In de jaren tachtig was er een jonge cultuurpessi-mistische CVP'er die zich publiekelijk ergerde aan het niveau van de toenmalige literatoren. Vlaanderen had naar verluidt nood aan een nieuwe Kulturkampf, die ons zou moeten bevrijden van 'nihilisme, Hollandse permissiviteit, waarderelativisme en links yuppiedom'. Verontwaardiging én hilariteit alom.
...

In de jaren tachtig was er een jonge cultuurpessi-mistische CVP'er die zich publiekelijk ergerde aan het niveau van de toenmalige literatoren. Vlaanderen had naar verluidt nood aan een nieuwe Kulturkampf, die ons zou moeten bevrijden van 'nihilisme, Hollandse permissiviteit, waarderelativisme en links yuppiedom'. Verontwaardiging én hilariteit alom. Twintig jaar later: een Antwerpse cultuurgedeputeerde schrapt te elfder ure de tentoonstelling van Louis Paul Boons Feminateek. Nee, de gedeputeerde in kwestie pleegt geen censuur. Want de kwaliteit van de tentoonstelling was 'ondermaats'. In het mediastormpje dat volgt krijgt de man een mediabereik dat hem in zijn dertigjarige tournee langs de Kempense Davidsfondsafdelingen nooit te beurt is gevallen. Sommige politici hebben het tot de dag van vandaag nog altijd lastig met bepaalde artistieke uitingen van moderniteit. Dat zijn uiteraard lang niet alleen christendemocraten. Wat ze delen, is de wil tot betutteling. Alsof mensen niet zelf kunnen oordelen over wat mooi is en wat niet. Uiteraard hebben politici het goede recht om een boek of tentoonstelling rommel te vinden. Ze gaan echter te ver indien ze de waan van de dag volgend een subsidie voor een voorstelling van Vitalski intrekken. Of de voorstelling zelf. Met als flauw excuus de 'artistieke kwaliteit', om toch maar niet het woord censuur te moeten gebruiken. Uiteraard hebben zulke acties soms ook een pervers effect: het is 'reclame op staatskosten'. De politicus scoort goed bij zijn achterban, de artiest krijgt extra pers. De vrijheid om cultuur te consumeren en te produceren is afgeleid van het fundamentele recht op zelfontplooiing. Omdat mensen kansen verdienen om domheid en middelmaat te overstijgen. De overheid kan, móét steunen. Moet randvoorwaarden creëren. Museumdirecteurs en intendanten moeten artistieke kwaliteit zoeken. De kunstenaar moet onze samenleving een spiegel blijven voorhouden. Zelfs al is dat confronterend. Voorál dan. Is ons recht op vrije meningsuiting heilig? We praten veel over de grenssituaties. Maar uiteraard gaat het over veel meer. Vrijheid en vrije meningsuiting zijn onlosmakelijk verbonden met wederzijds respect en het opnemen van verantwoordelijkheid. We moeten ernaar streven de publieke ruimte op een geciviliseerde manier met elkaar te delen. Of op dezelfde wijze besluiten dat we het met elkaar oneens zijn. Argumenten gebruiken in het debat en niet de man spelen. Een samenleving moet zichzelf reguleren. Maar als er bij wijze van spreken doden kunnen vallen, moet er opgetreden worden. Daar stopt de vrije meningsuiting. Daar primeren de openbare veiligheid en de bescherming van hen die zich hiertegen niet kunnen verdedigen. Maar we moeten vooral alles in verhouding bekijken. Hoe we over onze samenleving spreken, heeft gevolgen voor de verhoudingen tussen de diverse individuen en gemeenschappen. Wederzijdse confrontatie is contraproductief. Veel belangrijker is wat we wel zeggen, en hoe we dat doen. Het recht op vrije meningsuiting betekent niet dat we moeten stoppen met nadenken over wat we zeggen. AXEL POLIS IS KERNLID VAN LIBERALES. DIT IS EEN INGEKORTE VERSIE VAN DE SPEECH DIE HIJ GAF TIJDENS DE 'NACHT VAN DE CENSUUR' VAN 21 JUNI 2008. door Axel Polis