De kredietcrisis heeft de financiële wereld fors door elkaar geschud. Bedrijven, beleggers en de belastingbetalers betalen het gelag. Over wie precies welke verantwoordelijkheid draagt in dit hele verhaal is het laatste woord nog lang niet gezegd, maar het ziet ernaar uit dat de financiële sector na een periode van herstructurering, fusies en nationaliseringen vroeg of laat zal terugkeren naar business as usual. En dat is nu net wat moet worden vermeden. Effectenhandel, in essentie een middel om activiteiten te financieren, is de voorbije decennia uitgegroeid tot een complexe wereld waarin door mi...

De kredietcrisis heeft de financiële wereld fors door elkaar geschud. Bedrijven, beleggers en de belastingbetalers betalen het gelag. Over wie precies welke verantwoordelijkheid draagt in dit hele verhaal is het laatste woord nog lang niet gezegd, maar het ziet ernaar uit dat de financiële sector na een periode van herstructurering, fusies en nationaliseringen vroeg of laat zal terugkeren naar business as usual. En dat is nu net wat moet worden vermeden. Effectenhandel, in essentie een middel om activiteiten te financieren, is de voorbije decennia uitgegroeid tot een complexe wereld waarin door middel van allerlei financiële spitstechnologie geld omgezet wordt in nog meer geld, niet zelden zonder duidelijke band met reële economische activiteiten, maar wel met een aanzienlijke impact erop. Ook pensioenfondsen en de spreekwoordelijke 'kleine belegger' hebben hun weg gevonden naar deze magische wereld en hebben er in mindere of meerdere mate hun lot aan verbonden. Letterlijk iedereen heeft belang bij een betrouwbaar, stabiel en transparant financieel systeem, maar de voorbije maanden is ten overvloede gebleken dat dit er nu niet is, en de oorzaken daarvan zijn voor een belangrijk deel in het systeem zelf te zoeken. Een beter toezicht op financiële producten en activiteiten is absoluut noodzakelijk, maar daarnaast is het ook hoog tijd om een aantal praktijken in de financiële sector aan een kritisch onderzoek te onderwerpen en de vraag te stellen of hun maatschappelijke meerwaarde opweegt tegen de risico's die eraan verbonden zijn. Een voorbeeld van een praktijk die deze toets waarschijnlijk niet zou doorstaan is het uitlenen van aandelen. Heel wat pensioenfondsen en banken lenen in ruil voor een kleine vergoeding hun aandelen uit aan anderen. Die aandelen komen veelal terecht bij zogenaamde short sellers, speculanten die de geleende aandelen op de beurs verkopen met de bedoeling ze later tegen een lagere prijs terug te kopen, waarna ze teruggegeven worden aan de rechtmatige eigenaars. Een zeer vervelende bijwerking van short selling is dat het het aantal te koop aangeboden aandelen kunstmatig verhoogt en daardoor een negatief effect heeft op de beurskoers. Bedrijven die het al moeilijk hebben ( short sellers zijn natuurlijk alleen geïnteresseerd in aandelen van ondernemingen waarvan ze een waardedaling verwachten) komen daardoor nog meer onder druk te staan. Precieze cijfers zijn er niet, maar waarnemers zijn het erover eens dat short selling een niet te verwaarlozen bijdrage heeft geleverd aan de recente ondergang van een aantal banken. De speculanten zijn vaak schimmige en moeilijk te lokaliseren actoren, maar het zijn de gevestigde financiële instellingen die door het uitlenen van hun aandelen de speculatie mee mogelijk maken. Het valt zeer te betwijfelen of zelfregulering en tijdelijke maatregelen in crisissituaties een wezenlijk effect hebben. Beter zou het zijn om het uitlenen van aandelen strikt te reglementeren om speculatief gebruik ervanuit te sluiten. door Dirk Van Braeckel, DIRK VAN BRAECKEL IS REDACTIELID VAN SAMENLEVING EN POLITIEK (SAMPOL)