Peter Singer, 'Eén wereld. Ethiek in een tijd van globalisering', uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 197 blz., euro 19,95.
...

Peter Singer, 'Eén wereld. Ethiek in een tijd van globalisering', uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 197 blz., euro 19,95.Vraagje. Uw auto staat met panne, op een spoorlijn. Een beetje verder, op een andere spoorlijn, ligt een bewusteloos kind. In de verte nadert een trein, die in volle vaart op weg is naar het kind. Tenzij u de wissel overhaalt, zodat de trein van richting verandert en niet over het kind, maar over uw auto dendert. Klein detail nog: uw auto is niet verzekerd. Wat doet u? Andere vraag. U komt niets tekort. Elders op deze planeet sterven elke dag vele kinderen door gebrek aan medicijnen, voedsel en water. Met een relatief kleine gift aan pakweg Oxfam of Unicef kunt u het leven van een of meerdere kinderen makkelijk redden. Wat doet u? 't Is een gedachte-experiment. Maar ethiek, zegt Peter Singer, ís een kwestie van nadenken. Hard, diep en genadeloos nadenken. Want met onze intuïtie alleen komen we er niet. We zijn geneigd om iemand die (vraag 1) het kind opoffert om zijn auto te redden, moreel scherp te veroordelen. Terwijl we iemand die (vraag 2) nooit één euro voor het goede doel stort, niet noodzakelijk een slecht mens vinden. Toch is er, rationeel bekeken, aldus Singer, geen enkel moreel verschil tussen de twee. De consequenties van niets doen, zijn immers dezelfde: de (vermijdbare) dood van een kind. Het is de redenering van een zogenaamde consequentialist: wie een handeling moreel wil beoordelen, moet kijken naar de gevolgen ervan. Peter Singer is vooral bekend als schrijver van Animal Liberation, waarmee hij in 1975 de filosofische fundamenten legde voor de wereldwijde dierenrechtenbeweging. Als de mens een diersoort is (en dat is zo) en ook vele andere dieren een bewustzijn hebben en kunnen lijden (en dat is zo), dan - zo betoogde Singer - hebben we ethisch gesproken geen enkele reden om het strenge onderscheid tussen mens en andere diersoorten te handhaven. Over onze morele betrokkenheid bij de honger in de wereld, had hij drie jaar voordien, in 1972, al een artikel geschreven: Famine, affluence and morality - Honger, overvloed en moraliteit. Zijn centrale vraag is dertig jaar lang dezelfde gebleven: hoe leid ik een ethisch verantwoord leven? Singer is enorm controversieel. Hij heeft erg liberale standpunten over abortus en euthanasie, en vindt het leven van een mens niet per definitie meer waard dan dat van een chimpansee. In conservatieve kringen wordt hij gehaat of weggelachen. Singer een invloedrijk filosoof? Ja, zei de Britse filosoof Roger Scruton ooit, maar dan zoals Hitler een invloedrijk schilder was. Lees: Singer heeft invloed, maar zijn filosofische werk stelt niets voor. 'En toch hebben Scruton en ik één ding gemeen', lacht Singer in de tuin van het Amsterdamse hotel De Filosoof. 'Scruton is nu toch ook al tegen industriële landbouw, omdat miljoenen dieren in onaanvaardbare, zeg maar onmenselijke, omstandigheden leven.' Het nieuwe boek van Singer, Eén wereld, gaat over mensen. Het is een pleidooi voor ethische globalisering. 'Dat de rijke landen geen mondiaal ethisch standpunt hebben ingenomen, is lange tijd moreel erg onjuist geweest', schrijft hij. 'Nu is het op de lange termijn een gevaar voor hun eigen veiligheid.' PETER SINGER: Dat niemand de ethische vragen stelt. Daarom heb ik dit boek geschreven. SINGER: Precies, dat raakt de kern van mijn betoog. Bij de NAVO-bombardementen in Servië, en nu ook weer met de oorlog in Irak, ontbreekt de belangrijke ethische vraag: is het leven van een van onze soldaten meer waard dan dat van onschuldige burgers, wier dood of verwonding men collateral damage noemt? Hoe je het ook draait of keert, kennelijk gaan we daarvan uit. Voor mij is dat volstrekt onverdedigbaar. Ik zie geen enkele reden om het leven van mijn landgenoten waardevoller of belangrijker te vinden dan het leven van iemand die toevallig aan de andere kant van een grens woont. Grenzen hebben intrinsiek geen morele waarde. SINGER: De vergelijking is niet absurd. Er is uiteraard een verschil: een vorm van trots op je eigen land en betrokkenheid bij je eigen gemeenschap kunnen positief zijn. Racisme is nooit positief. Maar als patriottisme uitmondt in de overtuiging dat je eigen land altijd gelijk heeft, dat het belangrijker is om het leven van een landgenoot te beschermen dan dat van een ander, dan geloof ik dat het op racisme lijkt. SINGER: Wij zijn geëvolueerde wezens die geneigd zijn om onze verwanten te verkiezen boven niet-verwanten. Dat is nuttig, omdat het bijvoorbeeld enorm belangrijk is dat we voor onze kinderen zorgen. Ook met andere verwanten en mensen met wie we samenwerken, hebben we een relatie van wederkerigheid. Maar die kring van wederkerigheid kan niet worden uitgebreid tot aan de landsgrenzen, om daar ineens op te houden. SINGER: Natuurlijk, in een natiestaat maken we deel uit van een gezamenlijke onderneming: we betalen allemaal belastingen, we verkiezen een parlement... Dus ja, we hebben bepaalde verplichtingen tegenover onze landgenoten. Maar in een wereld die op allerlei vlakken steeds verder geglobaliseerd raakt, is het niet meer gerechtvaardigd om de belangen van onze landgenoten altijd op de eerste plaats te zetten. Een voorbeeld: veel mensen vinden dat we éérst de armen in ons eigen land moeten helpen, voor we ons bekommeren om de armen in de rest van de wereld. Dat doen we ook, we investeren veel meer middelen in binnenlandse armoedebestrijding dan in ontwikkelingshulp. En dat is niet rechtvaardig, de proporties zijn helemaal zoek: met hetzelfde geld zouden veel meer mensen kunnen worden geholpen. We vinden zogezegd dat alle mensen gelijk zijn, maar in feite bewijzen we dat idee alleen maar lippendienst. SINGER: Ik mis bij hem een pleidooi voor de zwaksten in de wereld. In A theory of justice, uit 1971, heeft hij het over rechtvaardigheid tussen individuen binnen dezelfde samenleving: hoe zouden mensen die samenleving organiseren als ze niet zouden weten welke positie ze in die samenleving zouden innemen? Maar als we nadenken over rechtvaardigheid, moeten we in onze geglobaliseerde wereld niet alleen abstractie maken van onze positie binnen onze nationale gemeenschap, maar van onze positie binnen de hele wereldgemeenschap. Wij zijn allemaal leden van één wereldgemeenschap. Dat idee ontbreekt bij Rawls. In een later boek, The law of peoples, heeft hij het wel over internationale rechtvaardigheid, maar dat is niet hetzelfde als mondiale rechtvaardig- heid. SINGER: Internationale rechtvaardigheid heeft, zoals de term zegt, betrekking op de relaties tussen verschillende naties. En dus op de vraag: hoe kunnen vertegenwoordigers van verschillende naties rechtvaardige afspraken maken? Maar dan gaat Rawls er opnieuw van uit dat je nationale identiteit al een gegeven is. En dat je dus bijzondere verplichtingen hebt tegenover je landgenoten. Ik verplaats in mijn boek de focus naar alle individuen van de wereldgemeenschap. Ik zeg: kijk naar het geheel en alle mensen die er deel van uitmaken. Als je nadenkt over mondiale rechtvaardigheid, mag je er van tevoren niet van uitgaan dat de wereld is verdeeld in verschillende naties en dat landsgrenzen een moreel gewicht hebben. SINGER: Ik ontken die verbondenheid niet, ik begrijp dat conservatieve argument. Maar gemeenschapsdenken en patriottisme hebben al tot behoorlijk wat catastrofes geleid. Daarom vind ik dat het de hoogste tijd is om verder te kijken, om na te denken over hoe we bepaalde situaties kunnen verbeteren. En dan is rationaliteit onze beste gids. Moreel handelen berust op onpartijdigheid. SINGER: Ja, ik denk dat hij daar een punt zou kunnen hebben. Maar uitsluitsel is er niet, omdat er simpelweg te weinig gegevens zijn. Het gaat beter op heel wat vlakken: de lucht in onze steden is schoner geworden, meer mensen dan ooit tevoren hebben een minimale levensstandaard. Procentueel gezien neemt het aantal mensen in absolute armoede af. Of hun aantal ook absoluut is afgenomen, weten we niet zeker. SINGER: Nee, die kwestie lijkt mij nog onbeslist. We hebben niet alleen te weinig gegevens, het hangt er ook van af welke cijfers je gebruikt. Bedoelen we de armste dertig procent? Dan heeft de globalisering hen geholpen. Bedoelen we de armste tien procent? Dan heeft de globalisering hen niet geholpen. SINGER:(lacht) Ik heb sympathie voor Lomborg, ik weet wat het is om zo onder vuur te liggen. Maar zijn boek The Skeptical Environmentalist vertoont vele gebreken. En het klopt dat de honger in de wereld momenteel geen prioriteit lijkt te zijn. Maar het ene hoeft het andere niet uit te sluiten: dankzij het Kyoto-protocol kunnen we, zelfs zonder de medewerking van de VS, iets doen aan beide problemen tegelijk. Door de handel in emissienormen kunnen de middelen op een rechtvaardige manier worden herverdeeld. SINGER: Precies. Eén procent is het strikte minimum. Als iedereen dat deed, zou er veel veranderen. Dat kunt u makkelijk uitrekenen. SINGER: Als je naar het globale probleem kijkt, wel. Maar wat voor ons een kleine gift is, maakt voor mensen in de derde wereld het verschil tussen leven en dood. Wat betekent één procent van uw inkomen voor u? Niets, totaal niets. Dus de consequenties van niet of wel geven, zijn overduidelijk. SINGER: Voor een consequentialistisch filosoof is dat theoretisch mogelijk. Kijk, de beste rechtvaardiging voor die oorlog was het feit dat Saddam Hoessein een tiran was, die zijn volk folterde en vermoordde. Maar niet dat hij een bedreiging vormde voor de Verenigde Staten. Dus als de Verenigde Naties hadden gezegd: wij vinden dit geen legitiem regime en we denken dat het gerechtvaardigd is om in te grijpen, dan had je de aanval op Irak kunnen verdedigen. De vraag is alleen: was er een alternatief? En zo nee, hoeveel mensenlevens kost die aanval? Die laatste vraag is nog niet beantwoord. En een alternatief was er wél, toch voor de opruiming van massavernietigingswapens, want daarover ging de discussie binnen de VN. Irak leek bereid om mee te werken met de wapeninspecties en tot dusver is er nog geen enkel bewijs geleverd dat de wapeninspecteurs hun werk niet hebben gedaan. Dus zelfs al krijgt Irak op termijn een stabiel en democratisch regime, wat een goede zaak zou zijn, dan nog is de belangrijkste consequentie van deze oorlog uitermate negatief, namelijk de schade die de VN als instelling heeft opgelopen, doordat Amerika de globale scheidsrechter wil zijn. Die houding van de VS is erg gevaarlijk. SINGER: Ja. De vraag is nu: wanneer mag of moet de internationale gemeenschap ingrijpen? SINGER: Soms hebben we niet alleen het recht, maar ook de plicht tot interventie. Maar zo'n beslissing moet worden genomen door een onpartijdig orgaan. Kosovo was in dat verband een precedent voor wat we nu meemaken. De VN greep niet in, maar Milosevic moest worden gestopt. Dus deed de NAVO het. Met als gevolg dat het respect voor de VN als scheidsrechter afnam, dat is de prijs die we hebben betaald. In Rwanda had de VN ook moeten ingrijpen. Als de overtuiging bestaat dat een groot aantal mensen dreigt om te komen en dat dit, met een redelijke kans op slagen, kan worden voorkomen door het gerichte en zo beperkt mogelijke gebruik van geweld, dan heeft de internationale gemeenschap de plicht om in te grijpen. SINGER: Nee. Tenzij een onpartijdige, internationale instelling zich daarover uitspreekt. En dat is, uiteraard, erg lastig. Er zijn een aantal landen die over massavernietigingswapens beschikken. Welke van die landen vormen een bedreiging, en voor wie? Als je ervan uitgaat dat een preventieve oorlog gerechtvaardigd kan zijn, zie ik niet waar dat ophoudt. Noord-Korea heeft de capaciteit om een verwoestende aanval op Amerika te lanceren. Maar wie bedreigt wie? Het is duidelijk dat Amerika momenteel een grotere bedreiging vormt voor Noord-Korea dan andersom. Die dreiging is zelfs groter dan de dreiging van Irak voor Amerika ooit is geweest. Heeft Noord-Korea dan ook het recht om een preventieve oorlog tegen Amerika te beginnen? En zien ze daarvan af omdat Amerika een te machtige tegenstander is? Dan is het dus een kwestie van militaire overmacht, en niet van internationaal recht. SINGER: Mondiale democratie is misschien het ultieme doel, maar geen noodzakelijke voorwaarde. Je kunt je een wereld voorstellen waarin iedereen een beroep kan doen op een sociaal vangnet, zoals wij dat kennen in onze welvaartsstaten. Internationale instellingen kunnen wereldwijd belastingen heffen, zoals de Tobin-taks op financiële verrichtingen. De opbrengsten kunnen worden gebruikt om armoede te bestrijden waar dat het meeste nodig is. Op termijn moet het mogelijk zijn om voor iedereen een minimale welvaart te garanderen. SINGER: Daar kunnen we naartoe werken. Het zou een eerste stap vooruit zijn als elk land in de algemene vergadering van de VN een stem zou krijgen die gewogen wordt op basis van het bevolkingsaantal. SINGER: Dat is een probleem. Maar een situatie waarin China een even zware stem heeft als IJsland lijkt mij evenmin democratisch. De ideale optie bestaat niet. Een mogelijkheid kan zijn om tegen de Chinese overheid te zeggen: als u wilt dat uw stem even zwaar weegt als uw bevolkingsaantal, moeten uw vertegenwoordigers bij de VN door uw bevolking worden verkozen. Niet dat China dat zou aanvaarden, maar het zou een wenselijke evolutie zijn. Ik schrijf in dat verband ook dat ik de Europese Unie een bruikbaar model vind voor een mondiale democratie, omdat aan kandidaat-lidstaten behalve economische en politieke ook ethische voorwaarden worden gesteld, zoals de afschaffing van de doodstraf. SINGER: Ik weet niet of daar een antwoord op bestaat. Het spreekt voor zich dat mensen zich kleiner en machtelozer voelen naarmate de entiteit groter wordt. Maar wat is het alternatief? Op een internationaal niveau worden sowieso beslissingen genomen die een impact hebben op ons allemaal. En nu hebben veel mensen in die instellingen helemaal geen stem. SINGER: Het leed van kippen in legbatterijen doet mij sowieso iets. Ze hebben toch geen goed leven en ze worden toch geslacht. Toen het Britse vee wegens mond- en klauwzeer massaal werd vernietigd, waren veel mensen verontwaardigd: ze vonden die brandende stapels verschrikkelijk! Vreemd. Wat dachten ze misschien dat er anders met die dieren zou zijn gebeurd? Dachten ze dat het beter was om naar het slachthuis te worden vervoerd? SINGER: Over de manier waarop we ons voedsel produceren. En over de vraag of een ethisch dieet mogelijk is zonder daarom strikt vegetarisch te eten. Je zou bijvoorbeeld alleen maar vlees kunnen eten dat op een menswaardige manier is geproduceerd. SINGER: Nee, hoor. Je hoeft je niet schuldig te voelen over alle problemen van deze wereld. Concentreer je op de kleine maar belangrijke bijdrage waarmee je een verschil kunt maken. SINGER: Het is moeilijk om de invloed van een boek te isoleren van zoveel andere factoren. Maar ik denk wel dat Animal Liberation een verschil heeft gemaakt. Velen hebben het gelezen en overal ter wereld hebben veel organisaties hard gewerkt. Dieren hebben, vooral in Europa, toch al zekere rechten: er is vooruitgang in de industriële landbouw, de wetgeving op dierlijke experimenten is duidelijk verbeterd... Het kan nog veel beter, maar de beweging heeft een positieve impact op de levens van honderden miljoenen dieren. SINGER: Dat weet ik niet. Maar het is onvermijdelijk dat steeds meer mensen zich bewust zullen worden van het enorme contrast tussen overvloed en armoede. En dat steeds meer mensen zullen inzien wat sommige organisaties kunnen doen met een relatief kleine gift. Heeft Oxfam een afdeling in België? Joël De Ceulaer'WE VINDEN ZOGEZEGD DAT ALLE MENSEN GELIJK ZIJN. MAAR IN FEITE BEWIJZEN WE DAT IDEE ALLEEN MAAR LIPPENDIENST.'