Lastige ouders

Werken in het onderwijs, het zou heel wat eenvoudiger zijn zonder ouders. Gevraagd naar de voornaamste problemen van het onderwijs anno 2013 wijzen veel leerkrachten naar de ouders. Nauwelijks 37 procent van de leerkrachten vindt dat de interactie tussen ouders en leerkrachten vlot verloopt. Een kwart van de leerkrachten vindt dat de omgang met ouders veel energie kost, en bovendien elk jaar moeilijker wordt. Bijna zes leerkrachten op de tien vinden dat steeds meer ouders foute verwachtingen hebben van de scholen. 17 procent van de leerkrachten noemt de interactie met de ouders nu al vaak onbestaande.
...

Werken in het onderwijs, het zou heel wat eenvoudiger zijn zonder ouders. Gevraagd naar de voornaamste problemen van het onderwijs anno 2013 wijzen veel leerkrachten naar de ouders. Nauwelijks 37 procent van de leerkrachten vindt dat de interactie tussen ouders en leerkrachten vlot verloopt. Een kwart van de leerkrachten vindt dat de omgang met ouders veel energie kost, en bovendien elk jaar moeilijker wordt. Bijna zes leerkrachten op de tien vinden dat steeds meer ouders foute verwachtingen hebben van de scholen. 17 procent van de leerkrachten noemt de interactie met de ouders nu al vaak onbestaande. Ook wanneer we leerkrachten vragen naar negatieve evoluties in het onderwijs, is het opvallend hoe vaak de ouders een rol spelen in hun irritaties. Ouders gaan tegenwoordig sneller in de clinch met leerkrachten en schooldirectie, en daar hebben veel leerkrachten het moeilijk mee. 69 procent van de ondervraagde leerkrachten noemt het constant in twijfel trekken van schoolbeslissingen een negatieve evolutie. Ook het toenemende aantal anderstalige ouders is een bezorgdheid. 32,2 procent van de leerkrachten geeft aan dat ze soms moeilijkheden ondervinden in de interactie met ouders die thuis geen Nederlands spreken. De ouders hebben een andere mening over die relatie. Ruim twee ouders op de drie vinden dat de interactie met de leerkrachten voorspoedig verloopt. Slechts een kleine minderheid van de ouders zegt geregeld problemen te ondervinden in de omgang met leerkrachten. 5 procent vindt dat de interactie veel energie kost. 9 procent beweert dat de interactie te vaak onbestaande is. Opvallend is ook dat de ouders ondanks alle kritiek op de hervorming en de dalende kwaliteit van het onderwijs nog steeds veel vertrouwen hebben in de school van hun kinderen. Gevraagd naar een score voor de school van hun kinderen zijn de ouders gul met de punten. Gemiddeld gaven ouders 7,6 op 10. Vooral kleuterscholen scoren goed: hier geven ouders gemiddeld 7,9 op 10. Ook de interactie met de leerkrachten (7,5 op 10) wordt verrassend hoog gewaardeerd. 40 procent van de leerkrachten vindt dat de voorbije tien jaar de mondigheid van de leerlingen eerder negatief is geëvolueerd. 8 procent is nog pessimistischer en spreekt van een 'erg negatieve evolutie'. Ondanks die ergenis over de toegenomen mondigheid wijst een meerderheid van leerkrachten en ouders het cliché van de hand dat de kloof tussen leerkracht en leerling is de voorbije jaren is gegroeid. Een meerderheid van de leerkrachten (54,4 procent) vindt dat de interactie met de leerlingen vlot verloopt. Slechts 1,7 procent van de ondervraagde leerkrachten noemt de omgang met de leerlingen moeilijk. 71 procent noemt de omgang met de leerlingen een van de voornaamste redenen waarom ze in het onderwijs staan. Voor 56 procent van het ondervraagde onderwijspersoneel is het zelfs een belangrijke bron van inspiratie. Opvallend is ook dat leerkrachten eerder bekommerd zijn over de toename van het aantal anderstalige ouders dan over de toename van het aantal anderstalige kinderen. Slechts 13,2 procent van de leerkrachten zegt problemen te ervaren in de omgang met leerlingen met een andere culturele achtergrond. 21 procent van de leerkrachten spreekt dan wel weer over terugkerende taalproblemen in de omgang met anderstalige kinderen. Een job in het onderwijs staat garant voor heel wat werkdruk, vinden de meeste leerkrachten. 77,5 procent voelt de werkdruk elk jaar toenemen. Voor 31,7 procent van de leerkrachten ligt die nu al veel te hoog. Slechts één leerkracht op de vijf noemt het huidige niveau aanvaardbaar. Voor ongeveer 45 procent schrikt de werkdruk kandidaat-leerkrachten af. Dat ligt alvast niet aan de leerplannen. 69,2 procent van de leerkrachten vindt de leerplannen voor hun vak goed uitgewerkt. Toch vindt ook 36 procent dat het leerplan niet realistisch opgesteld is. Daarnaast, zo vindt een meerderheid van zowel ouders als leerkrachten, hebben de scholen vandaag de dag te weinig middelen, zowel voor infrastructuur als voor ICT-toepassingen. Ook in de omgang tussen leerkrachten en directie zijn er strubbelingen. Slechts 42 procent van de leerkrachten voelt zich gesteund door de directie. 15 procent ervaart problemen in de omgang met de directie. Slechts één leerkracht op de drie zegt dat de omgang zonder problemen verloopt. Toch is de kwaliteit van de schooldirectie voor de meeste leerkrachten geen issue. Een meerderheid van de leerkrachten plaatst serieuze vraagtekens bij de kwaliteit van de opleiding. Slechts één leerkracht op de vier vindt de lerarenopleiding goed genoeg. Iets meer dan de helft vindt dat de opleiding de leerkrachten niet goed genoeg voorbereidt op hun beroep. Een overweldigende meerderheid van 84,5 procent vindt dat de scholen nieuwe leerkrachten beter moeten begeleiden. Ongeveer 38 procent vindt de opleiding te weinig praktijkgericht en dus onaangepast aan de taak die leerkrachten vervullen. Nochtans werd de opleiding nog grondig herbekeken onder vorig onderwijsminister Frank Vandenbroucke, en komt er ook deze regeerperiode nog een grondige evaluatie. Ook de instroom is een bron van ongerustheid. Waar leerkrachten pakweg 30 jaar geleden vrijwel uitsluitend uit het aso kwamen, groeit het aantal tso- en bso-studenten dat de lerarenopleiding volgt. Gevolg: de kwaliteit van de leerkrachten is de voorbije jaren achteruitgegaan, vindt bijna 45 procent van de leerkrachten. Bij de ouders ziet 33,6 procent de dalende kwaliteit van de leerkrachten als een negatieve evolutie. Toegegeven, ze behoren zeker niet tot de grootverdieners in onze samenleving. Toch zijn de meeste leerkrachten tevreden met hun salaris. 55,3 procent vindt het lerarenloon aanvaardbaar, slechts 12,6 procent vindt het loon echt te laag. Anderzijds vermoedt één leerkracht op de vijf wel dat het huidige loon kandidaat-leerkrachten afschrikt. Het idee om een systeem van verschillende lonen in te voeren, waarbij de beter presterende leerkrachten beter betaald zouden worden, vindt bij amper 25,6 procent van de leerkrachten ingang. Raken aan de vaste benoeming lijkt voorlopig nog taboe. Ruim 70 procent van de leerkrachten wil niet dat er aan de vaste benoeming getornd wordt. Bij de ouders vindt 58,8 procent dan weer dat er eventueel aan de vaste benoeming gesleuteld kan worden. De weerstand bij jongere leerkrachten ligt opmerkelijk lager dan bij de 'oude rotten'. Leerkrachten met veel jaren op de teller zijn doorgaans vastbenoemd, en kunnen dus vaker genieten van de werkzekerheid die een vaste benoeming garandeert. De Vlaamse leerkrachten buizen hun onderwijsminister. Gevraagd naar een score op 10 krijgt Pascal Smet (SP.A) een gemiddelde van 4,4. Bij de leerkrachten secundair onderwijs is dat zelfs een povere 3,9 op 10; ook bij de leerkrachten lager onderwijs scoort de minister onder de helft. En nauwelijks 3,9 procent van de ondervraagde leerkrachten vindt Smet een goede minister. Bij de ouders is de tegenstand kleiner. Zij 'delibereren' de onderwijsminister (hij krijgt 5,8 op 10) maar ze lijken evenmin enthousiast. Slechts 11,8 procent van de ouders vindt Smet een goede minister. 25% van de leerkrachten vindt dat de interactie met de ouders elk jaar moeilijker wordt 48% van de leerkrachten vindt de toenemende mondigheid van de leerlingen een groeiend probleem 32% vindt de werkdruk in het onderwijs veel te hoog 51% van de leerkrachten vindt dat de leraren-opleiding hen niet goed voorbereidt op het beroep van leerkracht 55% van de leerkrachten vindt zijn loon aanvaardbaar Slechts 4% van de leerkrachten vindt Pascal Smet een goede minister