Het was vier jaar geleden een wereldprimeur: de democratische verkiezing door de Belgische moslimgemeenschap van een 'Orgaan Hoofd van de Eredienst', zoals de officiële benaming luidt, dat als aanspreekpunt voor de overheid zou gelden in alle praktische dossiers die verband houden met de islam. De vijf erkende godsdiensten in ons land (naast de islam zijn dat het katholicisme, het protestantisme, het jodendom en de orthodoxe religie) hebben recht op heel wat overheidssteun. Maar omdat de islam geen hiërarchische structuur en zelfs geen clerus kent, was er decennialang geen officiële gesprekspartner met wie de Belgische staat de subsidie- en andere dossiers kon regelen.
...

Het was vier jaar geleden een wereldprimeur: de democratische verkiezing door de Belgische moslimgemeenschap van een 'Orgaan Hoofd van de Eredienst', zoals de officiële benaming luidt, dat als aanspreekpunt voor de overheid zou gelden in alle praktische dossiers die verband houden met de islam. De vijf erkende godsdiensten in ons land (naast de islam zijn dat het katholicisme, het protestantisme, het jodendom en de orthodoxe religie) hebben recht op heel wat overheidssteun. Maar omdat de islam geen hiërarchische structuur en zelfs geen clerus kent, was er decennialang geen officiële gesprekspartner met wie de Belgische staat de subsidie- en andere dossiers kon regelen. Het gevolg was dat de imams, de bedienaars van de islamitische eredienst, geen loon (laat staan achteraf een pensioen) ontvingen van de overheid, het onderhoud van de moskeeën door de gelovigen zelf werd bekostigd, de islamleerkrachten in het lager en secundair onderwijs een fatsoenlijk statuut ontbeerden en de aalmoezeniers in ziekenhuizen en gevangenissen niet konden worden vergoed - om de belangrijkste pijnpunten te noemen. Voor al deze problemen moest de zeventien leden tellende Moslimexecutieve, waarin Marokkanen, Turken, Belgen en andere nationaliteiten ieder een representatief aantal vertegenwoordigers kregen, een oplossing bieden. Ze werd in december 1998 volgens een getrapt systeem verkozen: de 350.000 moslims in ons land verkozen 51 vertegenwoordigers, die samen met 17 gecoöpteerden een Algemene Vergadering vormden, waaruit de zeventien werden voorgedragen. De verwachtingen waren hoog, de resultaten zijn bedroevend. Alleen op het vlak van onderwijs zijn er de voorbije jaren bescheiden successen geboekt, met de vaste benoeming van een aantal islamleerkrachten en de uitwerking van een statuut en een leerplan. Voor het overige is de achterstelling van de moslimgemeenschap nog steeds even groot. Als de Executieve en de Algemene Vergadering de (vooral Franstalige) pers haalde, was het met de pesterijen, ruzies en vetes in hun eigen rangen. Kwaadaardig roddelen, loze beschuldigingen uiten over nepotisme en incompetentie, complotteren, boycotten van concrete dossiers door handtekeningen te weigeren, elkaars faxverkeer controleren, door nieuwe sloten de kantoren voor bepaalde mensen ontoegankelijk maken, leden van het kabinet van de minister van Justitie zwart maken, een ternauwernood vermeden vechtpartij: niets was de moslimvertegenwoordigers te min om elkaar het leven zuur te maken. Met als triest hoogtepunt een proces tussen de Algemene Vergadering en een aantal leden van de Executieve, die met een overgrote meerderheid van stemmen had beslist de alleenheersende voorzitter af te zetten. Vanwaar zoveel onmin? Veel is terug te voeren, daarover is iedereen het eens, tot de screening van de kandidaat-leden voor de Executieve die de Staatsveiligheid in 1999 heeft uitgevoerd. Maar liefst 25 van de 68 kandidaten kregen toen te horen dat zij niet tot de Executieve mochten toetreden omdat ze directe of indirecte banden hadden met (al dan niet gewelddadige) fundamentalistische of integristische groeperingen. Een beroepsmogelijkheid tegen de erg strenge beoordeling van de Staatsveiligheid was er niet - al gingen twee kandidaten tot bij de toenmalige minister van Justitie in persoon hun zaak bepleiten. Met de grootste tegenzin aanvaardden de moslimvertegenwoordigers uiteindelijk de 'zwarte lijst', de geviseerde kandidaten trokken zich terug. Op 3 mei 1999 ging de Executieve aan de slag. Maar een echte kans op slagen zou ze niet krijgen. De wrok van de gewraakte kandidaat-leden maakte haar het werken onmogelijk. 'De Executieve leed aan een stuitend gebrek aan competentie', zegt wie een gegeerd plaatsje in de Executieve aan zijn neus voorbij zag gaan. 'Van in den beginne was het de doelbewuste strategie van een hechte groep verkozenen in de Algemene Vergadering, verzameld rond de voorzitter Mohamed Boulif, om ons te doen falen', stellen verscheidene voormalige Executieve-leden. Wij moesten mislukken, zodat zij onze plaats zouden kunnen innemen. De voorzitter van de Executieve heeft dat spelletje meegespeeld.' De impasse was totaal. Twee bemiddelaars, de parlementsleden Philippe Moureaux (PS) en Meryem Kaçar (Agalev), kregen enkele maanden geleden de opdracht van de regering-Verhofstadt te bemiddelen in het conflict. Een aantal vergaderingen en rapporten later besliste de regering eind vorige maand, op voorstel van Moureaux en Kaçar, om de Executieve grotendeels te vernieuwen. Van de oorspronkelijke leden blijven er maar drie op post. Zij krijgen dertien nieuwe collega's - de veertiende, een Marokkaanse arts uit Borgerhout, werd op het allerlaatste moment geweerd omdat hij verdacht wordt in het dossier over de fraude met regularisatiepapieren. Maar onder de leden van de nieuwe Executieve bevinden zich wel een aantal personen die in 1999 een negatief rapport hadden gekregen van de Staatsveiligheid. 'De screening van de Staatsveiligheid vier jaar geleden was wel onnodig streng', verdedigt Meryem Kaçar de samenstelling van de nieuwe Executieve. 'Bovendien heeft de Raad van State ernstige bezwaren gemaakt tegen dit soort doorlichting. Onder meer het recht op privacy van de betrokkenen komt erdoor in het gedrang. Vandaar dat we ditmaal een andere weg hebben gekozen: we hebben de Staatsveiligheid informeel advies gevraagd over de nieuwe leden. Alleen degenen over wie concrete feiten bekend waren, zijn gewraakt.' In de praktijk ging het om drie namen, al wil Kaçar niet gezegd hebben dat ze alledrie gevaar lopen op een gerechtelijk proces. 'Ook het taalevenwicht en de geografische spreiding hebben een rol gespeeld', stelt ze. Voormalig minister van Justitie en oppositielid Tony Van Parys (CD&V) vindt het onbegrijpelijk dat de regering de eerdere adviezen van de Staatsveiligheid in de wind slaat. Hij verwijst ook naar het rapport dat het Comité-I vorig jaar opmaakte, waarin wordt gewaarschuwd dat 'radicale islamitische elementen aan het infiltreren zijn' in de officiële organen van de islam in België. 'Het gaat dus niet om geïsoleerde incidenten, maar om een strategie van infiltratie', beklemtoont Van Parys. 'Welke risico's neemt de regering hier? De Executieve is onder meer bevoegd voor onderwijs, een bijzonder belangrijk domein als het over integratie gaat. We moeten vrezen dat de Executieve nu een cel van de desintegratie zal worden.' Ook Van Parys' opvolger op Justitie, Marc Verwilghen (VLD), heeft zich naar verluidt tot op het einde verzet tegen de aanstelling van een nieuwe Executieve. De voorbije jaren heeft hij in ieder geval herhaaldelijk geweigerd een zogenaamde Executieve bis, waarin een aantal nieuwe namen zouden worden opgenomen, te erkennen. Een officiële reactie op de recente regeringsbeslissing kwam er, ondanks ons aandringen, niet van het kabinet Verwilghen. Voor Van Parys en voor voormalige leden van de Executieve is het duidelijk dat in het dossier een politiek-electoraal spel is gespeeld. De aanstelling van een nieuwe Executieve is aan de regeringstafel zwaar verdedigd door bemiddelaar Moureaux én door minister voor Integratie Laurette Onkelinx: allebei PS-zwaargewichten uit Brussel die erg dicht bij de Marokkaanse gemeenschap staan - de echtgenoot van Onkelinx, Marc Uyttendaele, is de advocaat van de vorige voorzitter van de Executieve, Nouredinne Maloujahmoum; die kreeg trouwens van de Brusselse PS een mooie plaats op de verkiezingslijst aangeboden (hij ging er niet op in); Philippe Moureaux, burgemeester van Molenbeek, wou niet dat de moskeeën in zijn gemeente nog langer van subsidies verstoken bleven en stopte hen alvast elk 2500 euro toe. Betrokken moslims ontkennen niet dat er sprake is van een sterke investissement politique - maar stellen dat die zich niet beperkt tot de Franstalige socialisten. Ook liberalen en christen-democraten proberen enkele weken voor de verkiezingen nog gauw het allochtone electoraat te bereiken, zo bleek uit de drukke agenda's van de moslimvertegenwoordigers. Moeten we nu vrezen voor een door fundamentalisten gedomineerd moslimorgaan? Mohamed Boulif, die de voorzitter wordt van de nieuwe executieve, mag dan al voor de Saudische bank Tekaful in Luxemburg werken en een ander lid mag volgens bepaalde bronnen gefinancierd worden door de Saudische dienst voor Religieuze Zaken, connecties met het Al-Qaedanetwerk van Osama Bin Laden lijken zeer onwaarschijnlijk. Over fundamentalisme zoals dat van de Taliban in Afghanistan gaat het niet. Maar feit is dat de Moslimbroeders en de Belgische pendant van Milli Görus - de Fédération Islamique de Belgique - in de nieuwe Executieve de dienst uitmaken. Hoewel de Moslimbroeders een Arabische achterban hebben en Milli Görus een Turkse, hebben beide bewegingen elkaar binnen de Executieve, en binnen de Franstalige moslimgemeenschap in het algemeen, gevonden. De ontstaansgeschiedenis van beide organisaties is ook vergelijkbaar: het waren internationale netwerken die een politieke rol beoogden in hun land van herkomst (Egypte, Syrië, Turkije). Milli Görus kiest nu al enkele jaren resoluut de Europese kaart: integratie in de Duitse, Nederlandse, Belgische samenlevingen om daar de positie van de islam te verbeteren. Ook de Moslimbroeders slaan nu, deels onder invloed van de Zwitserse filosoof Tariq Ramadan, de geestelijke vader van de 'Europese islam', die weg in. In concreto proberen deze bewegingen vooral de allochtone jongeren te 'herislamiseren', de rol van de islam in het publiek domein te vergroten (bijvoorbeeld door de hoofddoek te promoten of de erkenning van islamitische feestdagen te vragen), en op langere termijn te werken aan de uitbouw van een islamitische zuil. 'Een Belgische islam kan ook gevaren inhouden', erkent Meryem Kaçar. 'Daarom is het belangrijk dat in de Executieve verschillende stromingen aanwezig zijn, ook meer laïcistisch gerichte bewegingen. Die waarborg is er ook.' 'Maar het is de eigen verantwoordelijkheid van de moslims om hun vertegenwoordigers te kiezen', voegt ze eraan toe. 'De overheid moet het kader scheppen, het kader van de democratie en de rechtsstaat. Niet minder, maar ook niet meer. Moslims zijn ook volwassenen.'Christine AlbersDe verwachtingen waren hoog, de resultaten zijn bedroevend.