De nieuwe minister van Cultuur Bert Anciaux (VU) - die ook voor onder meer het jeugdbeleid verantwoordelijk is - schrikt niet voor een geuzennaam terug. Hij wil dus graag als "de minister van fuiven" door het leven gaan, nu hij jongeren meer kansen tot fuiven wil bieden. Zo denkt hij tegemoet te komen aan een naar het schijnt schrijnend sociaal probleem. De minister vindt de milieuregels, die omwonenden tegen fuiflawaai moeten beschermen, immers te streng.
...

De nieuwe minister van Cultuur Bert Anciaux (VU) - die ook voor onder meer het jeugdbeleid verantwoordelijk is - schrikt niet voor een geuzennaam terug. Hij wil dus graag als "de minister van fuiven" door het leven gaan, nu hij jongeren meer kansen tot fuiven wil bieden. Zo denkt hij tegemoet te komen aan een naar het schijnt schrijnend sociaal probleem. De minister vindt de milieuregels, die omwonenden tegen fuiflawaai moeten beschermen, immers te streng. Hoe ruim hij het allemaal ziet, maakte Anciaux vorige week bekend toen hij zijn eerste begroting voorstelde. Het opvallendste daaraan is de verhoging ervan. Zijn budget bedraagt ruim 11 miljard frank, bijna 900 miljoen meer dan vorig jaar. Anciaux kreeg dus ook zijn kruimels in de nieuwe gulheid van de Vlaamse regering. Maar een kwart van die verhoging is wel het gevolg van de overdracht van de kredieten voor internationaal cultuurbeleid, die in de vorige regering aan de minister-president waren toegewezen. Luc Van den Brande (CVP) financierde daar onder meer zijn "culturele ambassadeurs" mee. Het grote nieuws is evenwel dat er, in tegenstelling tot wat de minister liet uitschijnen, geen groot nieuws is. Anciaux' lijstje van voornemens lijkt wel een doorslagje van dat van zijn voorgangers. Zo vond ook Hugo Weckx (CVP) dat de jeugdbewegingen meer tenten nodig hadden om op kamp te gaan (wat hem dan weer de geuzennaam "minister van tenten" opleverde). Zo vond ook Luc Martens (CVP) dat naast de cultuurpaleizen in de grote steden, ook de infrastructuur in kleinere centra meer aandacht verdienden. Diezelfde Martens was al begonnen met de uitbouw van sectoriële steunpunten, zoals Anciaux nu ook wil doen. Overigens riskeert de minister de kwaadsprekers tegen zich te krijgen. Zij zouden een verband kunnen suggereren tussen het feit dat één zo'n steunpunt, het overigens voortreffelijke Vlaams Theaterinstituut, zijn subsidies haast ziet verviervoudigen, en het feit dat de gewezen directeur daarvan, Ann Olaerts, zich op Anciaux' kabinet met de podiumkunsten bezighoudt.VESTZAK-BROEKZAKOPERATIEDe minister wil ook werk maken van de ontzuiling. Zo zal hij geld overhevelen van de verzuilde "koepels" die in het sociaal-culturele veld instaan voor het ondersteunde werk, naar het steunpunt voor die sector, het Vlaams Centrum voor Volksontwikkeling (VCVO). Ook hieraan is weinig nieuws; de koepels zien hun middelen immers al jarenlang inkrimpen. De vraag is of dit, qua beleid, kan volstaan. Volgens de Bond van Vormings- en Ontwikkelingsorganisaties (BVVO), de enige pluralistische van de acht bestaande koepels, dreigt deze financiële verschuiving tot "een vestzak-broekzakoperatie" beperkt te blijven. "Met eenvoudige rekenkunde heeft ondersteuning weinig van doen", stelt de BVVO. "Zaak is dat duidelijk wordt hoe de ondersteuningsstructuur in de brede sociaal-culturele sector wordt uitgetekend." Ironisch genoeg wil Anciaux in zijn zorg voor het culturele erfgoed toch meer geld spenderen aan "de privaatrechtelijke archief- en documentatiecentra". Die instellingen verrichten inderdaad prima werk, maar het betreft hier wel bij uitstek verzuilde centra. Er zijn er zo vier, een katholiek, een socialistisch, een liberaal en een Vlaams-nationalistisch. Ontzuiling moet dus meer zijn dan alleen een slogan. Dat zal eveneens blijken wanneer Anciaux een concreet plan bekendmaakt ter hervorming van de Vaste Cultuurpactcommissie, die tot taak heeft discriminaties in het culturele veld te bestrijden. Als rechtgeaard cultuurminister verontrust het Anciaux verder dat te weinig mensen van het culturele aanbod gebruikmaken. Daar wil hij wat aan doen door, naar Brussels model, cultuurcheques in te voeren. Meer bepaald kansarmen kunnen ermee tegen een lage prijs aan culturele evenementen deelnemen. Dat zou dus betekenen dat, volgens Anciaux, een gebrekkige participatie het gevolg is van een gebrek aan financiële middelen. Of, omgekeerd, dat het volstaat om cultuur goedkoper te maken om er meer mensen voor te lokken. Dit is een wel zeer belegen, meer bepaald veertig jaar oude opvatting. Waarvan al lang geleden is gebleken dat ze niet meer is dan een populair misverstand.Marc Reynebeau