Stipt als een Zwitsers horloge verschijnt Luc Coene (67) op de afspraak, enkele papieren met statistieken in de hand. De gouverneur van de Nationale Bank is een groot liefhebber van cijfers en grafieken. Misschien is er wel een professor economie aan hem verloren gegaan. Doceren en overtuigen is zijn vak. Sommigen noemen hem ook 'de zesde liberale minister van de regering-Di Rupo', want als ex-kabinetschef van premier Guy Verhofstadt (Open VLD) blijft hij een blauw etiket meeslepen.
...

Stipt als een Zwitsers horloge verschijnt Luc Coene (67) op de afspraak, enkele papieren met statistieken in de hand. De gouverneur van de Nationale Bank is een groot liefhebber van cijfers en grafieken. Misschien is er wel een professor economie aan hem verloren gegaan. Doceren en overtuigen is zijn vak. Sommigen noemen hem ook 'de zesde liberale minister van de regering-Di Rupo', want als ex-kabinetschef van premier Guy Verhofstadt (Open VLD) blijft hij een blauw etiket meeslepen. Luc Coene kent als geen ander de ernst van de toestand van het land en de grote uitdagingen waar de volgende regering voor staat. 'De verkiezingen van 25 mei bieden een unieke gelegenheid. Het volgende kabinet kan vijf jaar regeren. Het zou een schande zijn als we die kans laten voorbijgaan om onze economie opnieuw op het juiste spoor te zetten.' Hij ziet zichzelf als een optimist, zoals het een liberaal past: 'Ik geloof in de mogelijkheid om dingen te veranderen. Dat gaat niet vanzelf, je moet er hard voor werken. We leven in een complex land. Toch hebben we de laatste veertig jaar veel problemen opgelost. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig moesten we de frank devalueren om uit de problemen te raken. Daarna hebben we onze schuldenberg afgebouwd om tot de eurozone te mogen toetreden. Als puntje bij paaltje komt, slagen we er telkens weer in de nodige inspanningen te leveren. Ik ga ervan uit dat het dit keer niet anders zal zijn.' De gouverneur ziet drie grote uitdagingen die verband met elkaar houden: 'De vergrijzingskosten waar we voor staan zijn gigantisch, onze overheidsfinanciën staan er niet al te best voor om die kosten op te vangen en er zijn onvoldoende mensen aan het werk om de lasten van het hele systeem te blijven dragen.' Hij doceert verder: 'Wat moet er in eerste instantie gebeuren? Er moet meer groei komen. Groei waarbij jobs worden gecreëerd in de marktsectoren, zoals de industrie en de diensten.' LUCCOENE: Ja, tussen 2007 en 2013 gingen in de conjunctuurgevoelige sectoren, als we de zelfstandigen buiten beschouwing laten,68.000 banen verloren. Er kwamen in die periode wel 180.000 banen bij, onder andere dankzij de dienstencheques, maar niet in de marktsectoren. Dus het aantal mensen dat het systeem moet dragen, wordt kleiner en het aantal mensen dat leeft van het systeem wordt groter. Dat is onhoudbaar. De werkgelegenheidsgraad (het aantal mensen tussen 20 en 64 jaar die aan het werk zijn)bedraagt in België 67 procent. Onze regering wil die tegen 2020 verhogen tot 73 procent. Dat betekent dat er in zeven jaar tijd 420.000 jobs moeten worden gecreëerd. Dat is enorm. In het huidige groeitempo creëren we misschien 30.000 jobs per jaar. Overigens is die doelstelling van 73 procent niet eens zo ambitieus. Zweden heeft nu al een werkgelegenheidsgraad van 80 procent. Om dat cijfer te halen, moeten we meer dan 850.000 banen creëren en dat lijkt me op korte termijn niet realiseerbaar. COENE: Ja, als de volgende regering de juiste maatregelen neemt. Ons concurrentievermogen is niet goed. In de industrie bedragen de loonkosten 40 euro per uur, in Nederland en Duitsland is dat 32 euro, in Frankrijk 35 euro per uur. Wij zijn dus het duurst. De regering zal dat moeten aanpakken zodat we ongeveer op het niveau van onze buurlanden komen. COENE: Daar kan ik in deze zeer gevoelige pre-electorale periode niets over zeggen, maar er moet zeker iets gebeuren. Niet alleen op het vlak van de loonkosten trouwens, er moet ook wat gedaan worden op het gebied van vorming, innovatie en het stimuleren van het ondernemerschap. Het is een en-en-enverhaal. COENE:(onderbreekt) Iedereen zegt dat het IMF 2018 ook goed vindt, maar dat klopt niet. Het IMF heeft alleen maar gewezen op de consequenties als we pas tegen 2018 een begrotingsevenwicht zouden bereiken, maar het wil nog steeds dat we een overschot boeken in 2016. COENE: Die inspanning uitsmeren in de tijd lost niets op. Ik kan er nog mee leven dat je het evenwicht pas in 2017 zou bereiken, maar nog langer uitstellen is geen goed idee. Als we vasthouden aan 2016 kun je drie vierde van de vergrijzingskosten over de volgende 30 jaar opvangen. Als je langer wacht, heb je minder overschotten en dus minder geld voor die vergrijzingskosten. Dan ben je verplicht om andere maatregelen te nemen. Dan moet je bijvoorbeeld de uitkeringen aanpassen of selectiever zijn in de toekenning. Willen we dat? We willen toch ons socialezekerheidsstelsel in zijn essentiële kenmerken vrijwaren? Wel, hoe langer we het evenwicht uitstellen, des te minder kans we daartoe zullen hebben. COENE: Inderdaad, en om dat gat dicht te krijgen, zullen er andere maatregelen nodig zijn. Het verhogen van de pensioenleeftijd, bijvoorbeeld, zodat mensen pas later hun pensioen krijgen. COENE:(aarzelend) Er moet zeker een debat komen over wat we ons nog willen en kunnen veroorloven. Het sleutelwoord is de komende jaren selectiviteit. Zonder taboes. COENE: Ach, zo kun je altijd teruggaan in de tijd. Als er in de jaren zeventig niet zulke foute beslissingen waren genomen, dan was onze overheidsschuld nooit zo groot geworden. Wij hebben met premier Verhofstadt een begrotingsevenwicht aangehouden en het IMF, de OESO en anderen waren allemaal positief over ons land. Er waren er toen niet veel die ons vroegen om overschotten te creëren. Want overschotten creëren in een gefederaliseerd land als België is absoluut niet vanzelfsprekend. Dat zou hebben betekend dat Wallonië en Brussel nog tekorten mochten hebben in hun begrotingen en dat alleen Vlaanderen overschotten moest opbouwen om een evenredige inspanning te vragen van iedereen. Dat was politiek niet haalbaar. COENE: Er is meer mogelijk door de zesde staatshervorming, maar er blijven nog problemen. Een ervan is dat de pensioenlasten van de ambtenaren van de gewesten en gemeenschappen nog altijd voor een stuk worden betaald door de federale regering. Dat is krankzinnig. Dat had men moeten afschaffen. Er moeten dus vroeg of laat nog aanpassingen komen. COENE: Het zal niet makkelijk zijn, maar het is te doen. Een bevriezing van de overheidsuitgaven is een goede mogelijkheid. Let op, bij een bevriezing hoeft er niets te worden afgebouwd, er komt gewoon enkele jaren geen geld bij. En dan kun je nog rekening houden met de stijging van de levensduurte of niet, maar het moet haalbaar zijn om het geheel van de uitgaven te bevriezen. Dat betekent dat je hier nog wel wat meer kunt uitgeven, als je elders maar bespaart. Dan moet je dus opnieuw keuzes maken. En dat die pijn zullen doen, is duidelijk. COENE: Ja, in een Globaal Plan kun je veel maatregelen steken. De ene beslissing is dan wat aantrekkelijker, de andere wat pijnlijker, maar in het geheel zijn ze wel te accepteren. COENE: Dat denk ik wel. Het is natuurlijk afhankelijk van welke coalities de kiezer mogelijk maakt, maar na de verkiezingen van 25 mei dient zich een unieke gelegenheid aan want de volgende regering kan vijf jaar aan de macht blijven. Het zou een schande zijn als we die kans laten voorbijgaan om onze economie opnieuw op het juiste spoor te zetten. COENE: Ach, dat is verkiezingsretoriek, waarbij iedereen zich op zijn eigen manier profileert. Na 25 mei komt de realiteit wel weer bovendrijven. COENE: Ik denk dat de meeste politieke partijen de les van 2011 hebben begrepen. Niemand wil ervan beschuldigd worden de oorzaak te zijn van een verslechtering van de Belgische kredietrating, waardoor we opnieuw meer rente moeten betalen om aan geld te raken. Ik denk trouwens dat de financiële markten dit keer geen 500 dagen zullen wachten om te reageren. COENE: De banken gebruiken het om hypotheekleningen aan particulieren of leningen aan bedrijven te verstrekken, maar veel van ons spaargeld vloeit naar het buitenland. De buitenlandse banken hebben de ijverige Belgische spaarders ontdekt en richten hier bijkantoren op die iets meer rente geven dan veel Belgische financiële instellingen. Het Belgische spaargeld dat op die rekeningen wordt gestort, gaat naar het moederbedrijf en wordt daar in de economie geïnvesteerd. Het gaat om tientallen miljarden per jaar en dat neemt nog toe. Daarom moeten we ons durven af te vragen: is het zinvol dat we een fiscaal voordeel verlenen voor spaarmiddelen die naar het buitenland vloeien? Is het niet zinvoller als we een fiscaal voordeel geven aan spaarvormen die het geld voor langere termijn vastleggen, bijvoorbeeld een kasbon of een obligatie, als die in eigen land worden geïnvesteerd? Als het al de bedoeling is om zo'n fiscaal voordeel te blijven geven, want díé vraag kun je je ook stellen: moeten we wel een fiscaal voordeel geven als er al zo veel wordt gespaard? COENE: Alleen al die vraag stellen, is je nek uitsteken. COENE: We zijn nu samen met de Europese Centrale Bank bezig met een grote doorlichting van de banken. Ik ga ervan uit dat die zal meevallen voor de Belgische banken. Elders in Europa zal er misschien hier of daar een verrassing opduiken, maar niet van zo'n kaliber dat het een systemisch probleem wordt dat heel de banksector in gevaar brengt, zoals enkele jaren geleden. COENE: Er zijn in Europa meer dan 4000 bankgroepen en dat is erg veel. De bankactiviteiten zijn na de financiële crisis sterk verminderd, maar de financiële structuur is niet mee geëvolueerd. Dat betekent dat er afgeslankt moet worden. We zien dat de Belgische banken allemaal weer het binnenland hebben ontdekt als hun kernactiviteit, daar beconcurreren ze elkaar nu allemaal. Die concurrentie en die zware structuur hebben hun prijs. Daarom zullen waarschijnlijk ook in België nog banken worden overgenomen. COENE: Ik denk zeker dat sommige Belgische banken straks opnieuw buitenlandse ambities kunnen hebben. Maar eerst moet hun binnenlandse structuur verankerd zijn en stevig op poten staan, met een gezonde solvabiliteit en liquiditeit. COENE: De banken hebben wel degelijk geleerd uit de crisis en ik denk dat niemand terug wil naar de expansie van voor de crisis. Er zal ook meer toezicht zijn. Dat sluit niet uit dat overtollige bankactiviteiten zullen moeten verdwijnen. COENE: Het is een nieuw project in een markt waar al te veel banken zijn. Daar stel ik mij vragen bij. New B heeft ambitieuze plannen en we willen controleren hoe die gerealiseerd zullen worden. Want het gaat over het geld van de spaarders en we willen niet opnieuw meemaken dat het misloopt. Er groeit ook het misverstand dat coöperatief geld minder risico loopt. Bij een bank heb je aandeelhouders en die aandeelhouders weten dat zij dat geld kunnen verliezen als het misgaat. Dat geldt ook bij een coöperatieve bank. We moeten mensen erop wijzen dat ook dat niet zonder enig risico is. COENE: Juist. We mogen dat misverstand zich niet verder laten verspreiden. COENE: Dat zou ik zo niet durven zeggen. We zien een geleidelijke verbetering, maar we moeten rekening houden met een heropflakkering van de crisis in bijvoorbeeld Italië of Spanje. En we zien de laatste weken met Oekraïne dat we altijd rekening moeten houden met geopolitieke gebeurtenissen. Als Europa sancties treft tegen Rusland, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de Duitse economie, want Duitsland is voor 30 procent afhankelijk van gas uit Rusland. En dan zullen wij op onze beurt daar weer de gevolgen van voelen. Laten we dus zeer voorzichtig zijn. COENE: Zeker. COENE: Ja. Dat is allemaal het gevolg van de afwezigheid van een sterke economische groei in de eurozone. COENE: Wij zijn een van de weinige landen waar ondanks de crisis de vastgoedprijzen nog blijven stijgen. Volgens de OESO is het vastgoed in België zestig procent overgewaardeerd, maar die cijfers zijn niet realistisch. Onze berekeningen geven aan dat de vastgoedmarkt 10 tot 15 procent is overgewaardeerd. We hebben de banken ook aangemaand voorzichtiger te zijn bij het verlenen van hypotheken, en zeker langlopende hypotheken, want als de vastgoedprijzen een correctie krijgen, dreigen nieuwe problemen. De banken zijn op ons advies ingegaan en waren vooral in de eerste helft van 2013 veel strenger in het toekennen van hypotheekleningen. Nu beginnen ze de teugels weer te vieren. We blijven dat van nabij volgen. COENE: Ik ben zeker niet van plan om te stoppen. COENE: Dat is best mogelijk, al heb ik nog niet veel tijd gehad om erover na te denken. COENE: De minister heeft aan de regentenraad van de Nationale Bank gevraagd om daarover te discussiëren. Dat zal de komende maanden gebeuren. COENE: Mijn voorganger, Guy Quaden, was elf jaar gouverneur en verdiende evenveel als ik. Hij was niet verantwoordelijk voor het toezicht op de banken, een verantwoordelijkheid die de Nationale Bank erbij heeft gekregen na de financiële crisis. Ik steek daar veel uren in en draag dubbel zoveel verantwoordelijkheid als mijn voorganger. Ik vind dus absoluut niet dat ik excessief verdien. COENE: Die discussies zijn begonnen vanwege de excessen, al waren die in België relatief beperkt. Alleen is die discussie nu aan het doorslaan tot in het absurde. Er heerst een soort afgunstcultuur en dat is niet gezond op lange termijn. COENE:(lacht) Helemaal niet, want hij verdient netto meer dan ik. COENE: Dat is gezond. Een Nationale Bank kan pas echt onafhankelijk zijn als je echt een goede verdeling hebt van alle maatschappelijke stromingen. Want als je een directiecomité hebt dat in theorie onafhankelijk is, maar alle leden hebben een levensbeschouwing die zich bijvoorbeeld ter rechterzijde van het spectrum bevindt, dan zal de Bank snel haar geloofwaardigheid verliezen. Die multi-vertegenwoordiging is juist dé garantie van de objectiviteit van de Bank. Daarom streven we ook naar consensus als we een beslissing nemen. COENE: Dan kan ze met recht daar een plaats claimen. DOOR EWALD PIRONET EN MICHEL VANDERSMISSEN'We moeten rekening houden met een heropflakkering van de eurocrisis in Italië of Spanje.'