Fysicus Stijn Buitink (VUB) en zijn collega's hebben bliksems tot in de kleinste details bestudeerd. Dat deden ze met een door Nederlanders bestuurde geavanceerde radiotelescoop die bestaat uit duizenden kleine antennes, verspreid over Europa. Ze zijn allemaal verbonden met een centrale computer, zodat hun metingen in elkaar geschoven kunnen worden. Met de telescoop kan zelfs naar een bliksem in een donderwolk gekeken worden.

De resultaten waren zo spectaculair dat de onderzoekers ze publiceerden in het topvakblad Nature. Ze ontdekten waarom bliksems dikwijls meermaals op dezelfde plek inslaan. Een bliksemkanaal dat uit de wolken komt, wordt dus 'hergebruikt'. De negatief geladen donderwolk wordt niet in één keer ontladen, via één bliksemflits, maar een deel ervan wordt eventjes vastgehouden. Dat gebeurt op breekpunten bij het kanaal naar de aarde. Die kunnen een wolk een paar keer na elkaar opnieuw negatief opladen, waarna telkens een nieuwe flits volgt.

De wetenschappers noemen de breekpunten 'naalden'. De naalden kunnen 100 meter lang zijn en een diameter van 5 meter hebben, waardoor ze voor andere detectiesystemen te klein zijn. Ze bestaan ook maar héél kort. Het resultaat zijn meerdere flitsen om de negatieve lading van een donderwolk naar de aarde te kanaliseren.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.