Noemt de Europese Unie een datum of doet ze dat niet? Legt ze eindelijk vast wanneer ze de exportsubsidies (2,8 miljard euro) zal schrappen, waarmee ze landbouwproducten onder de kostprijs dumpt in het buitenland, en zo de lokale boeren in ontwikkelingslanden oneerlijke concurrentie aandoet? Die vraag stond dagenlang centraal op de ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
...

Noemt de Europese Unie een datum of doet ze dat niet? Legt ze eindelijk vast wanneer ze de exportsubsidies (2,8 miljard euro) zal schrappen, waarmee ze landbouwproducten onder de kostprijs dumpt in het buitenland, en zo de lokale boeren in ontwikkelingslanden oneerlijke concurrentie aandoet? Die vraag stond dagenlang centraal op de ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat het vijf dagen duurde vooraleer de EU een datum noemde - 2013 - relativeert het idee dat deze onderhandelingsronde een ontwikkelingsronde zou zijn. 'Als we die datum niet zomaar geven, is het omdat we daarvoor iets terug willen', zei de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD). De minister dacht aan toegang voor Belgische dienstenbedrijven in ontwikkelingslanden. 'Sommige landen hebben niet eens een fatsoenlijke bank. Het is goed voor hun ontwikkeling als onze banken op die markten actief kunnen zijn.' Een standpunt dat absoluut niet wordt gedeeld door de meeste ontwikkelings-ngo's en door ontwikkelingslanden die niet onder druk willen worden gezet om hun markten te openen. De EU gokte dus op een relatief kleine toegeving inzake landbouw in ruil voor meer kansen voor hun diensten en industriegoederen. Is dat gelukt? Het is typisch voor de bijzonder technische WTO-teksten dat verschillende interpretaties ervan elkaar in de weg lopen. Eén ding is echter zeker: ontwikkelingsthema's kregen veel aandacht. Dat is allicht geen toeval. Op de vorige WTO-top, in 2003, was immers gebleken dat de ontwikkelingslanden het serieus meenden met die ontwikkelingsronde. Ze namen duidelijke standpunten in. Toen ging de EU iets te hard door op haar eigen thema's, waardoor de besprekingen vastliepen. In Hongkong ging het er dus heel anders toe: er werd vooral gepraat over dingen die de ontwikkelingslanden belangrijk vonden. Zo is er een zogenaamd ontwikkelingspakket, dat producten van de minst ontwikkelde landen vrije toegang geeft tot de markten van de rijke landen en dat ontwikkelingslanden middelen aanreikt om hun handelscapaciteit (infrastructuur, instellingen, kennis) te versterken. Het is echter onduidelijk of het om extra geld zal gaan. Met een bevolking waarvan de helft nog boer is, wilden de ontwikkelingslanden daarbovenop toegevingen voor de landbouw. Op korte termijn is de EU echter alleen bereid de exportsubsidies op te geven. Haalden de ontwikkelingslanden hun slag thuis? Net als twee jaar geleden in Cancun organiseerden de ontwikkelingslanden zich in verschillende groepen, die een gemeenschappelijk standpunt innamen. Een historisch moment, volgens de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken Celso Amorim. 'De rijke landen kunnen ons niet meer uit elkaar spelen.' De Indiase handelsminister had het zelfs over een nieuwe economische architectuur: 'De rijke landen zijn op een aantal domeinen niet meer competitief; en hier is vastgelegd dat ze dat niet met subsidies mogen compenseren.' Toch gingen vooral de Afrikaanse katoentelers met minder dan verwacht naar huis: van de 4 miljard dollar subsidies waarmee de Verenigde Staten hun 25.000 katoenboeren steunen, zouden alleen de 250 miljoen exportsubsidies op korte termijn verdwijnen. J.V.