In het donker is het nauwelijks te vinden: 'pilaren E1 en E2', het meest afgelegen en geïsoleerde terrein aan de uiterste rand van de haven van Piraeus. De taxichauffeur wil er eigenlijk niet naartoe. Hij is bang voor de gestrande vluchtelingen - officieel 2200, in werkelijkheid waarschijnlijk meer - die daar gedwongen vertoeven in kokende nylontentjes op het eindeloze asfalt van een gigantisch parkeerterrein, onder een viaduct waar dag en nacht verkeer overheen raast, en in een afgedankte, zwartgeblakerde loods. Sommige bofkonten hebben een plaatsje op de vloer in de relatief schone en koele vertrekhal van terminal E1. Niemand weet voor hoelang nog. 'Ze zijn vies, ziek en gewelddadig. En moslim. Je kunt er maar beter uit de buurt blijven', bromt de chauffeur. Hij weigert voorbij de ingang te rijden. De rest moet ik maar lopen.
...