'Rhodé heeft ons voor het eerst doen nadenken over thuisonderwijs. Ze lijdt aan het velo-cardiaal-faciaal syndroom (VCFS), dat zich bij haar onder meer uit in leerstoornissen en een taalachterstand. Ze ging naar school tot ze zeven was, maar dat liep niet vlot. Rhodé zou in het buitengewoon onderwijs zijn terechtgekomen. De gedachte dat ik mijn fragiele en zeer beïnvloedbare dochter moest achterlaten op een speelplein waarop werd geschreeuwd en geduwd, stond me enorm tegen. Vier jaar geleden gaf ik mijn baan op als leerkracht gods...

'Rhodé heeft ons voor het eerst doen nadenken over thuisonderwijs. Ze lijdt aan het velo-cardiaal-faciaal syndroom (VCFS), dat zich bij haar onder meer uit in leerstoornissen en een taalachterstand. Ze ging naar school tot ze zeven was, maar dat liep niet vlot. Rhodé zou in het buitengewoon onderwijs zijn terechtgekomen. De gedachte dat ik mijn fragiele en zeer beïnvloedbare dochter moest achterlaten op een speelplein waarop werd geschreeuwd en geduwd, stond me enorm tegen. Vier jaar geleden gaf ik mijn baan op als leerkracht godsdienst en besloot ik thuisonderwijs te geven aan Rhodé. Achteraf beschouwd ben ik alleen maar blij dat ik die plotse carrièrestap heb gezet. Ik merkte al gauw dat het principe van het thuisonderwijs erg overeenstemde met onze levensopvatting. We hebben een heel sterke visie op het samenleven in het gezin. Veel samen zijn en onze gezinsband verstevigen is voor ons erg belangrijk. Bovendien zijn we protestants en we zochten voor onze kinderen een school met de Bijbel, waar de leerkrachten gelovig zijn en een Bijbels mens- en wereldbeeld overdragen. In België kun je op school wel protestantse godsdienstlessen volgen, maar in geen enkele middelbare school werkt het geloof in God in alle lessen door. Ooit heeft de Schepper alles als één geheel gemaakt, dus waarom zouden wij het leerproces van onze kinderen lostrekken van het gezin waarin ze opgroeien? Mijn jongste dochter is nooit naar school geweest. Net zoals een kind vanzelf leert lopen en spreken, leert Febe zonder dat ze echt onderwijs volgt. Ze kent alle letters, en ze begint daar woorden van te maken. Ook eenvoudige rekensommetjes lukken al. Vanaf volgend jaar, als ze haar kleuterjaren ontgroeid is, geef ik haar wel les, maar ik vermoed dat ze erg zelfstandig zal werken. Sinds dit schooljaar blijft ook Jedidja thuis. Dat vindt ze best fijn. Vriendinnen mist ze niet, want na de schooluren zijn er nog de muziekschool en de tienerclub van de kerk. Vriendschappen opbouwen gaat daardoor misschien moeizamer, maar de vrienden die ze nu heeft, zijn echte vrienden. Thuisonderwijs behoedt kinderen ook voor groepsdruk. De druk van anderen kan ze soms echt kapotmaken. Nu kan ik veel meer toezicht houden op de contacten van mijn kinderen. Het is misschien een beetje ironisch, maar mijn man werkt in het onderwijs. Hij heeft het daar nog steeds naar zijn zin. We zien ook wel in dat thuisonderwijs niet geschikt is voor iedereen. Maar als ik praat met moeders in de periode dat de schoolrapporten worden uitgedeeld, dan vliegen de procenten me om de oren. Waar maken jullie je druk om, denk ik dan. Ik ben blij dat mijn kinderen niet op subjectieve cijfers worden afgerekend.'