De koorts rond de Europese muntunie stijgt. De eenheidsmunt staat in de steigers. Hoe zal de omschakeling van frank naar euro concreet verlopen ? Gesteld dat België door zijn examen komt.
...

De koorts rond de Europese muntunie stijgt. De eenheidsmunt staat in de steigers. Hoe zal de omschakeling van frank naar euro concreet verlopen ? Gesteld dat België door zijn examen komt. DE opbouw van de muntunie kost bloed en tranen, dat voelen de Europeanen wel. Maar het politieke gild houdt voor dat geen betere investering in een welvarende toekomst bestaat. Het zij zo. De invoering van de eenheidsmunt euro, die tegen 1 juli 2002 de nationale munten van de muntunielanden vervangt, is een operatie zonder voorgaande. Veel concreets is daarover nog niet bekend, al liggen scenario's klaar bij het Europees Monetair Instituut, de Europese Centrale Bank in spe, en al tekenen werkgroepen, zoals ook de Belgische, onder leiding van ambtenaren van de Schatkist, het definitief overschakelingsplan van de munten uit. Uit recente enquêtes blijkt 53 procent van de Europese burgers voor de eenheidsmunt. Amper 37 procent zijn tegenstanders. Het neemt niet weg dat 78 procent van de Europeanen bekent niet goed te weten waarover het gaat. De Europese Commissie stelt een miljard frank ter beschikking van de lidstaten om informatiecampagnes op te zetten. België wacht ermee tot het zeker is dat het aan de nieuwe muntunie mag deelnemen. Ook bij de buren valt weinig pr-geweld rond de euro op te vangen. In 1998 maakt Europa uit welke lidstaten aan de muntunie mogen deelnemen. De landen dus die (min of meer) beantwoorden aan de (economische en monetaire) normen van Maastricht. Van Dublin tot Wenen en van Helsinki tot Lissabon voeren politici een welles-nietes-spelletje op over deelnemingskansen van de kandidaten. Zekerheden bestaan niet zelfs Duitsland en Frankrijk slagen niet in het Maastricht-examen. Maar een Europese monetaire unie (EMU), die enige omvang moet hebben om werkzaam te zijn, kan uit die beide landen bestaan plus de Benelux, Oostenrijk, Denemarken, als het dat wenst, en Italië, dat nu ook alweer op de lijstjes van centrale bankiers verschijnt. Groot-Brittannië zou ook kunnen deelnemen, maar er moet een soort mirakel gebeuren voor Londen dat ook wil. De Europese eenheidsmunt heet dus euro en niet ecu, de naam van de sinds jaar en dag bestaande Europese rekeneenheid die (nog altijd) de munten van de lidstaten in een korf verenigt. Dat de vertrouwde ecu sneuvelt, heeft naar verluidt te maken met de argwaan van de Duitse bevolking, die ten gevolge van enkele Europese muntcrisissen zijn vertrouwen in de ecu heeft verloren. Een bij de haren getrokken redenering van de grote bankiers in Frankfurt ongetwijfeld. VASTE KOERSEN.Uur H voor de euro is vastgelegd op 1 januari 1999 om 0 uur. Dan worden de wisselkoersen van de deelnemende landen onherroepelijk aan mekaar en aan de nieuwe euro vastgeklonken. Geen muntschommelingen meer in de EMU-landen. Een Duitse mark kost dan, bijvoorbeeld, onveranderlijk 20,57 frank (koers van 12 juni jongstleden) en een euro 38,89 frank (huidige ecukoers). De wisselkoersen zijn dan afgeschaft en vervangen door een vaste omrekeningskoers, die wettelijk afdwingbaar is. Als het zover is, hebben de deelnemende landen een moeilijke en delicate klus achter de rug. Namelijk het vastleggen van de onderlinge vaste koersen tussen hun munten en met de nieuwe euro. Sommige landen zullen pogen een beetje lager in het definitieve muntenrooster te noteren, andere zullen zich inspannen dit concurrentievoordeel voor exporteurs te dwarsen. Die strijd wordt zeker zo moeilijk als de deliberatie over de normen van Maastricht. Van nieuwjaar 1999 af bestaat dus de nieuwe Europese eenheidsmunt euro. Ze is dan evenwel enkel te gebruiken in het girale (papieren) geldverkeer, wegens het nog ontbreken van biljetten en munten. Tegen die tijd moet een overheid uitmaken tot hoeveel cijfers na de komma te rekenen valt en op welke wijze bedragen worden afgerond. De omzetting van prijzen en andere waarden van Belgische frank in euro zal immers tot onmogelijke getallen met veel decimalen leiden. Die beslissing is dringend, onder meer voor de aanpassing van computerprogramma's en later voor de kassa's in de kleinhandel. Van 1999 af, fase B in het EMU-jargon, gebruikt het bankwezen en het financiële systeem de euro alvast in de onderlinge relaties. De regeringen moeten nieuwe staatsobligaties en schatkistcertificaten eveneens uitschrijven in de nieuwe munt. Ondernemingen kunnen de euro gebruiken, maar ze moeten nog niet. Al zullen grote bedrijven, die nu al vaak hun jaarrekeningen ook in ecu omrekenen, dat wel doen. Voor die fase B, die loopt van begin 1999 tot eind 2001, meldt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zijn leden dat ze vrij zijn frank of euro te gebruiken. De bedrijven beslissen autonoom wanneer ze op de nieuwe munt overschakelen, best in afspraak met klanten en leveranciers. Ondernemingen die op verscheidene Europese markten werken, hebben er belang bij al zeer vroeg met de euro te werken, om hun boekings- en facturatieverrichtingen te vereenvoudigen. Wegens het nog niet bestaan van fysieke euro, blijft het nieuwe muntgebruik dan beperkt tot overschrijvingen, bankrekeningen, facturen en boekhouding. Ondernemingen die in contact komen met klanten, en onder meer de hele detailhandel, blijft afhankelijk van de frank. Het is nog niet bekend vanaf wanneer de belastingdiensten betalingen in euro aanvaarden. Tevens wijst het VBO erop dat niemand een contract kan herroepen onder voorwendsel van de invoering van de eenheidsmunt. Dat geldt niet alleen voor financiële contracten zoals voor obligaties, kasbons of hypotheekleningen, maar ook voor verkoopsovereenkomsten, huurcontracten, leasingovereenkomsten en andere. DUBBELE PRIJZEN.Verscheidene organisaties, onder meer consumentenverenigingen, dringen erop aan om tijdens die overgangsperiode de prijzen tegelijk in frank en euro uit te drukken. Dat geldt niet alleen voor de winkelprijzen, maar ook voor de bedragen van facturen, loonfiches, catalogi, bankrekeninguittreksels... De vraag houdt een pedagogische bekommernis in, namelijk de consument met de euro vertrouwd te maken en hem ermee te leren rekenen. Natuurlijk zullen de banken hun bedienden moeten opleiden om met de euro om te gaan en het cliënteel in die overstapoperatie bij te staan. Maar ook de andere ondernemingen ontsnappen niet aan speciale europrogramma's voor hun medewerkers. Tegen die tijd zullen ook de scholen wel iets vinden om eurowijsheid in het leerprogramma te integreren. Van 1 januari 2002 af komen eurobiljetten en -muntstukken in omloop. Gedurende zes maanden lopen het gebruik van de nationale munten en dat van de euro door mekaar. Die face C is de moeilijkste in de hele omschakelingsoperatie. De banken halen geleidelijk de oude munten uit het betalingsverkeer en van 1 juli 2002 af is de euro in de landen van de Europese muntunie het enige wettelijke betaalmiddel. Daarna ruilen alleen nog de loketten van de Nationale Bank oude biljetten en munten om. Eén euro telt honderd cent. Er komen acht muntstukken, van een, twee, vijf, tien, twintig en vijftig cent en van een en twee euro. De zeker zes en waarschijnlijk zeven bankbiljetten zijn er van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. De verschillende landen slaan zelf hun euromuntstukken. Het is nog niet uitgemaakt in welke grondstof. De munten tonen op de ene zijde een Europees symbool, op de andere kant een kunstwerk of symbool. Het mag ook koning Albert zijn. De centstukken verschillen bijgevolg in de EMU-landen, maar ze zijn geldig over de hele eurozone. De eurobiljetten zullen waarschijnlijk voor alle muntunielanden identiek zijn, overwegend Europees blauw en met een kleine plaats voor een nationaal symbool (of de vorst). Het Europees Monetair Instituut lanceerde een ontwerpwedstrijd, waarvoor de nationale banken ervaren kandidaat-ontwerpers voordragen. Zij kunnen zowel traditionele als moderne eurobiljetten tekenen. Traditionele biljetten moeten ?Europese eeuwen? of ?stijlen? illustreren, bijvoorbeeld een landschapsportret aan de ene kant en een architectuurvorm aan de andere. Moderne biljetten zijn abstract of hebben een eigentijdse vormgeving, maar dat lijkt de monetaire overheden minder goed te liggen. In het eerste semester van 2002 schakelen de Belgen geleidelijk van het gebruik van frank naar dat van de nieuwe euro over. Na een maartse kabinetsraad verstrekte vice-premier en minister van Financiën Philippe Maystadt (PSC) de geruststellende boodschap dat het omruilen van Belgische frank in euro de Belgen niets mag kosten. Daarmee zei hij echter niets over het kleine fortuin dat nodig is voor het slaan van de munten en het drukken van de biljetten. KASVERRICHTING.Over de overstap naar de Euro bestaan nog weinig zekerheden. De Generale Bank tekent een en ander uit in een brochure ?De Euro. Hoe ? Wat ? Wanneer ?? Tot 1 januari 2002 bieden de banken enkel de klassieke munten aan. Daarna kunnen de klanten euro's opnemen. Tegen dan zijn ook de geldautomaten omgebouwd om euro's af te leveren. De omruiling van het Belgisch geld naar euro's, in de eerste helft van 2002, vergt niet meer dan een uiterst eenvoudige kasverrichting aan een banklokket. De G-Bank weet dat de rekeninguittreksels tot 1 januari 2002 in frank noteren en daarna in euro. Maar van de start van de EMU af, op 1 januari 1999, en tot 30 juni 2002 kunnen overschrijvingen zowel in nationale munten als in euro gebeuren. Daarna zijn nationale munten in de EMU niet langer een wettelijk betaalmiddel. Dat is net zo voor de doorlopende opdrachten en de domiciliëringen en zelfs voor het uitschrijven van cheques. Uiterlijk op 1 januari 2002 zetten de banken de waarde van renteboekjes en kasbons om in euro. Dat verandert niets aan de rente of de waarde ervan, want de omrekening gebeurt tegen de onherroepelijk vastgelegde koers van 1 januari 1999. Kasbons moeten trouwens niet eens worden omgeruild. Bestaande obligaties, aandelen en deelnemingen in beleggingsfondsen gaan ook in euro over, zonder dat de houder ervan zijn waardepapieren aan een loket hoeft te ruilen. Het is nog niet zeker of die omschakeling gebeurt in 1999 of 2002. De Europese Raad in Madrid besliste vorig jaar dat obligaties in ecu automatisch omgezet worden in euro, tegen één voor één. De hele operatie wijzigt de rente op de obligaties niet en de coupons behouden hun waarde, maar worden in euro uitbetaald. Bij herbelegging zijn rentewijzigingen niet uitgesloten, waarschuwt echter de Generale Bank, want de start van de EMU kan de marktrente wijzigingen. Vermoedelijk zal de rente op de staatsobligaties en waarschijnlijk ook op de meeste andere obligaties, die van 1999 af in euro uitgegeven worden, iets lager liggen dan de voorafgaande rente in Belgische frank. Hoewel de euro het wisselkoersrisico uitschakelt, zullen er verschillen blijven bestaan tussen de rentevoeten van obligaties die de verscheiden EMU-landen uitgeven. Een Belgische staatsobligatie kan dan nog steeds een iets hogere rente opleveren dan een Duitse obligatie. Voor leningen, aldus G-Bank, blijft de contractueel overeengekomen rentevoet ongewijzigd. De waarde van het geleende bedrag wordt gewoon omgerekend in euro. De rentevoet van leningen met veranderlijke intrest past zich aan de marktrente van het moment aan. Aangezien de euro een sterke munt zal zijn, zal de rentevoet waarschijnlijk iets lager liggen dan voor de invoering van de Europese eenheidsmunt. Financieminister Maystadt, bijgesprongen door gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank, stelde de bevolking nog meer gerust : de invoering van de euro wordt geen nieuwe Gutt-operatie. Minister van Financiën Camille Gutt haalde na de oorlog met een muntherschikking het oorlogsgeld uit de markt. De euro-operatie heeft echter niet de bedoeling de geldhoeveelheid in te krimpen, maar de interne markt te versterken. Iedereen krijgt, tegen de vastliggende omrekeningskoers, euro's voor zijn zwarte frank. Belastingdiensten noch andere inspecties kijken over de schouder van de omruilende bankbediende mee. Niemand hoeft, in het vooruitzicht van de overschakeling op euro, zijn geld te redden in dollarbeleggingen. Dat hebben de handelaars in zwaar misdaadgeld ook wel gehoord. Guido Despiegelaere De euro : van 1 januari 2002 af.Financieminister Philippe Maystadt : zwarte frank probleemloos in euro.Het Europees eurologo stelt een zandloper voor, waarin de veertien munten traag doorlopen tot één Europese munt.