Vorige week ineens de koning voor onze neus. Op het BMC. U weet dat wij op Knack, om voor de hand liggende redenen, niet alleen in het blad maar ook op de redactie in het uiterste hoekje zijn weggedrongen. Het voordeel daarvan is dat niemand ons achter onze schutting ziet zitten, en dat dus ook niemand een juist beeld krijgt van de activiteit die daar al dan niet ontwikkeld wordt. Nadeel is dat wij de mensen niet zien aankomen. En dus staan ze soms aan ons bureau voor wij de kans hebben een telefoongesprek te simuleren.
...

Vorige week ineens de koning voor onze neus. Op het BMC. U weet dat wij op Knack, om voor de hand liggende redenen, niet alleen in het blad maar ook op de redactie in het uiterste hoekje zijn weggedrongen. Het voordeel daarvan is dat niemand ons achter onze schutting ziet zitten, en dat dus ook niemand een juist beeld krijgt van de activiteit die daar al dan niet ontwikkeld wordt. Nadeel is dat wij de mensen niet zien aankomen. En dus staan ze soms aan ons bureau voor wij de kans hebben een telefoongesprek te simuleren.Zo ook de koning. En kwaad ! 'Hebt gij geschreven dat ik een miljard in Lernout & Hauspie heb gestopt ? En dat ik Bodson heb gestuurd om dat te recupereren ?' In tegenstelling tot het gros van onze collega's hebben wij zelf weinig principes. Maar 'Beter blode Jan dan dode Jan' is er één van. En dus moesten wij niet lang nadenken over een antwoord aan de boze vorst : 'Nee mijnheer, hij daar.' En hierbij wezen wij, laf maar ook slim, naar het bureau van onze chef-Wetstraat. Zes driftige passen later stond de koning in zijn kantoor. Onze chef-Wetstraat lag achterover in zijn stoel, benen op zijn bureau, in volle concentratie te turen naar een televisietoestel in de hoek waarop de hondenrennen van Swindon werden uitgezonden. Fles Chivas Regal in aanslag en een on-lineverbinding met Ladbroke's op zijn computerscherm. De koning, stomend van woede, herhaalde zijn vraag: 'Hebt gij geschreven dat ik een miljard heb verloren in Lernout & Hauspie?'Rik van Cauwelaert was niet bepaald onder de indruk. Hij wuifde met zijn linkerhand om stilte, bekeek de laatste bookmakersnoteringen, en tikte gespannen enkele commando's op zijn toetsenbord. Toen keek hij verstoord naar de indringer, en zette die onmiddellijk op zijn plaats: 'En hoe was uw naam?' De koning liet zich niet uit zijn lood slaan en hield zijn gebiedende toon aan: 'Albert Twee.' Onze chef-Wetstraat haalde de schouders op: 'Zegt me niks.' De koning naderde zijn kookpunt: 'Albert ! Koning der Belgen, dus ook der u.' Van Cauwelaert zuchtte diep, zwierde met een lome zwaai zijn benen van zijn bureau, duwde zich op de armsteunen van zijn stoel op, greep naar zijn agenda, en sloeg met een diepe frons op zijn gelaat enkele blaadjes om. 'Albert... Albert, Albert... nee. Ik zie hier geen afspraak met wat voor Albert ook. Misschien een vergetelheid van mijnentwege?' Hierna blikte hij de vorst voor het eerst in de ogen, nog steeds zonder enige blijk van herkenning laat staan verrassing te tonen. De koning, niet voorbereid op een dergelijke reactie, verloor een deel van zijn zelfverzekerdheid en van zijn toorn. Waarna onze chef-Wetstraat mompelde: 'Enfin, nu ge hier toch zijt, wat is er zo belangrijk dat ge mij ermee wenst te storen?'Koning Albert klonk heel wat minder ferm, toen hij voor de derde keer zijn klacht formuleerde. 'U bent hoofdredacteur? In uw blad is beweerd dat ik een miljard geïnvesteerd en ipso facto verloren zou hebben in Lernout & Hauspie. Uw ondergeschikte ginder beweert dat die informatie van u kwam.' Van Cauwelaert liet opnieuw een stilte, nam een flinke teug van zijn whisky, liet die sierlijk doorheen zijn keel dansen, en smakte nadrukkelijk. Hij leunde weer genoeglijk achterover, legde zijn handen in zijn nek, monsterde de vreemde bezoeker opnieuw, zo niet met minachting dan toch met desinteresse, en antwoordde: 'En als dat zo was, wat dan ?' De koning voelde zijn kwaadheid weer oplaaien en gooide zijn troef op tafel: 'Kunt ge dat bewijzen?' Onze chef-Wetstraat, niet van plan zich te laten opjagen, boog met merkbare tegenzin langzaam naar de koning toe, geeuwde en sprak: 'Kan ik bewijzen dat God bestaat ? Neen. Mag ik schrijven dat God bestaat? Ja. Wat komt gij dan klagen?' Hier had de vorst niet van terug. Lang geleden hadden smadelijk verloren discussies met zijn broer hem al geleerd dat hij in religieuze kwesties meestal aan het kortste eind trok. Het Godsbewijs van Van Cauwelaert stelde hem sprakeloos. Dat zijn terechte verontwaardiging op een zo eenvoudige manier gecounterd kon worden, had hij niet verwacht. Zijn lippen wilden wel repliceren, maar zijn geest wist niet meer hoe. Er volgden nog een paar iele klanken, maar ook die werden in de kiem gesmoord door onze chef-Wetstraat: 'En zwijg nu, want de koers gaat beginnen en ik heb mijn volledige salaris op Wild Willy gezet.' De koning kon zijn oren niet geloven. 'Op Wild Willy? Maar allez jong, die heeft vorige week zijn achterpoot verstuikt in de race in Walthamstow. Hebde gij dat niet gezien?' Onze chef-Wetstraat schoot nu plots wel in actie. Hij trok de koning over zijn bureau heen en schreeuwde hem toe: 'Kreupel aan zijn achterpoot? Zijt ge zeker?' De koning kwam even in de verleiding om te antwoorden: 'Ben ik zeker dat God bestaat? Neen. Mag ik zeggen dat God bestaat? Ja.' Maar gezien de ernst van de situatie begreep hij dat er geen tijd meer was voor grapjes. 'Natuurlijk ben ik zeker. Luister Rik, ik heb een betrouwbare tuyau gekregen: deze race is geflikt. King George gaat winnen. Staat zeventien tegen één. Haast u.' Dat liet onze chef-Wetstraat zich geen twee keer zeggen. Hij dook naar zijn computer die nog altijd verbonden was met Ladbroke's Londen, annuleerde zijn vorige inzet en boekte het hele bedrag over op King George. Voor hij kon afsluiten, stond de koning al naast hem : 'Zet voor mij ook wat in Rik. Kunt ge mij een miljard voorschieten?' Geen vijf tellen later knalde het ijzeren konijn weg en begon de race. Van Cauwelaert wiste het zweet van zijn voorhoofd, en besefte dat hij aan een drama was ontsnapt. 'Mijn oudste zoon heeft ook een hond gehad,' vertelde de vorst nog, 'maar die is aan de klink blijven hangen.'Twee rondjes verder bleek dat de koning zich vergist had. Het was King George die zijn poot verstuikt had. Wild Willy won met acht lengten voorsprong. Het werd akelig stil in het BMC, toen onze chef-Wetstraat uit zijn stoel overeind kwam. Koen Meulenaere