Op maandag 21 februari 2005 stierf Guy Mathot op 63-jarige leeftijd. Geveld door een hartkwaal was hij eind 2004 al van het politieke voorplan verdwenen. Maar vanaf zijn ziekbed hield hij de touwtjes nog stevig in handen. Hoewel, zijn politieke rivalen begonnen zijn opvolging toen al voor te bereiden. Zijn overlijden legde het onderhuidse geruzie over de erfenis van de politicus even stil. Maar naarmate de week vorderde, zag het ernaar uit dat de oude broedertwisten weer in alle...

Op maandag 21 februari 2005 stierf Guy Mathot op 63-jarige leeftijd. Geveld door een hartkwaal was hij eind 2004 al van het politieke voorplan verdwenen. Maar vanaf zijn ziekbed hield hij de touwtjes nog stevig in handen. Hoewel, zijn politieke rivalen begonnen zijn opvolging toen al voor te bereiden. Zijn overlijden legde het onderhuidse geruzie over de erfenis van de politicus even stil. Maar naarmate de week vorderde, zag het ernaar uit dat de oude broedertwisten weer in alle hevigheid konden losbarsten. De strijd speelt zich af op verschillende fronten. De inzet is de burgemeesterssjerp van Seraing. Maar centraal staat ook het voorzitterschap van de Luikse PS-federatie. Sinds 2003 werd die opnieuw geleid door Mathot. Sommigen betwisten dat hij er nog veel invloed had. In elk geval was hij naar verluidt een van de weinigen die binnen de eeuwige Luikse machtsstrijd voor een voorlopige 'eenheid' kon zorgen. Mathot was niet onbesproken maar had veel politiek talent. Als dertigjarige - wat heel jong was voor die tijd - werd hij Kamerlid en ook burgemeester van Seraing. Op zijn zesendertigste werd hij minister van Openbare Werken en Waalse aangelegenheden. In 1980 kreeg hij de portefeuille Binnenlandse Zaken en Begroting in de regering-Martens IV. In 1981 werd hij vice-premier. Uit die periode stamt van hem de uitspraak, dat 'het begrotingstekort er vanzelf gekomen was, en dus ook vanzelf weer zou verdwijnen'. Nadien rolde Mathot van het ene schandaal in het andere. In verschillende zaken werd hij vervolgd, maar hij zou nooit veroordeeld worden: van de zwarte kassen van voetbalclub Seraing, tot de aankoop van de olieraffinaderij van Feluy en de Agusta-zaak in 1994. Mathot raakte tot tweemaal toe zijn politieke onschendbaarheid kwijt. Maar telkens kwam hij weer boven water. Hij was geliefd in zijn streek, al behoorde hij ook tot de generatie van Luikse politici die de PS het stempel van duister affairisme bezorgde. De Luikse federatie was in die periode bijzonder machtig in de partij. De jongste jaren zag ze haar macht wel afkalven, maar dat betekent nog niet dat er geen rekening meer gehouden wordt met Luik. Vandaag lijkt PS-voorzitter Elio Di Rupo zelfs opnieuw bezorgd over de toekomst van de federatie: 'Voor Luik zullen we een goede oplossing moeten vinden', zei hij zaterdag tijdens de begrafenisplechtigheid. Of, voorkomen dat ze het oude PS-imago weer eer aandoet? I.V.D.