand stoelt. Maar dat hindert de vijf partijen van de coalitie niet om vrolijk en vooral selectief de eigen dada's in het regeerprogramma in de verf te zetten en de electorale achterban te paaien. Evenmin worden ze verontrust door de aanmaningen van het Planbureau, het IMF en andere instanties om snel structurele begrotingsoverschotten te creëren en zo geld te sparen voor de financiering van de kosten van vergrijzing. De regering-Leterme is op dat vlak niet voorzichtig, maar uiterst bescheiden. Ze zal al heel blij zijn als er tegen 2011 een overschot van 1 procent wordt bereikt, terwijl het IMF vindt dat de budgettaire inspanning minstens de helft groter moet zijn en dat daartoe ook een ingrijpende pensioenhervorming (met een verhoging van de pensioenleeftijd) en meer werkgelegenheid nodig zijn. Het kan de vijf partijen van de regering-Leterme blijkbaar niet deren. Liever rollen ze met spierballen voor een nieuwe communautaire conflictronde en storten ze zich vol overgave in een onvruchtbare stellingenoorlog over euthanasie. Dat er voor het levenseinde van steeds meer mensen nog vele jaren komen die massa's geld zullen vergen om de pensioenen en de medische zorg te blijven betalen, is een zorg voor later, voor de politieke opvolgers. Dat is geen goed maar onverantwoordelijk bestuur.