Het griepvirus is erg besmettelijk en vooral tijdens een epidemie gebeurt de verspreiding razendsnel en op grote schaal. De beste manier om een besmetting te vermijden, is het virus te snel af zijn. Op dat vlak heeft een preventieve vaccinatie al duidelijk zijn nut bewezen, vooral bij risicogroepen zoals ouderen, mensen met een verminderd afweersysteem en personen die werken in de gezondheidszorg. Welke rol preventieve vaccinatie speelt bij een gezonde, actieve bevolking tijdens een gewone - griep-epidemieloze - winter, is veel minder duidelijk.
...

Het griepvirus is erg besmettelijk en vooral tijdens een epidemie gebeurt de verspreiding razendsnel en op grote schaal. De beste manier om een besmetting te vermijden, is het virus te snel af zijn. Op dat vlak heeft een preventieve vaccinatie al duidelijk zijn nut bewezen, vooral bij risicogroepen zoals ouderen, mensen met een verminderd afweersysteem en personen die werken in de gezondheidszorg. Welke rol preventieve vaccinatie speelt bij een gezonde, actieve bevolking tijdens een gewone - griep-epidemieloze - winter, is veel minder duidelijk. Maar goed. Stel dat u, al dan niet gevaccineerd, toch besmet wordt door het griepvirus. De kans is vrij groot dat de griep - of een grieperig gevoel - u tot bij de huisarts brengt. Al was het maar omdat men bij een echte griep waarschijnlijk toch wel een paar dagen voldoende van de kaart is om arbeidsongeschikt te zijn. En dan wil uw werk- gever daar wel een schriftelijk bewijs van. De meeste huisartsen zullen niet alleen de diagnose stellen en u naar huis laten gaan met een briefje voor de werkgever, maar ook proberen de symptomen van de ziekte te verlichten met medicatie. Iets tegen de koorts, spier- en hoofdpijn, misschien een middeltje tegen de hoest en natuurlijk het advies om het bed te houden en veel te rusten. Omdat griep veroorzaakt wordt door een virus, heeft het geen zin om een antibioticakuur - werkzaam tegen infecties door bacteriën - te beginnen. Dus heel veel valt er tegen een griep niet te doen. Eenmaal dat de symptomen optreden, is het kwaad eigenlijk al geschied. Omdat de griep toch wel serieuze implicaties kan hebben op de volksgezondheid, zeker bij risicopatiënten en bij gezonde volwassenen in tijden van een epidemie, wordt door de farmaceutische industrie actief gezocht naar een aanpak van de oorzaak van griep, het virus zelf. Een efficiënte bestrijding van het griepvirus vermindert niet alleen de ontwikkeling van de ziekte(symptomen) bij de besmette persoon, maar voorkomt ook de verdere verspreiding van de boosdoener in de omgeving van de zieke. Daarom wordt dus gezocht naar antivirale geneesmiddelen. Tijdens zijn besmettingstocht krijgt het griepvirus de hulp van een enzym: neuraminidase. Wanneer het virus namelijk in contact komt met het menselijk lichaam, zal het in de eerste plaats een cel zoeken om zich te vermenigvuldigen. Om zich daarna door het lichaam te verspreiden, moet het uit die lichaamscel kunnen vrijkomen. Neuraminidase helpt het griepvirus om uit de cel van zijn gastheer te breken. Bovendien zorgt neuraminidase ervoor dat de vrijgekomen virusdeeltjes niet samenklitten - aggregeren -, want dat is natuurlijk minder efficiënt om het hele lichaam besmet te krijgen. Zo zijn bijvoorbeeld de cellen van de ademhalingswegen bedekt met een laagje slijm, mucus, dat door zijn ondoordringbaarheid een natuurlijke beschermlaag vormt tegen veel virale en bacteriële aanvallen. Om toch door deze barrière heen te kunnen dringen, krijgt het griepvirus ook hier weer een helpende hand van neuraminidase. Het is duidelijk dat neuraminidase een belangrijke rol speelt in het (over)leven van het griepvirus in het menselijk lichaam. Het blokkeren of afremmen van dit enzym zou dan ook een belangrijke rol kunnen hebben in het ziekteverloop na een besmetting. Vrij recentelijk zijn er geneesmiddelen op de Belgische markt gekomen die via dit mechanisme werkzaam zijn en daarmee een extra middel aanreiken in de strijd tegen griep. Uit studies bij mensen die besmet zijn met het griepvirus is gebleken dat neuraminidaseremmers inderdaad in staat zijn om de virusvermenigvuldiging te beperken en de symptomen van de griep te verminderen, in ernst en in duur. En toch... Een belangrijke voorwaarde voor de werking van deze geneesmiddelen is dat ze zeer snel na de besmetting moeten worden ingenomen. Concreet betekent dit: binnen de 48 uur nadat de eerste symptomen zijn opgetreden. De studies tonen duidelijk aan dat hoe sneller de neuraminidaseremmer ingenomen wordt, hoe korter de duur van de ziekte zal zijn. Maar in de praktijk is dat allemaal niet zo evident. Het is vrij onwaarschijnlijk dat een gezonde volwassene bij de minste koude rilling, rauwe keel, hoofd- of spierpijn naar de huisarts stapt voor een behandeling van deze symptomen. En als hij dat toch zou doen, dan hoeven deze symptomen nog niet direct tot de diagnose 'griep' te leiden. Dat kan alleen met voldoende zekerheid wanneer er op dat moment een griepepidemie heerst, die door de overheid duidelijk gecommuniceerd is naar de arts. Hierdoor wordt het gebruik van neuraminidaseremmers momenteel beperkt tot de periodes waarin er duidelijk een griepepidemie heerst. In alle andere gevallen is de diagnose te onzeker om het gebruik van deze geneesmiddelen bij normaliter gezonde personen te verantwoorden. Niet omdat de huidige neuraminidaseremmers schadelijke bijwerkingen zouden hebben, want dat is niet het geval. Een van de redenen is de al bestaande overconsumptie van geneesmiddelen tout court. Een andere belangrijke reden is het risico op resistentie van het griepvirus tegen deze geneesmiddelen. Net zoals bacteriën hoe langer hoe meer ongevoelig worden voor de werking van de antibiotica die we ter beschikking hebben. Neuraminidaseremmers zijn nog niet lang genoeg verkrijgbaar om de oorzaak te zijn van resistentieproblemen. Maar voorzichtigheid is geboden. Met de toch wel stringente voorwaarde van een snelle inname, lijken de neuraminidaseremmers toch interessante voordelen te kunnen bieden. De symptomen van de ziekte, bijvoorbeeld de koorts, zijn minder uitgesproken. Als gevolg hiervan wordt de duur van de ziekte ingekort met gemiddeld anderhalve dag. Nog belangrijker evenwel is dat de eerste klinische studies uitwijzen dat de complicaties die men kan oplopen ten gevolge van de griep, verminderen. Bij voor de rest gezonde personen daalt het antibioticaverbruik dat moet worden ingezet om complicaties ter hoogte van de longen te behandelen. Maar de groep van voor de rest gezonde volwassenen is niet de hoofdbekommernis van griepspecialisten en gezondheidswerkers. In een epidemieloos jaar is de kans op besmetting door het griepvirus en gezondheidsschade voor een gezonde volwassene relatief beperkt. Zelfs tijdens een epidemie zal een normaliter gezonde volwassene, buiten een paar dagen ellende, maar een kleine kans hebben op verdere problemen of complicaties. Bij zestigplussers en bij risicopatiënten zoals diabetici liggen de zaken helemaal anders. Door hun verminderde afweer is het gevaar voor ernstige (bacteriële) infecties zeer reëel, soms zelfs met een fatale afloop. Bij deze patiënten zou het heel belangrijk zijn om het griepvirus in te dijken. De soms dramatische gevolgen van griepcomplicaties kunnen door neuraminidaseremmers worden ingeperkt. Een beetje voorbehoud blijft evenwel gepast. De positieve werking van neuraminidaseremmers is namelijk vooral aangetoond bij voor de rest gezonde vrijwilligers (mensen die weliswaar griep hebben, maar geen andere ziekte die hen tot risicopatiënten catalogiseert). Maar de eerste beperkte studies die de complicaties bij risicopersonen evalueren, lijken de positieve resultaten die behaald zijn bij gezonde mensen te bevestigen: er zijn minder longcomplicaties en hospitalisaties. Het blijft belangrijk het gebruik van deze geneesmiddelen in grotere groepen risicopatiënten cijfermatig op te volgen, onder andere om na te gaan of ze ook de mortaliteit kunnen verminderen. Dus welke meerwaarde neuraminidaseremmers op grote schaal of tijdens een hardnekkige griepepidemie zullen bieden, blijft voorlopig nog een open vraag. Maar goed, dat is een probleem waarmee elk nieuw geneesmiddel worstelt. In het geval van een geneesmiddel met zeer uitgesproken effecten zal het echter een stuk gemakkelijker zijn om artsen, patiënten en overheid te overtuigen van de plaats en de onmisbaarheid van dat product in de medische praktijk. Als kostenbesparende maatregel voor de gezondheidszorg lijken neuraminidaseremmers op het eerste gezicht weinig voordeel te kunnen bieden. Tijdens een griepepidemie neemt het aantal artsenbezoeken aanzienlijk toe, gemiddeld blijkt dat 1,25 keer per griepgeval te zijn. Aangezien neuraminidaseremmers alleen op voorschrift worden afgeleverd, moet de zieke toch eerst bij de arts langs, wat een mogelijke kostenbesparing vermindert. Tijdens elke griepperiode neemt ook het antibioticaverbruik toe. Dat kan te wijten zijn aan een bijkomende infectie door bacteriën, bovenop het griepvirus. In die zin kunnen neuraminidaseremmers een belangrijke rol spelen, omdat ze het griepvirus minder mogelijkheden geven om door te breken en bijgevolg de kans op een bijkomende bacteriële infectie verkleinen. Wat dan weer leidt tot een kleinere noodzaak van het aanwenden van antibiotica. Niet onbelangrijk, gezien de huidige problematiek van antibioticaresistentie. Het is echter niet duidelijk of het verhoogde antibioticaverbruik ook niet te wijten is aan een verkeerde diagnose of aan de druk van de patiënt op de arts om toch maar een straf medicament te geven. Neuraminidaseremmers kunnen ook profylactisch worden gebruikt, met andere woorden als bescherming tegen de griep. Deze situatie zou zich kunnen voordoen wanneer een epidemie uitbreekt en u niet gevaccineerd bent. Dan moet de neuraminidaseremmer worden ingenomen nog vóór de besmetting heeft plaatsgehad, en dit gedurende de hele griepepidemie, enkele weken dus. Hieraan hangt dan wel een aardig prijskaartje, maar dat weegt misschien wel op tegen het krijgen van de ziekte. Beschouw het als een noodpil tegen de griep. Maar wie echt een griep wil vermijden, kan zich nog het best laten vaccineren. De campagnes zijn duidelijk en richten zich in de eerste plaats tot ouderen en risicopatiënten. Artsen, verzorgend personeel en mensen die veel met anderen in contact komen, kunnen niet alleen gemakkelijk een kiem oppikken, ze zorgen ook voor de verspreiding ervan. En bij zelfstandigen heeft een (aanslepende) griep een directe invloed op hun inkomen, dus is vaccinatie ook voor hen misschien geen slecht idee. Maar het kan interessant zijn om antigriepmiddelen zoals neuraminidaseremmers ter beschikking te hebben, voor het geval het virus alsnog toeslaat. Nadine JonkersVoorwaarde voor de werking van neuraminidaseremmers is dat ze zeer snel na de besmetting worden ingenomen.