Copyright Der Spiegel/Knack. Vertaling Piet de Moor
...

Copyright Der Spiegel/Knack. Vertaling Piet de MoorJohn Cleese (63) werd beroemd door de BBC-show Monty Python's Flying Circus (1969 tot 1974). Zijn grootste succes boekte de gediplomeerde jurist als de advocatensukkel in de gangsterkomedie A Fish called Wanda (1988). Op dit moment is Cleese in het nieuwe Harry Potterspektakel te zien als hersenloze Nick en in het nieuwe James Bondavontuur als ingenieur Q. CLEESE: Maar hoe komt u daar toch bij? CLEESE: Ja, er heerst nog altijd een ruim verspreide anti-Duitse stemming in Groot-Brittannië en de algemene heksenjacht op de Duitsers is nog altijd open in de media, vooral in die vreselijk domme boulevardkranten. CLEESE: Eerlijk gezegd heb ik dit negatieve Duitslandbeeld nooit begrepen. Direct na de oorlog? Ja, daar kan ik inkomen. Maar vandaag de dag? Uit welke stad komt u? CLEESE: Schitterend! Mijn lievelingsstad in Duitsland. Aan Hamburg kan je zien wat uit de combinatie van goede smaak en geld kan ontstaan. CLEESE: In elk geval heb ik me daar altijd zeer goed in mijn vel gevoeld. Toen ik eens in het Hamburgse hotel Atlantic met de conciërge stond te praten, riep een Duitse zakenman door de lobby: 'Hey John, don't mention the war!' Ze hebben zich allemaal doodgelachen. CLEESE: En dat was een aflevering waarin de Britten gehekeld werden, niet de Duitsers. Wij Britten hadden tot het begin van de twintigste eeuw altijd goede betrekkingen met Duitsland. Op de keper beschouwd zijn de Fransen onze natuurlijke vijanden. CLEESE:Schweinhund, u mag Schweinhund niet vergeten! Mijn liefste zin is echter (in het Duits): ' Ich kann mit einem Eierlöffel Fledermäuse totschlagen.' Ik zal u zeggen waaraan het allemaal ligt: na 1945 hebben de Britten veel oorlogsfilms gedraaid waarin de Duitsers - wie zou het verbazen? - altijd de schurken waren. Door deze films werden de Britten veel meer beïnvloed dan door de oorlog zelf. CLEESE: Dat moet u mij maar eens uitleggen. Er was ooit een Duitse versie van Fawlty Towers die me beter beviel dan de originele versie. Maar voor zover ik dat kan beoordelen, begonnen enkele kanaalbazen, die plots het klamme zweet in hun oksels voelden, er zich tijdens de montage mee te bemoeien. CLEESE: En dat verbaast niemand. Want vandaag hebben bij de zenders die mensen het voor het zeggen die denken dat ze alles beter weten - in elk geval beter dan de creatieven. De ambitie om gewoon goede televisie te maken, is voor altijd verdwenen. De commercialisering heeft gewonnen. CLEESE: Het heeft ermee te maken dat wij Britten onze gevoelens graag op een armlengte afstand van ons houden. Wij moeten alles ironisch zien en daarom probeer ik zoveel mogelijk niet-ironisch te zijn. CLEESE: Het gaat gewoon om observatie. Als je goed uit je doppen kijkt, merk je wel dat het meeste wat de mens zo uitricht, tamelijk belachelijk is. Dat biedt de humor heel wat mogelijkheden. Zodra de haat de kop opsteekt, houdt het meestal op komisch te zijn. Je kan geen goede komedie schrijven over iets wat je uit de grond van je hart veracht. CLEESE: De Franse filosoof Henri Bergson heeft een zeer goed boek over het lachen geschreven. Om komisch te zijn, aldus Bergson, heb je een kortstondige narcose van het hart nodig - wat iets helemaal anders is dan een langdurige verdoving. Als je met iets lacht, blijft je sympathie voor een ogenblik zweven, ze blijft eventjes neutraal. Maar altijd als je met het menselijk gedrag lacht, dreigt het verkeerd af te lopen. Met perfecte mensen valt nu eenmaal niet te lachen. Maar dat betekent nog niet, dat we wreed zijn. Of het zou moeten zijn dat we met onszelf lachen. CLEESE: Zeker, beslist. Je moet op een knopje kunnen drukken. Je kan het vergelijken met het oplossen van een cryptisch kruiswoordraadsel. Je stelt je plots anders in en gaat anders denken... CLEESE: Je gedraagt je als een voetbalspeler die op het veld komt. Die speler gedraagt zich anders dan wanneer hij naar een diner gaat. Voor ik op het podium stap of voor de camera kom of een interview geef of een publiek personage word, voel ik die verandering: ik moet ietwat vrolijker worden omdat ik weet dat de mensen dat verwachten. Ik wil ze niet teleurstellen. En als het allemaal achter de rug is, blijft de adrenalinespiegel nog een tijdje staan, een half uurtje of zo, en dan word ik weer normaal. CLEESE: Ja, helaas! Dat is de schuld van de Amerikanen, die veel te veel geld uitgeven aan teenagerentertainment. We moeten vandaag de dag kinderen van 14 jaar bezighouden die noodgedwongen geen enkele levenservaring hebben, geen vorming en geen smaak - en die nu toch de voornaamste doelgroep vormen. Daarom ligt het zwaartepunt nu bij de ruwe humor. Films waarvan de komische kant ietwat ambitieuzer is, worden nauwelijks nog gemaakt. CLEESE: Als ik daar de energie nog voor had, zou ik het doen. Vijf jaar geleden heb ik het geprobeerd. Het resultaat was Wilde Creatures...CLEESE:... waarin ik tweeënhalf jaar van mijn leven geïnvesteerd heb. Maar kort nadat de film in de bioscoop in circulatie ging, brak de Star Wars-revival uit, en onze film was dood, morsdood. De filmbusiness is een kansspel en daarvoor ben ik met mijn 63 jaar te oud. CLEESE: Ik vrees het, ja. Maar ik zou liever hebben dat er juist een einde aan zou komen. Ik ben in Engeland te bekend. Het is lastig om prominent te zijn. CLEESE: Zo ver zou ik niet eens komen. Ik heb het vroeger geprobeerd. In de lift werd ik door iemand aangesproken. Dat was nog oké. Maar in de lobby hield iemand me tegen en probeerde me ervan te overtuigen om met hem naar een party te gaan. Toen ik eens met een goed uitziende vrouw, die niet de mijne was, in een restaurant binnenkwam, vielen aan alle tafels de gesprekken stil. Iedereen trachtte ons af te luisteren om erachter te komen of we een affaire hadden met elkaar. Die hadden we niet. Maar als je alleen al door je loutere aanwezigheid er de oorzaak van bent dat een heel restaurant meer met die vraag bezig is dan met het eten, wordt het werkelijk onaangenaam. CLEESE: De grote wederverenigingstournee zal er komen als er nog eens vier gestorven zullen zijn. Dat kan niet lang meer duren. Eric Idle staat al lang klaar om af te treden. Met Terry Gilliam gaat het niet bijzonder goed en Terry Jones is afgelopen jaar bijna drie keer doodgegaan. Dus zullen Michael Palin en ikzelf het onder elkaar moeten uitmaken. Wie van ons twee overblijft, gaat op de Final Python Tour. Afgesproken! 'Als je goed uit je doppen kijkt, merk je wel dat het meeste wat de mens zo uitricht, tamelijk belachelijk is.'