In ?De week in België? (Knack nr. 15) wordt nog maar eens gepleit voor stemrecht voor migranten. Lange tijd werkte ik in moslimlanden. Het was er verboden tijdens de ramadan in het openbaar te roken ; onze haren moesten kort geknipt zijn, anders werden ze op het politiebureau gekortwiekt. Het dragen van een kruisje (zelfs onder het hemd) was verboden. Als we een woning van een moslim betraden, lieten we onze schoenen voor de deur staan, uit respect voor de plaatselijke gebruiken. Fotograferen was strikt beperkt tot eigen vrienden en de gebouwen waaraan we zelf werkten. Wie alcohol bezat of dronk, werd binnen de 24 uur het land uitgezet. Vrouwen mocht...

In ?De week in België? (Knack nr. 15) wordt nog maar eens gepleit voor stemrecht voor migranten. Lange tijd werkte ik in moslimlanden. Het was er verboden tijdens de ramadan in het openbaar te roken ; onze haren moesten kort geknipt zijn, anders werden ze op het politiebureau gekortwiekt. Het dragen van een kruisje (zelfs onder het hemd) was verboden. Als we een woning van een moslim betraden, lieten we onze schoenen voor de deur staan, uit respect voor de plaatselijke gebruiken. Fotograferen was strikt beperkt tot eigen vrienden en de gebouwen waaraan we zelf werkten. Wie alcohol bezat of dronk, werd binnen de 24 uur het land uitgezet. Vrouwen mochten niet worden aangesproken, als je niet het risico wou lopen beschuldigd te worden van overspel. Wat zien we in dit land ? Dezelfde moslims die er in eigen land zo streng op toezien dat we hun gebruiken respecteren, zitten in onze scholen, verschijnen voor commissies en bij de koning met een hoofddeksel op. We appreciëren dat ook nog. Terwijl de beleefdheid bij ons vraagt om het hoofddeksel af te nemen als men ergens binnentreedt, met uitzondering van de kerken, waar vroeger (en op sommige plaatsen nog) de vrouwen hun hoofd moesten bedekken. In ?Rond de moskee? (Woord Vooraf, Knack nr. 11) wordt nog maar eens herhaald dat moslimvrouwen een hoofddoek dragen omwille van de ?regels van hun geloof?. Om het even welke korankenner zal u vertellen dat die hoofddoek niets met religie te maken heeft. Knack zou veleer de Belgische vrouwen, die in de moskee een hoofddoek droegen uit respect voor moslimgebruiken, moeten loven, dan degenen die eeuwig en overal hun minachting voor onze gebruiken demonstreren. De hoofddoek is een waarschuwing voor elke burger, voor de pers en onze bewindslieden van wat in werkelijkheid wordt gedemonstreerd. Opmerkelijk is dat diezelfde vrouwen met hoofddoek fietsen, autorijden, schoollopen en zelfs hogere studies doen, wat hen wel door de koran verboden wordt. Maar dan telt hun religie blijkbaar niet. Dergelijke tegenspraak zou ons de vraag moeten doen stellen : waarom is een en dezelfde mens religieus en antireligieus tegelijk ? Zowel in ?De week in België? (Knack nr. 11) als in ?Dag vreemde man? (Knack nr. 12) pleit Knack voor stemrecht voor migranten. Zonder zich af te vragen of degenen die geen deel wensen uit te maken van een gemeenschap, mee kunnen beslissen hoe in die gemeenschap geleefd wordt. Als het socialistische partijbelang (er is immers maar één partij die hoopt dat alle moslims voor haar zullen stemmen) het uiteindelijk toch haalt op het algemeen belang, dat men dan stemrecht toekent op bilaterale basis. Dat men dan voor onze landgenoten in moslimlanden dezelfde sociale, economische en religieuze rechten eist in de landen van herkomst als men hier aan de gastarbeiders verstrekt. Laat onze landgenoten dan ginder even gerechtigd zijn hun kerken en gemeenschapshuizen voor vrijzinnigen in te richten, hun symbolen overal te tonen, deel te nemen aan de bestuursbeslissingen, ondersteuning te genieten bij werkloosheid, ziekte, ouderdom, invaliditeit en zo meer. Het verzet vanuit die thuislanden zal zo langdurig zijn dat onze cultuur ruimschoots de tijd krijgt om alles rimpelloos te absorberen. Haast zal integratie onmogelijk maken. M. Vandecruys, Antwerpen.