'Het was de midlifecrisis die plotseling toesloeg', zegt hij met een glimlach van oor tot oor. 'Ik was 45. Ik besefte dat ik halfweg was. Ik zag het einde voor me opdoemen. Ik ging nadenken. Ik heb altijd verschillende levens willen leiden, werd het niet eens tijd om radicaal te veranderen? Wat ook speelde: ik verveelde me. Meer dan twintig jaar had ik in de privésector gewerkt. Ik was goed in wat ik deed - ik wist hoe ik een bedrijf moest leiden, hoe ik personeelskosten kon besparen, hoe ik winst kon optimaliseren -, maar ik reed op automatische piloot. Wat heeft het voor nut, vroeg ik me af. Ik wilde een ander, rijker leven.'
...

'Het was de midlifecrisis die plotseling toesloeg', zegt hij met een glimlach van oor tot oor. 'Ik was 45. Ik besefte dat ik halfweg was. Ik zag het einde voor me opdoemen. Ik ging nadenken. Ik heb altijd verschillende levens willen leiden, werd het niet eens tijd om radicaal te veranderen? Wat ook speelde: ik verveelde me. Meer dan twintig jaar had ik in de privésector gewerkt. Ik was goed in wat ik deed - ik wist hoe ik een bedrijf moest leiden, hoe ik personeelskosten kon besparen, hoe ik winst kon optimaliseren -, maar ik reed op automatische piloot. Wat heeft het voor nut, vroeg ik me af. Ik wilde een ander, rijker leven.' Dus gooide Pierre Pirard vier jaar geleden radicaal het roer om. De man die topfuncties had bekleed bij Procter & Gamble, Reckitt Benckiser, Stanley Works en Family Service, de topmananger die in Frankrijk, Nederland, Portugal, Rusland en België (heel erg goed) zijn brood had verdiend, ging voor de klas staan. Niet in een chic college of aan de universiteit, maar in het Institut des Ursulines, een zogenaamde probleemschool in Molenbeek met overwegend leerlingen van Maghrebijnse origine. Pirard ging er bedrijfsbeheer onderwijzen aan jongeren van het zesde en het zevende jaar beroeps. Hij kwam terecht in een wereld waar hij niets van af wist. 'Ik ben opgegroeid in Brussel, ik woon in Wezembeek-Oppem, ik heb drie kinderen tussen 18 en 23 jaar, maar de jongeren hier op school kende ik totaal niet. De gettoïsering van Brussel is een enorm probleem. De jongeren van Molenbeek komen niet in Wezembeek-Oppem en omgekeerd. Ik zag deze jongeren een enkele keer op de metro, in de bioscoop en heel vaak in de media, waar - om het zacht uit te drukken - niet op een heel positieve manier over ze bericht wordt. Ik wilde hen persoonlijk leren kennen. Ik vond dat ik niet in deze stad kon leven, waar de migratie almaar belangrijker wordt, zonder de kinderen daarvan echt te ontmoeten. Daarom koos ik doelbewust voor deze school in Molenbeek.' De eerste dag voor de klas, 1 september 2009, werd een ware beproeving voor de ervaren people's manager. 'Het was de totale chaos. Mijn leerlingen zagen meteen dat ik geen echte leraar was. Ze lokten me mee in discussies over alles en nog wat en de uren vlogen voorbij. Ik ben normaal gezien tot in de puntjes georganiseerd, maar die eerste dagen heb ik niets gegeven van de leerstof die ik had voorbereid. Ik was zenuwachtig en daar hebben ze misbruik van gemaakt. Het eerste jaar op school ging ik te vriendschappelijk met mijn leerlingen om. 'Die Pirard, dat is een toffe gast', zeiden ze tegen elkaar, en ondertussen zaten de meisjes zich te schminken in de klas en zetten de jongens de boel op stelten. Pas na een gesprek met mijn eigen kinderen zag ik in wat ik verkeerd deed. Zij hebben me geleerd hoe je als leerkracht gerespecteerd kunt worden. Ik moest grenzen stellen, strenger zijn, discipline eisen.' Pierre Pirard: Deels als provocatie, maar vooral om mijn leerlingen een hart onder de riem te steken. Misschien wel het grootste probleem waar ze mee worstelen is hun gebrek aan zelfvertrouwen. 'Monsieur,' zeggen ze me, 'ik woon in Molenbeek, ik ben moslim, ik heet Mohammed, ik volg beroeps en ik ben al drie keer blijven zitten. Ik ben dus een élève de merde, een rotleerling. Denkt u echt dat er me nog iets moois te wachten staat in het leven?' Deze jongeren zien geen toekomst. Ze dromen niet zoals andere jongeren. Dat vermogen moeten we hen teruggeven. Mijn leerlingen zijn ruwe diamanten. Er zit een gigantisch potentieel in hen, maar dat blijft nu onbenut. We zijn met zijn allen - zeker ook politici en bedrijfsleiders - stekeblind en zien de groeikansen niet die verloren gaan. Pirard: Ook dit jaar kon niemand in mijn klas, allemaal leerlingen tussen 18 en 22 jaar, uitrekenen hoeveel 10 procent van honderd is. Geen één! Ze zijn nochtans niet dom. Ze hebben common sense, een goed gevoel voor humor. Ik kan een filosofisch gesprek met hen voeren, over religie bijvoorbeeld. Dus vraag ik me af: hoe is het mogelijk dat deze jongeren, die al twaalf, vijftien jaar op de banken van het Franstalig onderwijs zitten, geen procenten kunnen berekenen? Pirard: Een van de redenen is de negatieve spiraal waarin ze van jongs af zijn meegesleurd. Ik geef les in het zesde en het zevende jaar beroeps. Dat is dus helemaal op het einde van hun schoolparcours. Soms zijn ze al op de sukkel van het begin van de lagere school. Ze hebben jaren moeten overdoen, ze zijn platgeslagen door het systeem. Ze voelen zich verworpen door het onderwijs. Dat zou een motor van emancipatie moeten zijn, maar het tegendeel is waar. Pirard: Het Franstalig onderwijs in België scoort op het vlak van gelijke kansen het slechtst van alle OESO-landen. Nergens anders is de afkomst van je ouders zo bepalend voor je succes op school. In de befaamde Pisa-test van de OESO scoren de 25 procent 'rijkste' jongeren in het Franstalig onderwijs gemiddeld 136 punten beter dan de 25 procent 'armste' jongeren. Dat komt overeen met vier studiejaren. Dat betekent met andere woorden dat een jongere van vijftien uit een hoog sociaaleconomisch milieu gemiddeld dezelfde intellectuele ontwikkeling heeft als een jongere van negentien uit een zwakker milieu. Ons onderwijssysteem vergroot de sociale ongelijkheid dus eerder dan ze weg te werken. Vlaanderen doet het wat dat betreft trouwens niet veel beter. Dat in ons land zo'n onrechtvaardigheid bestaat, heeft me diep geschokt. Pirard: Absoluut niet. En ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de Belgen dat niet beseft. Ik vraag me ook vaak af of de politieke wereld in ons land zich er wel bewust van is. Onze politici hebben het de hele tijd maar over de communautaire problemen. Zo veel energie die naar die taalruzies gaat, terwijl het echte probleem blijft liggen. We moeten dringend het niveau van ons onderwijs opkrikken, dat moet de grootste prioriteit krijgen. Het onderwijs is de as waarrond alles draait. Als we erin slagen om dat te verbeteren, komt er vanzelf economische groei. Jongeren worden creatiever en ondernemender. De criminaliteit zal dalen. De algemene gezondheidstoestand zal verbeteren want hoger opgeleiden dragen beter zorg voor zichzelf. De sociale cohesie zal toe-nemen, en ga zo maar door. Pirard: Ik kan me niet inbeelden dat ik dat niet zou doen. Het engagement van een leraar moet veel verder gaan dan de twintig uur dat hij voor de klas staat. Mijn leerlingen mogen me altijd bellen, ook in het weekend. Ik doe het al vier jaar zo en er is nog nooit misbruik van gemaakt. Je moet begrijpen dat mijn leerlingen anders denken dan een leerling in het algemeen secundair. Die bereidt zijn lessen voor, stelt een planning op, anticipeert op de week die komt. Mijn leerlingen hebben het daar moeilijk mee. Ze realiseren zich pas de avond voor een toets dat ze iets niet begrepen hebben. Uiteraard moeten ze leren op lange termijn te denken, maar intussen moet ik mijn pedagogie wel aanpassen aan hun realiteit opdat we samen ergens zouden geraken. Dat betekent dat ik als leraar toegankelijk en flexibel moet zijn. Pirard: Klopt, de school is vaak maar een van de dingen waarmee ze bezig zijn, iets wat er bij komt, zeg maar. Daar zijn veel oorzaken voor. De meeste leerlingen zijn meerderjarig. Hun ouders zijn gescheiden of teruggekeerd naar Marokko. Ze wonen hier alleen met broers en zussen voor wie ze moeten zorgen. Soms zijn er geldproblemen in het gezin en moeten ze uit werken. Daar moet ik als leerkracht allemaal rekening mee houden. Twee jaar geleden had ik een klas waarvan de meerderheid 's avonds werkte tot elf uur. Het had geen zin om om 8.20 uur 's ochtends een overhoring te doen, want de helft van de banken was dan leeg. Wat deed ik? Ik schoof de test op naar 9.10 uur. Ik paste me opnieuw aan hen aan. Dat stoorde me niet. Natuurlijk doe ik niet n'importe-quoi. Af en toe hebben mijn leerlingen ook gewoon een trap onder hun kont nodig. Je moet ze af en toe ook durven door elkaar te schudden, want laat ons eerlijk zijn: het zijn ook geen engeltjes. Ze komen vaak niet opdagen, ze maken lawaai in de les, het zijn onverbeterlijke uitstellers... Pirard: In de vier jaar dat ik nu les heb gegeven, zijn er twee of drie problemen geweest met agressie tegenover docenten. Maar verder... niets. Ik laat tijdens elke pauze mijn portefeuille in de klas, nog nooit is die verdwenen. Ik ga iedere dag met mijn scooter naar school en die is nog nooit bekrast. Nochtans geef ik les in Molenbeek, dat is de Bronx van Brussel, hè! De delinquente en agressieve jongeren over wie men het in de media altijd heeft, zijn maar een uiterst kleine minderheid. Maar ja, met goed nieuws verkoop je natuurlijk geen krant. Pirard: Neen, nooit. Ik ben wel al beledigd door leerlingen, als ze een opmerking of slechte punten van me kregen. Maar is dat erg? Ik kan het natuurlijk niet toelaten dat ze me een con noemen, zo'n leerling moet zich excuseren. Maar het is niet erg. Ik ben zelfs veeleer blij dat een jongere revolteert tegen een slecht rapport, want dat betekent dat hij de school belangrijk is gaan vinden. Pirard: Ik stimuleer ze om over hun eigen grenzen te gaan. Dit jaar zijn we met de hele klas gaan parachutespringen. In het begin sputterden ze tegen: 'Monsieur, dat is onmogelijk, dat is te duur, dat ga ik niet durven.' Hun hoofd zat vol uitvluchten. Parachutespringen kost inderdaad 200 euro per persoon, dus hadden we 3000 euro nodig. Ik zei: 'Jullie gaan ervoor werken - broodjes verkopen, enzovoort - en jullie halen 1000 euro op. Ik zoek sponsors die 2000 euro bijleggen.' Zo is het gegaan. Ze hebben keihard gewerkt en we zijn gaan parachutespringen. Het was een onvergetelijke dag. Mijn leerlingen, die normaal gezien Molenbeek niet uit komen, op de trein naar Spa, de opwinding in de helikopter, de sprong... Fantastisch. Met een andere klas zou ik naar Griekenland gaan, opnieuw met de hulp van sponsors. Ik vond echter dat ze dat niet verdienden, want ze hadden niet goed gewerkt. Ik zei hen: 'In plaats daarvan gaan we een weekend blokken in de Ardennen.' Mijn leerlingen wisten niet wat dat was, blokken. Twee dagen niets anders dan studeren, ze waren ervan overtuigd dat ze dat nooit zouden kunnen. Tijdens ons weekend konden ze zich inschrijven in werkgroepen: Frans, Nederlands, economie... Daar hebben ze ontdekt dat ze twee dagen ononderbroken kunnen studeren, en dat ze dus misschien ook wel kunnen doorleren om bijvoorbeeld verpleegster of politieagent te worden. Pirard: We moeten eerst en vooral investeren in kwaliteitsleerkrachten. Het consultancybureau McKinsey schrijft in een rapport: 'De kwaliteit van een onderwijssysteem kan nooit de kwaliteit van het onderwijzend personeel overstijgen.' Uiteraard hebben we goede leerkrachten, de grote meerderheid van mijn collega's wil de leerlingen duidelijk helpen om vooruit te komen, maar te weinig jongeren opteren bewust voor het onderwijs als hun eerste beroepskeuze. Het beroep moet opgewaardeerd worden om de beste krachten aan het onderwijs te binden. Pirard: Dat vind ik een goed plan. Ook in Vlaanderen is men bezig met de hervorming van de lerarenopleiding, begrijp ik. We moeten de leerkrachten maximaal opleiden zodat ze de knelpunten bij hun leerlingen zo vroeg mogelijk detecteren. Ik heb jongeren in mijn klas die bij overhoringen een blanco blad afgeven, terwijl ik goed weet dat ze het antwoord op mijn vragen kennen. Ze schamen zich echter zo erg over hun spelling of hun handschrift dat ze liever een nul krijgen dan dat ik zou zien hoe slecht ze schrijven. Die leerlingen hebben dysorthografie of dyslexie. Bij kinderen uit hogere sociaaleconomische milieus zou dat al in de lagere school zijn opgemerkt. Hun ouders zouden hen naar de logopedist of weet ik wat hebben gestuurd. Misschien zouden ook de leerkrachten meer aandacht voor hen hebben gehad. De jongeren in mijn klas hebben geen hulp gekregen. Nu zijn ze twintig en is het veel moeilijker om dat probleem te lijf te gaan. Pirard: Het is weinig democratisch, maar ik ben voorstander om quota op te leggen zodat er een echte sociaal-culturele mix komt, al vanaf de basisschool. In mijn school is 95 procent van de leerlingen van vreemde origine. In andere scholen zitten dan weer 95 procent Belgen. De gettoïsering van de Brusselse scholen moet dringend bestreden worden. In de jaren zestig voerde men in de Verenigde Staten een politiek van affirmative action. Universiteiten als Stanford en Harvard werden verplicht om 5 procent zwarte leerlingen in te schrijven. Dat heeft gewerkt, vijftig jaar later is er een gekleurde president. In België moeten de politici zich nu maar eens eindelijk als ware staatsmannen gedragen. Ze moeten eindelijk met hun hand op tafel slaan en eisen dat er echt gemengd onderwijs komt. Men beweert vaak dat de kwaliteit van het onderwijs daalt als er te veel migrantenkinderen in een klas zitten. Dat geloof ik niet. Mij maak je niet wijs dat een blanke, katholieke baby en een moslimbaby niet in de knop dezelfde intellectuele vermogens hebben. Pirard: Op dit moment niet, omdat ze er de uitzonderingen waren geweest. Maar als het een echt gemengde school zou zijn, zou ik er niets tegen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat het België van morgen een gemengd België zal zijn. Kinderen en jongeren moeten elkaar daarom al van jongs af leren kennen, op de basisschool, zodat ze niet meer die dwaze vooroordelen en clichébeelden van elkaar hebben zoals nu. Dan pas zullen xenofobie en racisme afnemen en wordt onze maatschappij rechtvaardig en harmonieus. Daarmee zeg ik zeker niet dat we naar een uniforme samenleving moeten. We moeten goed het onderscheid blijven maken tussen assimilatie en integratie. Assimilatie is zeker niet wenselijk, integratie wel. Pirard: Neen, dat leven is voorbij. Ik blijf me inzetten voor het onderwijs. Ik geef ook les in de eerste bachelor marketing in de ICHEC Brussels Management School. Dat is een mooie afwisseling met mijn werk in Molenbeek. Ik heb samen met andere sociale ondernemers ook pas een vzw opgericht, Teach for Belgium, die excellente jongeren wil motiveren om in het onderwijs te stappen. Pirard: O neen, absoluut niet. Ik verwerp mijn vroegere leven helemaal niet. Ik heb ervan genoten om veel geld te verdienen, ook voor mijn medewerkers en aandeelhouders. Dat was 25 jaar mijn leven en daar heb ik helemaal geen spijt van. Ik geloof dat het kapitalistische systeem waarin we leven ook zijn raison d'être heeft - tot op bepaalde hoogte weliswaar. Dat ik ben overgestapt naar het onderwijs, had een veel egoïstischer reden. Ik wou een menselijk rijkere ervaring opdoen. Dat is gelukt. De afgelopen vier jaar waren de meest overweldigende maar ook de meest inspirerende van mijn leven. Ik krijg zo veel terug van mijn leerlingen. Vous n'êtes pas des élèves de merde van Pierre Pirard is verschenen bij Les Editions de l'arbre en kost 19,90 euro.DOOR ILSE DEGRYSE, FOTO'S FILIP NAUDTS'Mijn eigen kinderen hebben me geleerd hoe je als leerkracht gerespecteerd kunt worden. Ik moest grenzen stellen, strenger zijn, discipline eisen.' 'Het onderwijs is de as waarrond alles draait. Als we erin slagen om dat te verbeteren, komt er vanzelf economische groei.' 'Mij maak je niet wijs dat een blanke, katholieke baby en een moslimbaby niet in de knop dezelfde intellectuele vermogens hebben.'