DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN Er gebeurde dit jaar nogal wat op de eerste dag van mei. De Britten kozen massaal voor de New Labour-partij van Tony Blair. Duitsers en Belgen treurden ritueel over hun hoge binnenlandse werkloosheid. En Herman De Croo noemde zich een sociale liberaal. Tussen die drie feiten bestaat een verband omdat ze eenzelfde twijfel oproepen : wat kan de politiek, onder welke benaming ook, nog werkelijk doen om de maatschappij te sturen en haar problemen op te lossen ? Die vraag is niet geringschattend bedoeld, want ze wortelt in een onplezierig hedendaags levensgevoel : gebrek aan geborgenheid. In onze jaren negentig wordt duidelijk dat de kolossale politieke filosofie die vooral in de huidige en vorige eeuw geschreven werd, en waaraan Europa zoveel te danken mocht hebben, aan het einde van haar krachten is. De geschreven en ongeschreven wetten (de ?rechtsorde?) die elk menselijk leven binnen de gemeenschap moesten beschutten of tenminste duidelijkheid verschaffen, blijken niet langer te werken. Ze zijn opgebruikt. We beleven het einde van een langdurig geloof in de onafwendbare groei van vrijheid, eerbiedwaardigheid en welstand voor iedereen, van stabiele economische verhoudingen en culturele waarden, van natiestaten met voldoende regeerkracht om op de gebeurtenissen de geschiedenis in te grijpen. Ook het rusteloze overwicht van de mens op de natuur die hij naar believen mocht inrichten of wijzigen, spreekt niet langer vanzelf. En tot voor kort werden de mankementen in het politieke en sociale weefsel goedgemaakt door een zowel humanistisch als religieus bevorderd altruïsme. Die solidariteit lijkt vandaag sterk ontzield door de mechanische, niet altijd onbaatzuchtige ingrepen van de verzorgingsstaat. De vaste ideologische horizon die tot een jaar of veertig geleden elke maatschappij van het westerse type omsloot, ten goede en ten kwade zoals de bloedige twintigste eeuw bewees, is een zwevende, verbrokkelde, dansende lijn geworden. De economie, de uitvindingen, de arbeid en het geldverkeer ontsnappen volgens het onthutsende fenomeen van de globalisering aan ieder afgebakend territorium, dus ook aan een daarmee verbonden gezag. De toelevering en opname van informatie over de meest uiteenlopende feiten en verschijnselen gebeurt los van elke ruimte of klassieke dagindeling : de mediamaatschappij negeert het oude levensritme van telkens acht uur werken, slapen en niets moeten doen. Al die nieuwe prikkels boren zich haastig, onder het trefwoord flexibiliteit, door de gevoelige huid van onze zo geduldig gevormde beschaving en leefgewoonten. Wat kan de nieuwe Britse held Tony Blair hiertegen inbrengen ? Gelet op zijn verkiezingsprogramma en de aan zijn adres gerichte complimenten vanwege Margaret Thatcher wil hij niet eens veel hervormen. Labour behaalde zijn historische overwinning door de inwoners van het Verenigd Koninkrijk op het hart te drukken : ?Wees niet bang voor ons, we zullen de nationale tradities geen hogere belastingen of ander geweld aandoen. Alles blijft bij het oude, zelfs de geprivatiseerde staatsbedrijven, behalve dat we betere en meer scholen, ziekenhuizen, goedkope woningen zullen bouwen.? Dat kan best. Het blijft echter een boodschap van bestuurlijk oplapwerk, niet van een nieuwe wereld. Mister Blair werd, zoals elke doorsnee politicus in Europa, gekozen op grond van weinig of niets. Toch zette die intellectueel slappe gebeurtenis de hele natie en zeker haar BBC twee dagen lang onder hoogspanning. Kosten noch moeite werden gespaard om de op geen noemenswaardige verandering gerichte machtswissel onder woorden en in beeld te brengen. Vanuit een helikopter filmde de televisie John Majors korte afscheidsrit van Downing Street naar het koninklijk paleis, terwijl een immense technologie tot in het kleinste boerengat doordrong voor een visuele simultaanvertaling van de daar heersende emoties. Wat kunnen Belgische of Duitse regeringen doen om genoeg jobs te vinden voor al die gezinnen waar man en vrouw allebei uit werken moeten gaan om een als behoorlijk beschouwde materiële levenstandaard te bereiken ? Niets, zolang de overheid voor elke door een werknemer verdiende frank er twee voor zichzelf en haar soms wat spilzieke instituten bovenop wil. Omdat de politieke autoriteit niet langer de bevelhebber van het economische en industriële proces is, maar de (soms zelfs gekochte) dienstmaagd ervan, kan zij de door het bestel overigens geprezen vrije markt niet dwingen haar tot in de dwaasheid te volgen. Daarom heerst er een tekort aan werk. Ondernemingen zullen indien mogelijk iets goedkopers proberen dan een aanwerving. En wat kan Herman De Croo aanvangen met zijn nadrukkelijk ?sociaal? genoemd liberalisme dat anders of beter zou zijn dan het gewone, op wel vijf grote partijcongressen bedachte VLD-programma ? Het heffen van nog meer belastingen ligt wellicht niet in zijn bedoeling. De zuilen (het ?middenveld?) zelf verder laten beslissen over 's lands politieke koers die de bevolking zo ver van huis heeft gebracht, druist in tegen alles wat hij daarover ooit zei. Misschien wil hij alleen maar de mouw vegen van Louis Tobback en de Waalse socialisten, alhoewel die nu in verband met de sociale zekerheid over het egoïstische Vlaanderen spreken. DE REVOLVER VAN DE SHERIFFOmdat politiek leiderschap niet langer berust op het moeizaam tot bloei brengen van maatschappelijke waarden of idealen (dus op het bieden van waarachtige sociale geborgenheid), maar op prozaïsche stielkennis binnen een bepaald beroepskorps, wordt het al zo fragiele begrip ?politiek? stilaan herleid tot een geldbedrag. Hoeveel mag de staat zijn burgers kosten, hoe groot mag de revolver van de fiscale sheriff zijn ? Wie goed oplet, merkt dat in feite elke verkiezingsstrijd daarover gaat, neerkomt op een subtiel en enigszins zenuwachtig onderhandelingsproces tussen regeerders en bevolking. De inzet ervan wordt met de hulp van PR-bureaus zo zorgvuldig mogelijk versluierd maar ontgaat de attente burger niet. Dat soort politiek bedrijf zal uiteraard niet bestand blijken tegen de werkelijkheid en haar grote door de sociale filosofen gestelde vragen over de verhouding tussen de afzonderlijke mens en de ?gemeenschap? waarin hij zijn leven moet doorbrengen. Zie hoger.