Gie van den Berghe blijft wel bijzonder gebeten op de door de Vlaamse regering samengeroepen informele werkgroep waarin over het 'Holocaustmuseum' hardop wordt nagedacht ('Museum en ideologie', Knack 32). In zijn weerzin tegen die denkgroep betrekt hij ook het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV).
...

Gie van den Berghe blijft wel bijzonder gebeten op de door de Vlaamse regering samengeroepen informele werkgroep waarin over het 'Holocaustmuseum' hardop wordt nagedacht ('Museum en ideologie', Knack 32). In zijn weerzin tegen die denkgroep betrekt hij ook het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV). Van den Berghe heeft ons museum gedurende 40 minuten bezocht. Hij had geen tijd voor de anderhalf uur durende rondleiding. Dit was voor de ethicus wel ruimschoots genoeg tijd om uitspraken te ventileren zoals: 'joodse slachtoffers en hun interpretaties' van een 'uit context gelichte geschiedenis' waarin 'geen aandacht gaat naar de daders', die dan wel 'gedemoniseerd worden' en waarvan het gedrag 'extreem geïntentionaliseerd wordt' (dus toch aandacht voor de daders?). Onze chronologisch en thematisch geordende tentoonstelling brengt een historische synthese van de raciale vervolging in België en het noorden van Frankrijk. Een stuk vaderlandse geschiedenis dus die zich in de Belgische context van het bezette Europa afspeelt. Voor die historische synthese tekende historicus dr. Maxime Steinberg. Museograaf Paul Vandebotermet verzorgde een functionele lay-out. Met pedagogische vertegenwoordigers van de Nederlandstalige en Franstalige onderwijsnetten werd collegiaal het stramien voor de door onze gidsen begeleide bezoeken opgesteld. In de historische vakpers werd het JMDV als voorbeeld gesteld voor historische musea (SOMA bulletin). De beperkte ruimte laat inderdaad slechts een synthese toe. Men kan ons museum dus gerust het ontbreken van zeg maar het economisch perspectief, het psychologisch perspectief, het religieus perspectief, het voorgeschiedenisperspectief aanwrijven als het ontbrekende daderperspectief. Al die perspectieven verdienen inderdaad beter. Ondanks nijpend ruimtegebrek tonen we toch de chronologieën van de vervolging, met de verschillende aanpak van de daders in tijd en ruimte, met hun aarzelingen, met de administratieve aanpak in het westen tegenover de getto's in het oosten, de pogingen tot gettovorming in Nederland, de escalatie... Nergens zult u hier de rechtlijnige, demoniserende verhaallijn ontwaren. Het was trouwens Steinberg zelf die in zijn wetenschappelijk werk als eerste deze gemakkelijke, manicheïstische denkbeelden naar de prullenmand heeft verwezen. Onethisch gaat Van den Berghe te werk als hij over de 'getuigen' spreekt. Om de, uiteraard joodse, vertegenwoordigers van het JMDV in de werkgroep te counteren, ontzegt hij hun iedere aanspraak op waarachtigheid. Hun 'laatste getuigenis' is immers 'allesbehalve betrouwbaar'. Of hoe de methode van historische kritiek op een getuigenis tot een ethische uitspraak omgebogen wordt. In Breendonk geen politieke gevangenen, in de Dossinkazerne geen joden en in Tervuren geen Congolezen meer. Waar GVDB ronduit door het lint gaat, is in zijn nauwelijks verholen poging om tweedracht te zaaien tussen JMDV en Breendonk of de Auschwitzstichting. Het JMDV heeft nooit de pedagogische verdiensten van de Auschwitzstichting in twijfel getrokken en stelde regelmatig samenwerking voor aan de vorige en huidige voorzitter van Breendonk. En inderdaad blijft Dossin daarin de plaats waar het verhaal van de raciale vervolging wordt verteld en Breendonk de plaats voor het verhaal van de politieke gevangenen. Ward Adriaens, conservator JMDV.