De Belgische ministerraad keurde op 3 juli 1998 een voorontwerp van wet goed voor de bestrijding van criminaliteit op de informatie snelweg. Het voorontwerp past het wettelijk arsenaal aan strafbepalingen en de middelen in het strafprocesrecht aan "om de criminaliteit met de informatietechnologie efficiënt te kunnen bestrijden". In essentie komt het er op neer dat de Belgische ministerraad wil garanderen dat de burgers in Cyberspace dezelfde rechten hebben als in de "echte wereld". Of daar veel snel verouderende juridische loodgieterij voor nodi...

De Belgische ministerraad keurde op 3 juli 1998 een voorontwerp van wet goed voor de bestrijding van criminaliteit op de informatie snelweg. Het voorontwerp past het wettelijk arsenaal aan strafbepalingen en de middelen in het strafprocesrecht aan "om de criminaliteit met de informatietechnologie efficiënt te kunnen bestrijden". In essentie komt het er op neer dat de Belgische ministerraad wil garanderen dat de burgers in Cyberspace dezelfde rechten hebben als in de "echte wereld". Of daar veel snel verouderende juridische loodgieterij voor nodig is, blijft een twistpunt. Wat baat het specifieke en dus hoogst bederfbare wetten in elkaar te knutselen, als eeuwenoude algemene rechtsprincipes kunnen toegepast worden? De Turnhoutse advocaat Jozef Keustermans kaartte dergelijke problemen al in 1985 aan. De ene keer leek het Burgerlijk Wetboek erg nuttig, de andere keer wisten gewiekste advocaten de rechtbank te overtuigen dat computerprogramma's geen goederen waren en dus niet gestolen konden worden. Pas op 5 februari 1991 besliste de Rechtbank van Eerste Aanleg in Leuven dat broncode (programma's) beschermbaar is. In oktober 1993 bevestigde het Hof van Beroep in Brussel dit standpunt. De regering wil zo'n jarenlange touwtrekkerij voorkomen door in het voorontwerp twee centrale traditionele beschermde rechtsbelangen (met name "de openbare trouw" en "het vermogen") ook te waarborgen met betrekking tot de informatietechnologie. Er worden nieuwe bepalingen in verband met de valsheid in informatica en informaticabedrog ingevoegd in de hoofdstukken van het strafwetboek die op deze rechtsbelangen betrekking hebben. Tevens wordt een nieuwe titel ingevoegd in Boek II van het strafwetboek. De bepalingen in deze titel regelen: - de beteugeling van ongeoorloofde toegang tot informaticasystemen en hun gegevens; hacken dus. - de computer- en datasabotage; virussen dus. Hackers zullen dus niet meer met exotische trucs zoals "diefstal van elektriciteit", "valsheid in geschrifte" en "misbruik van vertrouwen" aangepakt moeten worden. Verder voert het voorontwerp een aantal vernieuwingen in over de opsporings- en onderzoekshandelingen in een geïnformatiseerde context. Ten slotte past het voorontwerp de telecommunicatiewetgeving aan. Zo worden identificatieverplichtingen en bewaringsverplichtingen gepreciseerd die gelden voor verstrekkers van telecommunicatiediensten zoals Internetaanbieders. Vraag blijft dus of een Internetaanbieder, wiens klanten kinderporno aanbieden via zijn netwerken en computers, aangepakt kan worden als een pedofiel (er zijn enkele testcases hangende in België en Nederland). Zo ja, welke zouden dan de garanties tegen blinde censuur en het breidelen van de vrije meningsuiting worden? http://sme.Belgium.EU.net/ crux-editions/Lode Goukens