Nog twee maanden heeft de regering-Van Rompuy om budgettair orde op zaken te stellen.

Na het halve en halfslachtige migratie- en asielakkoord van goed een week geleden zijn de leden van de regering-Van Rompuy naar alle windrichtingen vertrokken om de batterijen op te laden. Ze zullen het nodig hebben om iets zinnigs uit te richten op de vijf ‘werven’ die premier Herman Van Rompuy (CD&V) voor het komende jaar in gedachten heeft: een akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde (tegen maart 2010), een staatshervorming (tegen midden 2010 om zonder institutionele muizenissen het EU-voorzitterschap aan te vatten), het afwerken van het migratie- en asielbeleid (in september), het terugschroeven van de kernuitstap (eveneens in september, want inmiddels gekoppeld aan de meerjarenbegroting) en last but not least een begroting voor 2010 en 2011 met het oog op de beleidsverklaring in oktober.

Na meer dan twee jaar van non-bestuur op federaal vlak – het brandweeroptreden tijdens de bankencrisis was de enige uitzondering – wordt dat laatste meer dan een huzarenstuk. In april zette de regering op verzoek van Europa vlug een stabiliteitsprogramma op papier dat tegen 2015 weer in een begrotingsevenwicht zou moeten uitmonden. De Europese Commissie heeft dat kladwerk zonder meer naar de prullenmand verwezen en wil van ons land een meerjarenbegroting zien met realistische uitgangspunten, klare budgettaire doelstellingen, strakke uitgavenplafonds, structurele besparingen en duidelijke begrotingsafspraken met de deelstaten.

De regering-Van Rompuy staat met de rug tegen de muur. Door de financiële en economische crisis krijgt de staatsschuld snel de omvang van het bruto binnenlands product (bbp), of de welvaart die in een heel jaar in België wordt gecreëerd. Het begrotingstekort stijgt in 2009 tot ruim 19 miljard euro, en voor de komende twee jaar is er zonder drastische ingrepen niet meteen beterschap in zicht. Econoom Geert Noels heeft al gewaarschuwd voor een ontsporing van de overheidsfinanciën die in 2010 kan oplopen tot 35 miljard of 10 procent van het bbp.

Zelfs als het niet zo’n dramatische vaart loopt, is het de vraag hoe Van Rompuy de eindjes aan elkaar denkt te knopen. Zijn bedeltocht langs de deelstaten na de regionale verkiezingen in juni heeft geen substantiële bijdrage van die kant opgeleverd. En binnen zijn eigen vijfpartijenregering blijven de ideologische en politieke tegenstellingen groot. Van de liberalen, met Didier Reynders (MR) en de nieuwbakken begrotingsminister Guy Vanhengel (Open VLD), hoeft niet verwacht te worden dat ze belastingverhogingen steunen. De Franstalige socialisten, met Laurette Onkelinx op Sociale Zaken en ‘rekenwonder’ Michel Daerden op Pensioenen, zetten zich schrap tegen besparingen op de sociale uitgaven en uitkeringen.

Van Rompuy, wiens reputatie stoelt op het begrotingsbeleid dat hij in de jaren negentig samen met Jean-Luc Dehaene (CD&V) voerde om België in de eurozone te loodsen, moest zich tot nog toe beperken tot het zorgen voor politieke rust en stabiliteit. Dat volstaat niet meer. Hij heeft nog twee maanden om spijkers met koppen te slaan.

door Patrick Martens

Van Rompuy kan zich niet langer beperken tot het bewaren van de politieke rust.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content