De bloedige operatie in Gaza vorige maand maakte dit weer duidelijk: er zijn weinig landen in de wereld waar de politiek zozeer een kwestie van leven of dood is als in Israël. President Shimon Peres vroeg de leider van het rechtsconservatieve Likoed, Benjamin Netanyahu, om een regering te vormen. Netanyahu legde het bij de verkiezingen weliswaar af tegen de centrumpartij Kadima van Tzipi Livni, maar hij kan, als hij dat wil, een coalitie vormen met de waaier van extreemrechtse en religieuze partijen.
...

De bloedige operatie in Gaza vorige maand maakte dit weer duidelijk: er zijn weinig landen in de wereld waar de politiek zozeer een kwestie van leven of dood is als in Israël. President Shimon Peres vroeg de leider van het rechtsconservatieve Likoed, Benjamin Netanyahu, om een regering te vormen. Netanyahu legde het bij de verkiezingen weliswaar af tegen de centrumpartij Kadima van Tzipi Livni, maar hij kan, als hij dat wil, een coalitie vormen met de waaier van extreemrechtse en religieuze partijen. Omdat ook Netanyahu begrijpt dat die straat doodloopt, wil hij er Livni van overtuigen om samen in een regering te stappen, die met een beetje goede wil een regering van nationale eenheid kan worden genoemd. De prijs zal hoog zijn. Kadima ontstond uit Likoed, precies om een andere politiek tegenover de Palestijnse kwestie mogelijk te maken. Kadima staat voor een volwaardige Palestijnse staat, naast de Joodse democratie Israël. Als de partij die politieke lijn opgeeft, verdwijnt tegelijk haar reden van bestaan. Er komt dus nog niet meteen een einde aan het conflict, terwijl de contouren van wat een akkoord moet zijn toch al enige tijd zichtbaar zijn. Israël moet zich grosso modo terugtrekken binnen zijn grenzen van 1967. Het moet aanvaarden dat Jeruzalem zodanig wordt verdeeld, dat de twee landen er hun hoofdstad kunnen hebben. De Palestijnen moeten aanvaarden dat de terugkeer van de vluchtelingen tot een symbolisch recht wordt herleid. En dat Palestina wel soeverein wordt, maar ook gedemilitariseerd. Zelf nam de nieuwe Amerikaanse president nog geen standpunt in. Maar het weekblad The Economist weet dat in kringen rond Barack Obama de gedachte veld wint dat het taboe wordt doorbroken dat er niet met het islamistische Hamas wordt gepraat. Hamas geldt als een terreurbeweging. Om gesprekspartner te worden, moet ze het bestaansrecht van Israël erkennen, het gebruik van geweld afzweren en de akkoorden aanvaarden die andere Palestijnen eerder met Israël afsloten. Er zijn er nu die daar niet op willen wachten. De Amerikanen menen uit gesprekken van onder meer de voormalige president Jimmy Carter te mogen afleiden dat Hamas pragmatischer is dan zijn beladen charter laat vermoeden. Wellicht wacht Obama tot zijn gezant voor het Midden-Oosten, George Mitchell, het pad heeft geeffend. Mitchell had succes toen hij in de jaren negentig de extremisten in Noord-Ierland tot een akkoord kon bewegen. Hij leerde in Belfast dat onderhandelingen alleen kunnen slagen als alle partijen aan tafel zitten. Het leidt weinig twijfel dat hij dat ook in dit geval zal proberen. Mitchell voelt zich daarbij zeker gesteund door een brief aan de president van veteranen van de Amerikaanse buitenlandse politiek zoals Zbigniew Brzezinski en Brent Scowcroft om te proberen Hamas bij gesprekken te betrekken. Ook een deel van de invloedrijke Joodse lobby in Washington zou daar niet meer zo afkerig tegenover staan. Rest de vraag wat Israël zelf denkt. En of Bibi Netanyahu de moed heeft om zijn achterban tegen de haren in te strijken. door Hubert van Humbeeck