K ijk niet neer op een klein boekje. Miniaturen zijn dikwijls kroonjuwelen en weinig woorden zeggen vaak meer dan naslagwerken. De indrukwekkendste novelle van Willem Elsschot is Het Dwaallicht. Nauwelijks 60 bladzijden. Maar elke bladzijde is evenveel waard als de snelbouwstenen van Fjodor Dostojewski, Victor Hugo en Charles Dickens.
...

K ijk niet neer op een klein boekje. Miniaturen zijn dikwijls kroonjuwelen en weinig woorden zeggen vaak meer dan naslagwerken. De indrukwekkendste novelle van Willem Elsschot is Het Dwaallicht. Nauwelijks 60 bladzijden. Maar elke bladzijde is evenveel waard als de snelbouwstenen van Fjodor Dostojewski, Victor Hugo en Charles Dickens. Een prachtig voorbeeld van een klassiek pareltje is De kunst van het oud worden van Cicero, begin dit jaar heruitgegeven door Atheneum - Polak & Van Gennep. Vijftig bladzijden, 17 bij 11 cm. Om toch enig volume te halen, heeft de uitgever er een flinke inleiding, uitgebreide aantekeningen en een paar bladzijden nawoord aan toegevoegd. Jammer - ze misleiden de lezer. Elke mens wordt vroeg of laat met het verlies van krachten geconfronteerd. De een drinkt er een borrel meer op en de andere bant de fles. Het een noch het ander herstelt de jeugdige kracht of schenkt de oude sappige genoegens terug. Cicero wijst in zijn exposé - dat hij uit waardering in de mond legt van de Romeinse politicus, militair en auteur Cato - op de remedie die het ouder worden aanvaardbaar maakt. Stel dat een god mij de gunst zou schenken om van oude man weer kind te worden. Ik zou beslist weigeren. Ik heb mijn race gelopen en ik zou niet willen dat ik van de finish word teruggeroepen naar de start! Want wat heeft het leven voor positiefs? Wat heeft het niet veeleer aan inspanningen? Nu goed, laten er positieve dingen zijn [zij het dat je daar genoeg van krijgt of dat zij beperkt blijven]. Ik heb namelijk geen zin om hier te klagen over het leven, zoals veel mensen, geleerden nog wel, vaak hebben gedaan. Ik heb ook geen spijt van het leven, want ik heb zo geleefd dat ik volgens mijn inschatting niet voor niets ben geboren en ik uit dit leven vertrek als uit een herberg, niet als uit een huis. Want de natuur heeft ons een onderkomen gegeven voor een tijdelijk verblijf, niet voor vaste bewoning. Bij het lezen van De kunst van het oud worden overvalt ons rust. Cicero pleit er in de eerste plaats voor om zich halverwege de tweede leeftijd te gaan concentreren op het beleven van de vrije kunsten. Als toeschouwer. Laat de activiteiten over aan de jeugd, maar... spaar je mening niet. Samen bevorderen ze de vrede in de maatschappij en daar vindt iedereen baat bij. De meeste oudere mensen denken dat ze te zwak zijn om nog iets te kunnen doen, schrijft Cicero, maar dat is geen typisch gebrek van ouderdom, maar van slechte gezondheid. Een slechte gezond-heid kan onderdrukt of verdreven worden door dokters en medicijnen, maar zonder eigen inbreng is genezing twijfelachtig. Cicero verstaat de kunst zijn goede raad af te wisselen met anekdotes van alle soorten en gewichten. De lezing bereikt daardoor een hemelse hoogte - en is heel wat goedkoper dan een therapie bij een psychiater. Cicero was een literaire dokter. Niet alleen voor anderen, ook voor zichzelf. De kunst van het oud worden schreef hij in zijn nadagen, toen hij ten prooi was aan sombere gevoelens en dacht dat de dood al ter hoogte van zijn heupen zat. Het 'doktersadvies' heeft hij blijkbaar nauwgezet nagevolgd, want hij leefde nog ruim een jaar. Mijns inziens is de lezer het al langer eens met de strekking van Cicero over de kunst van het oud worden. Maar het herhalen van een mening versterkt het eigen gelijk en bestrijdt de vergeetachtigheid. Een kwaal die met het groeien der jaren aan kracht wint. Blijven lezen is het meest geschikte wapen daartegen. Vooral kleine, dunne boekjes. Ze zijn halfedelstenen. Samengevoegd vormen ze een mozaïekvloer waarover men met genoegen wandelt, de handen op de rug, de blik half neergeslagen, en het ouder worden wel voelt, maar geen pijn of droefenis ervaart.