Zelfs in het Vlaams Parlement zorgde Knacks top 50 van de Vlaamse literatuur (zie Knack, 2 april 2008) voor discussiestof. In de commissievergadering van 17 april gaf minister Bert Anciaux (Vl.Pro) tekst en uitleg bij een vraag van Dirk de Kort (CD&V) naar de canonieke stand van zaken. Anciaux was blij dat hij kon verwijzen naar een samenkomst op 9 april van de verschillende actoren uit het literaire veld die de canondiscussie eindelijk hadden opgestart. Ondertussen blijft het gissen naar een concreet lijstje met auteurs én boeken. Anciaux bevestigde nochtans dat er al dit jaar een pilootuitgave zou verschijnen, en dat het...

Zelfs in het Vlaams Parlement zorgde Knacks top 50 van de Vlaamse literatuur (zie Knack, 2 april 2008) voor discussiestof. In de commissievergadering van 17 april gaf minister Bert Anciaux (Vl.Pro) tekst en uitleg bij een vraag van Dirk de Kort (CD&V) naar de canonieke stand van zaken. Anciaux was blij dat hij kon verwijzen naar een samenkomst op 9 april van de verschillende actoren uit het literaire veld die de canondiscussie eindelijk hadden opgestart. Ondertussen blijft het gissen naar een concreet lijstje met auteurs én boeken. Anciaux bevestigde nochtans dat er al dit jaar een pilootuitgave zou verschijnen, en dat het de bedoeling was om vanaf volgend jaar uit een voorraad van 100 titels elk jaar 8 tot 10 klassieken te brengen. De vraag waarop niemand een antwoord kan geven, is echter welke auteurs en boeken de status van klassieker verdienen, en hoe het evenwicht tussen die 100 Vlaamse en Nederlandse onsterfelijken zal worden ingevuld. De Nederlanders hebben hun lijstjes al klaar, met vooral Nederlandse schrijvers die in een dergelijke pantheonuitgave passen. Maar aan Vlaamse kant wordt er blijkbaar om de hete brij gedraaid. Edward Vanhoutte, coördinator van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenonderzoek (CTB), verzekerde al in 2001 ('De lezer bedrogen') dat het belangrijk was om zo vlug mogelijk een inventaris van 100 Vlaamse literaire hoogvliegers te maken: 'Er moet dus dringend werk gemaakt worden van een lijst van een honderdtal prioritair uit te geven Vlaamse literaire werken die onder de aandacht moeten blijven van het publiek.' Schrijnend is het dat hij in zijn zogenaamde visietekst op de uitgave van klassieke teksten in Vlaanderen van maart 2007 nog altijd moest terugvallen op een bevraging uit 2000 en een daaruit resulterende Vlaamse canon van amper 22 namen, waarvan hij nu beweert dat het geen canon was, ook al stond die als dusdanig geboekstaafd. Aangezien het CTB onder de vleugels van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) opereert, weten blijkbaar ook de Vlaamse Académiciens nog altijd niet welke Vlaamse literaire werken tot het Vlaamse literaire erfgoed dienen te worden gerekend. Fundamentele discussies over zinde en onzin van literaire canonvorming werden al jaren geleden gevoerd en hoeven niet te worden herkauwd. De teneur van dit canonverhaal is: geen enkele canon is er voor de eeuwigheid, want mensenwerk - zeker in de kunsten - vraagt voortdurende correctie. Waar wacht men dus op om er eindelijk mee te beginnen? De lijstjes met namen kunnen bijvoorbeeld elke 20 à 25 jaar, de tijd van een generatie, grondig worden herbekeken in het licht van de dan heersende literair-maatschappelijke gevoeligheden. Wie over literaire kwaliteit en maatschappelijke relevantie van een kunstwerk oordeelt, moet inderdaad geregeld de positie van zijn bakens bijstellen. De Academie heeft dus redenen genoeg om zo vlug mogelijk haar bestaansreden te bewijzen als behoedster van het Vlaamse literaire erfgoed. Anders loopt ze het risico dat Anciaux voor de tweede keer de fraaie Gentse rococotempel van de Academie wil verkopen. Heren van stand en een enkele dame hebben recht op een mooie façade, maar ze moeten die heel soms ook verdienen. door Frank Hellemans