Best mogelijk dat u nog nooit van de Venetiaanse componist Antonio Caldara (1670-1736) hebt gehoord, al heeft hij 87 opera's, 32 missen en nog een pak ander moois gemaakt. Maar, inderdaad, na zijn dood raakte hij vrij gauw in de vergeethoek. Curieus eigenlijk, want diverse werken van hem zijn beslist meesterlijk. Als referentie: Bach pende - omdat er geen fotokopieermachines bestonden - eigenhandig zijn "Magnificat in C" over. Wellicht bewonderde de Cantor zijn toepassing van de affectenleer, de essentie van de barokmuziek. "Affecten" zijn in feite de zielenroerselen, de emoties, maar dan in muzikale vorm gegoten. Er bestaan veel verhandelingen over, onder meer van Marpurg en Mattheson. En van Quantz, ...

Best mogelijk dat u nog nooit van de Venetiaanse componist Antonio Caldara (1670-1736) hebt gehoord, al heeft hij 87 opera's, 32 missen en nog een pak ander moois gemaakt. Maar, inderdaad, na zijn dood raakte hij vrij gauw in de vergeethoek. Curieus eigenlijk, want diverse werken van hem zijn beslist meesterlijk. Als referentie: Bach pende - omdat er geen fotokopieermachines bestonden - eigenhandig zijn "Magnificat in C" over. Wellicht bewonderde de Cantor zijn toepassing van de affectenleer, de essentie van de barokmuziek. "Affecten" zijn in feite de zielenroerselen, de emoties, maar dan in muzikale vorm gegoten. Er bestaan veel verhandelingen over, onder meer van Marpurg en Mattheson. En van Quantz, die extra benadrukt dat ook de vertolkers die emoties moeten uiten. Zijn laatste twintig jaar bracht Caldara door bij Karel VI aan het Weense hof. Daar componeerde hij het oratorium "La Passione di Gesù Cristo Signor Nostro". Het bestaat uit vijftien recitatieven, drie koorwerkjes, één duet en twaalf aria's. Vooral die aria's zijn prachtig en soms heel virtuoos: in het Weense hof huisde namelijk het kruim van de zangers van toen. Caldara heeft gul gebruik van hen gemaakt. De eerste opvoering vond plaats in 1729 in de hofkapel, met als decor een kruis, lansen, bloederige gewaden, hamers, nagels en nog ander griezelig spul. Aan het keizerlijke hof waren ze niet bepaald vroom, maar ze hielden wel van religieuze show. Het oratorium kende een waanzinnig succes. LEPELTJESToch is dit succes niet enkel aan de muziek van Antonio Caldara te danken. Heel belangrijk hierbij was de tekst, het libretto. Iedereen weet dat het lijdensverhaal van Christus, zoals weergegeven door de vier evangelisten, wel aangrijpend van inhoud is maar - laten we eerlijk wezen - nogal droog en zakelijk, zonder literaire ambities. Keizer Karel VI wilde dat anders en bestelde persoonlijk een libretto bij de befaamde Pietro Metastasio. Wie het evangelieverhaal kent, weet dat Petrus na zijn verloochening van Christus huilend wegvluchtte en van het toneel verdween. Met fijn dramatisch inzicht pakt Metastasio precies daar de draad op. Die Petrus doolt vertwijfeld rond. Hij komt toevallig Johannes, Magdalena, en Jozef van Arimatea tegen, en vraagt hen angstig: "Leeft Jezus nog?". Dan doen die drie het lijdensverhaal op hùn manier. De grote lijn is evangelisch juist, maar ze dikken het theatraal aan. Ergens zijn ze echt gemeen, want met hun lugubere beschrijvingen maken ze Petrus nog verdrietiger en vergroten ze zijn schuldgevoel. Zo vertelt de uitgekookte Johannes geraffineerd hoe sommige omstanders de kruisdragende Jezus een voetje lichtten om Hem te laten vallen. Of hoe de beulen bij het vastnagelen aan het kruis de kromgeslagen spijkers weer uitrukten en door andere vervingen. Gruwelijk gewoon! Of hoe de soldaten Maria met bruut geweld van het kruis losrukten en wegsleurden als een vod. Het is een pakkend opera-achtig libretto geworden. Ook de aria's zijn meesterlijk, zoals "Se a librarsi in mezzo all'onde" over hoe je een kindje leert zwemmen: het is niet bang, omdat de vader zijn hand onder hem houdt. Zo helpt God ons ook. Van dit oratorium is een puntgave uitvoering verschenen bij Virgin Veritas door dirigent/violist Fabio Biondi en zijn Europa Galante. Solisten zijn Patricia Petibon en Francesca Pedaci, sopranen, Laura Polverelli, contralto, en Sergio Foresti, bas en het Athestis Chorus. Schitterend gewoon. Puur emotionele barok. Ook geluidstechnisch is deze opname voorbeeldig. Dit is typische luistermuziek die blijvende aandacht vraagt. Het is geen klankbehang of "musique d'ameublement" zoals Eric Satie zou zeggen. Compositie en tekst zijn nauw verbonden, net als in een goede opera, passies of alle vocale werken met inhoud en van enige betekenis, zowel uit het verleden als het heden. Voor wie die luisterintentie niet kan opbrengen, bestaat er klassieke muziek genoeg waarbij het gerammel van lepeltjes in theekopjes niet stoort. Neem voor dit Caldara-oratorium - volg de tekst - echter ruim de tijd en de nodige rust. Caldara, "La Passione di Gesù Cristo", Fabio Biondi. Virgin Veritas 7243 5 45325 2 8.Fons de Haas