Sly & The Family Stone: "Everybody Is A Star".
...

Sly & The Family Stone: "Everybody Is A Star". Luilekkere funk met positieve boodschap.Boomkens:Sly Stone predikte saamhorigheid en positivisme, en deed dat vanuit de positie van underdog, want hij was een zwarte in Amerika. Dat alleen al maakte hem bijzonder. De kracht en de pracht van "Everybody Is A Star" bewijst dat Amerikanen er als enigen in slagen om overtuigend te zingen over banale onderwerpen. Iedereen is een ster: als je dat door een Nederlander laat zingen, wordt het meteen een reclamespot voor KPN Telecom. Als Sly Stone het zegt, geloof je het. Ook John Lennon kon van iets banaals iets moois maken, maar Amerikanen hebben er toch het patent op. Wat ook geleid heeft tot de romantisering van de zogenaamde Amerikaanse authenticiteit. Alsof de enige authentieke muziek uit Amerika komt. David Bowie: "Ziggy Stardust".Boomkens: Lange tijd bewees Bowie de maakbaarheid van een identiteit, door steeds weer van gedaante te veranderen. Uit zijn carrière blijkt echter dat er grenzen zijn aan die maakbaarheid: na "Let's Dance", begin jaren tachtig, ging hij ten onder aan zijn rolwissels. Ziggy Stardust is Bowies meest geslaagde personage: de ster die het rock-'n-roll-leven leeft en eraan ten onder gaat. Een thema dat al eerder in de popmuziek aan bod kwam, maar nooit zo krachtig, tenzij in "My Generation" van The Who. Bee Gees: "Stayin' Alive". Het volkslied van de disco.Boomkens: Heel aanstekelijk, maar net daardoor niet op zijn waarde geschat. Zoiets luchtigs, dat kan niet goed zijn, dacht men en denkt men nog steeds. De Bee Gees hebben via de film "Saturday NightFever" een grote impuls gegeven aan disco. Gek dat zij het waren: drie lelijke kerels met hoge stemmetjes en Saint Tropez-hoofden, die voortkwamen uit de Britse pop van de jaren zestig. Gek ook dat het altijd films van niks zijn die van doorslaggevende betekenis blijken op het verloop van de pop. "A Hard Day's Night" van The Beatles, daar kijk je nu met plaatsvervangende schaamte naar. Nirvana: "Rape Me". Kurt Cobain met een vreselijke sneer, waarna hij zich een kogel door de kop joeg.Boomkens: In zijn zelfmoordbrief schreef Cobain dat hij er een einde aan wilde maken omdat er niets ervaren werd bij zijn muziek. Typisch jaren negentig. De housecultuur zegt: doe je eigen ding. Het wordt alleen lastig om te bepalen wat je eigen ding precies is, vanwege het enorme aanbod. Het probleem van iedere consumptiecultuur: als het aanbod groot wordt, geraak je eronder verpletterd. Dat is wat Cobain vertelt. Het is allemaal al een keer gedaan. Dus doet het er niet meer toe. Vandaar de cd-titel "Nevermind". The Prodigy: "Firestarter". De technotoekomst. Op Torhout/Werchter betraden ze het zijpodium terwijl Bowie op het hoofdpodium stond. Ze zorgden voor een volksverhuis. Teken des tijds.Boomkens: Dit soort muziek klinkt mij als maakwerk in de oren. Techno is me vaak te monotoon, maar dat komt wellicht ook omdat ik niet echt vertrouwd ben met het genre. Elvis Presley: "Jailhouse Rock".Boomkens: Hiermee is het dus allemaal begonnen. Er woedt een eeuwige discussie onder Elvis-kenners over de vraag of rock-'n-roll van start ging met "Jailhouse Rock" of met de vroegere opnamen van Elvis voor het Sun-label. Vast staat dat "Jailhouse Rock" de grote doorbraak betekende. Elvis was subversief, maar ook een fenomeen. Zijn legerdienst haalde de kwaliteit van zijn liedjes naar beneden, maar maakte wel dat patriottisch Amerika hem tegen de borst drukte. Spice Girls: "Wannabe". Hét succesverhaal van de voorbije twee jaar.Boomkens: De Spice Girls illustreren de toegenomen macht van de industrie. Het belang van de juiste marketing. Trends als disco en house leefden al een tijd in de underground vooraleer ze het grote publiek bereikten. De Spice Girls daarentegen zijn vooral marketing. Hun lijfspreuk "girl power" is prachtig: totaal inhoudsloos, maar catchy. Madonna heeft echter al meer "girl power" laten zien: stijlvol en hoerig, zelfzeker en naïef, straatmeid en material girl. Bart Vandormael