Hoe is het gesteld met de concrete toepassing van de nieuwe tuchtregels voor gevangenen? Met die vraag trok Lore Neijens, bachelorstudente Rechtspraktijk in het economisch hoger onderwijs van de KHLeuven, gedurende drie maanden naar 'Leuven-hulp', een arresthuis waar zowel verdachten verblijven die nog in voorlopige hechtenis zijn, als veroordeelde gevangenen en geïnterneerden. Enkele uren per dag nam ze er de tuchtrapporten door die in de loop van 2012 werden opgesteld. Vervolgens maakte ze een classificatie van dossiers met zware overtredingen (inbreuken van de eerste categorie), zoals diefstal, geweld, drugsbezit of deelname aan een ontsnapping, en dossiers met lichte overtredingen (inbreuken van de tweede categorie), zoals het beledigen...

Hoe is het gesteld met de concrete toepassing van de nieuwe tuchtregels voor gevangenen? Met die vraag trok Lore Neijens, bachelorstudente Rechtspraktijk in het economisch hoger onderwijs van de KHLeuven, gedurende drie maanden naar 'Leuven-hulp', een arresthuis waar zowel verdachten verblijven die nog in voorlopige hechtenis zijn, als veroordeelde gevangenen en geïnterneerden. Enkele uren per dag nam ze er de tuchtrapporten door die in de loop van 2012 werden opgesteld. Vervolgens maakte ze een classificatie van dossiers met zware overtredingen (inbreuken van de eerste categorie), zoals diefstal, geweld, drugsbezit of deelname aan een ontsnapping, en dossiers met lichte overtredingen (inbreuken van de tweede categorie), zoals het beledigen van gevangenispersoneel of het veroorzaken van lawaaioverlast. Ze analyseerde ook welke straffen de gedetineerden in deze dossiers kregen. Van de in totaal 667 tuchtrapporten die in 2012 door de penitentiaire beambten aan de gevangenisdirectie werden overgemaakt, kwam het uiteindelijk in slechts 125 (19 procent) gevallen daadwerkelijk tot een tuchtprocedure. Voor de andere 542 (81 procent) rapporten werd een soort minnelijke schikking uitgewerkt. 'Vaak probeert de gevangenisdirectie het probleem op te lossen met een berisping. Soms volstaat het dat een gedetineerde zijn excuses aanbiedt aan iemand die hij heeft beledigd. Of wordt er afgesproken dat hij de vernielde goederen zal terugbetalen.' Van de 125 dossiers (en 155 inbreuken, sommige dossiers bevatten immers meerdere inbreuken) die aanleiding gaven tot een tuchtprocedure, gold ruim 60 procent als een zware inbreuk. Binnen die categorie zware inbreuken spannen geweldmisdrijven de kroon. Meestal gaat het om geweld tegenover medegevangenen, dat zich voornamelijk voordoet tijdens de dagelijkse wandeling. 'Dat is inderdaad heel opvallend', zegt Lore Neijens. 'De precieze oorzaak van die conflicten is doorgaans moeilijk te achterhalen. Vermoedelijk gaat het vaak om drugsgerelateerde conflicten. Voeg daarbij dat het leven binnen de gevangenismuren heel frustrerend is. Een klein meningsverschil tijdens de wandeling kan dan snel escaleren.' In de categorie lichte overtredingen wint gsm-bezit de hoofdprijs. Toch wel verwonderlijk, vindt Neijens. 'Dat gevangenen er überhaupt nog in slagen gsm's binnen te smokkelen. Na elk bezoek moeten de gevangenen immers langs een metaaldetector en worden ze naakt gefouilleerd.' Het is nog niet lang geleden dat het willekeur troef was binnen de gevangenismuren. Directeuren konden er op eigen houtje beslissen hoe ze de discipline handhaafden. Met de zogeheten Basiswet uit 2005, die pas in 2011 helemaal in werking is getreden, is dat veranderd. Er is nu een duidelijke procedure om de discipline binnen de gevangenissen te bewaren, met welomschreven overtredingen en daaraan verbonden 'tuchtsancties'. Die kunnen gaan van een verbod om nog langer aan gemeenschappelijke activiteiten deel te nemen, tot een beperking van het bezoekrecht of een opsluiting in de strafcel. De gevangenisdirectie moet die tuchtsancties goed motiveren, en gevangenen krijgen voortaan ruim de tijd om een advocaat in te schakelen. Nog altijd oogt een en ander in de nieuwe wetgeving niet perfect, volgens Neijens, maar de Basiswet vormt toch een enorme verbetering. 'Positief is de toegenomen transparantie en de betere rechtsbescherming van gedetineerden. Knelpunten zijn onder andere de omslachtige procedure. Vroeger had je niet eens een A4'tje nodig per tuchtrechtelijke inbreuk, nu komt er heel wat papierwerk bij kijken. Ook zijn er te weinig middelen en personeel om de tuchtregels echt goed op te volgen. Zo zouden er meer metaaldetectoren in de gevangenissen moeten komen', vindt Neijens. DOOR HAN RENARD