'De inzet van de verkiezingen is voor mij heel duidelijk', zegt Naima Charkaoui. 'We moeten naar een copernicaanse omwenteling. Vandaag staan de economische vraagstukken centraal. Geen moeite is te veel om daar een oplossing voor te zoeken. De sociale waarden krijgen veel minder aandacht en worden niet zo actief verdedigd. Terwijl die sociale waarden net de basis van de samenleving moeten vormen.'
...

'De inzet van de verkiezingen is voor mij heel duidelijk', zegt Naima Charkaoui. 'We moeten naar een copernicaanse omwenteling. Vandaag staan de economische vraagstukken centraal. Geen moeite is te veel om daar een oplossing voor te zoeken. De sociale waarden krijgen veel minder aandacht en worden niet zo actief verdedigd. Terwijl die sociale waarden net de basis van de samenleving moeten vormen.' Charkaoui neemt eind augustus afscheid als directeur van het Minderhedenforum, het platform dat zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden een politieke stem probeert te geven. Na twaalf jaar door die bril naar de wereld te hebben gekeken, is haar conclusie duidelijk. 'Ik zie op alle vlakken een verkramping en verstrenging', zegt ze. 'Denk aan het debat over diversiteit, denk aan de GAS-boetes, denk aan de inperking van sociale rechten. Dat moet ons aanzetten om eens grondig na te denken over onze belangrijkste waarden, en hoe we die gaan bewaken en verdedigen.' NAIMA CHARKAOUI: Dat doet de politiek sowieso. Soms door in te grijpen, soms door net niet in te grijpen. Werkloosheidsuitkeringen willen steeds meer politici beperken in de tijd, en discriminatie op de arbeidsmarkt wordt de facto gedoogd. Op die manier wordt de samenleving schade toegebracht. Politici moeten meer ambitie hebben, ze moeten streven naar sociale vooruitgang. Vandaag laten ze zich te veel in de rol van waakhond duwen. Er gaat enorm veel energie naar de verstrenging van het beleid. CHARKAOUI: Dat is de veronderstelling die politici maken. Daarom voeren ze beleid met de billen dichtgeknepen, ze willen vooral niet te laks overkomen. Maar ik denk dat ze de Vlamingen onderschatten. Politici moeten niet alleen volgers en waakhonden zijn, ze moeten durven voorop te lopen, ze moeten leiders durven te zijn. Vlaanderen heeft trouwens een enorm potentieel aan mensen die zich inzetten voor een betere wereld. Er zijn zo veel verenigingen die hun steentje bijdragen. Daar kan de politiek op inspelen. CHARKAOUI: Als het over langer werken gaat, vinden politici het hun taak om die moeilijke boodschap te brengen. Waarom zouden ze dat niet kunnen rond een aantal positieve waarden? Waarom zouden politici niet met evenveel elan kunnen opkomen voor gelijkheid, tegen armoede, racisme en discriminatie? Waarom zouden ze geen gebruik kunnen maken van het engagement dat volop aanwezig is in het middenveld? Politici moeten verder kijken dan het puntje van hun neus, en breder dan de smalle middenmoot. CHARKAOUI: De modale Vlaming, die voortdurend door iedereen als vertrekpunt wordt genomen. De zogenaamde grondstroom is de heilige graal van veel politici. Het is de sjabloon waarop elk beleid wordt gebaseerd. Wie niet in de sjabloon van de modale Vlaming past, is geen goede buur of burger of werknemer. Zo komen we in deze diverse samenleving niet vooruit. In plaats van iedereen in die sjabloon van de modale Vlaming te duwen, zouden politici beter de complexe realiteit als uitgangspunt nemen. CHARKAOUI: Niet alleen. Kijk naar het onderwijs. Het uitgangspunt van ons onderwijs is de modelleerling. Iedereen die van dat ideaal afwijkt, krijgt remediëring. Maar op den duur wijken bijna alle leerlingen af van dat ideaal, en heeft iedereen remediëring nodig. Dat is niet realistisch. We moeten als maatschappij een klik maken en niet iedereen per se in die sjabloon willen stoppen. Ook in rusthuizen, bijvoorbeeld. In plaats van alle bejaarden per se op dezelfde manier te willen behandelen, is het beter om ervan uit te gaan dat iedereen verschillend is, en dat rusthuizen zich moeten aanpassen aan de bewoners. CHARKAOUI: Er zijn toch positieve signalen. Vandaag zijn al vier Vlaamse partijen expliciet tegen een hoofddoekenverbod. En vijf partijen zijn voorstander van zogenaamde praktijktesten waarmee kan worden aangetoond dat een bedrijf discrimineert. CHARKAOUI: Ik zou willen voorstellen dat bij elke euro die de overheid uitgeeft een aantal criteria worden gehanteerd. Bedrijven die een overheidsopdracht willen, zouden een actief beleid moeten hebben rond diversiteit. Ook de budgetten voor innovatie en Onderzoek en Ontwikkeling zouden moeten worden toegekend aan organisaties die actief werken aan diversiteit op de werkvloer. Ik vind: als je niet eens naar diversiteit streeft, hoe kun je dan innovatief zijn op andere vlakken? De overheid geeft veel geld uit, en daar mag iets tegenover staan. CHARKAOUI: Ik zeg niet dat alle bedrijven hetzelfde moeten doen, ook die kun je niet allemaal in dezelfde sjabloon stoppen. Maar er moet een kentering komen in het beleid. Dat kan door discriminatie actief op te sporen en te bestraffen. Maar dat kan tegelijk ook door bedrijven te belonen als ze inspanningen doen. Met een vrijblijvend discours schieten we niets meer op. De overheid moet dieper ingrijpen in de samenleving.