De Brookings Institution, de favoriete denktank van de Democraten, heeft de wind weer in de zeilen. Brookings, gelegen aan de Massachusetts Avenue in Washington, stond jarenlang in de schaduw van het American Enterprise Institute (AEI), de 'vrijemarktdenktank' die vooral de regering-Bush van intellectuele munitie voorzag. Sommige oudgedienden van de regering-Bush - zoals de Amerikaanse ex-ambassadeur bij de Verenigde Naties John Bolton, voormalig onderminister van Defensie Paul Wolfowitz en Bush- speechwriter David Frum - vonden na hun carrière onderdak bij het AEI in Washington. Maar het tij is gekeerd. Het AEI raakt op de achtergrond naarmate de Republikeinse invloed vermindert. Brookings telt weer mee sinds het electorale succes van de Democraten bij de verkiezingen voor het Congres in 2006, en door twee prominente kandidaten voor het presidentschap: Hillary Clinton en Barack Obama.
...

De Brookings Institution, de favoriete denktank van de Democraten, heeft de wind weer in de zeilen. Brookings, gelegen aan de Massachusetts Avenue in Washington, stond jarenlang in de schaduw van het American Enterprise Institute (AEI), de 'vrijemarktdenktank' die vooral de regering-Bush van intellectuele munitie voorzag. Sommige oudgedienden van de regering-Bush - zoals de Amerikaanse ex-ambassadeur bij de Verenigde Naties John Bolton, voormalig onderminister van Defensie Paul Wolfowitz en Bush- speechwriter David Frum - vonden na hun carrière onderdak bij het AEI in Washington. Maar het tij is gekeerd. Het AEI raakt op de achtergrond naarmate de Republikeinse invloed vermindert. Brookings telt weer mee sinds het electorale succes van de Democraten bij de verkiezingen voor het Congres in 2006, en door twee prominente kandidaten voor het presidentschap: Hillary Clinton en Barack Obama. Veel onderzoekers van Brookings zijn op een of andere manier betrokken bij een van de campagnes. Dat ligt uiteraard gevoelig, omdat de in 1927 opgerichte Brookings formeel een onpartijdige instelling is voor wetenschappelijk beleidsonderzoek. Brookings heeft richtlijnen uitgevaardigd om een scheiding aan te brengen tussen het onderzoekswerk van de wetenschappers en hun politieke activiteit. Ze mogen alleen 'in hun vrije tijd' aan politiek doen. Zo is Brookingsexpert Susan Rice - geen familie van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice - een bekend gezicht in het campagneteam van Obama. Jeremy Shapiro, hoofd van het Brookings Center on the United States and Europe, zit in een adviesgroep over buitenlandse politiek van het Obamateam, maar hij spreekt in eigen naam als Amerikaans Europadeskundige. JEREMY SHAPIRO: Het buitenland komt alleen aan bod voor zover er een conflict is met Amerika. Dat is met Europa niet het geval. Er zijn in Europa geen urgente problemen die Amerika raken. Er is natuurlijk een hele vervlechting tussen Europa en Amerika op het gebied van handel, reizen en cultuur. In dat opzicht heeft Amerika een nauwere band met Europa dan met welke regio in de wereld ook. Maar in de buitenlandse politiek is een thema pas aan de orde als er een urgente noodzaak is. Wat doe je als eigenaar van een autofabriek als het nabijgelegen benzinestation in brand staat? Dan ga je de boekhouding niet nog eens doornemen, maar de brand blussen. Zelfs Kosovo is geen thema. Er is enkel een Amerikaans belang, omdat we de 2000 Amerikaanse soldaten daar zo snel mogelijk willen terugtrekken om ze naar Afghanistan te sturen. Dan moet Europa zich zelf maar bezighouden met Kosovo. SHAPIRO: Dat zou toch een ernstige misvatting zijn. Het tegendeel is veeleer het geval: er zijn meer Europese troepen nodig in Afghanistan. De Democraten beroepen zich erop dat ze beter kunnen samenwerken met geallieerden dan de Republikeinen, die geneigd zijn unilateraal te werken. Het eerste wat een Democratische president zal doen, is een nieuwe oproep lanceren tot Europa: lever meer troepen voor de strijd in Afghanistan! De Europese landen moeten meer manschappen en materieel ter beschikking stellen dan ze nu doen. Het gaat daarbij om operationele, inzetbare troepen die gevechtshandelingen kunnen stellen. Frankrijk lijkt wat meer over de brug te komen. Canada is momenteel erg verontwaardigd, omdat het veel doet in Afghanistan en er al 80 manschappen heeft verloren. Dat is veel voor een land met 31 miljoen inwoners. De publieke opinie komt in verzet. De Canadezen dreigen zich terug te trekken uit Afghanistan, als er niet snel versterkingen komen van NAVO-partners. Amerika heeft het gat enigszins opgevuld, maar nog niet voldoende. De strijd in Afghanistan is een NAVO-zaak, gebaseerd op artikel 5 van het verdrag en goedgekeurd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De oorlog is internationaal gelegitimeerd. Maar veel Europese landen drukken hun snor. Duitsland zag Afghanistan als een veredelde vredesoperatie onder de schijn van ontwikkelingshulp, terwijl Italië en Spanje alleen in de veilige zones blijven. Die landen stellen vragen over de tactiek en de strategie van de missie, maar ze doen dat enkel om zich te verstoppen. Nu het gaat om de verdeling van de pijn, laten ze zich niet zien. In het zuiden van Afghanistan zijn inzetbare gevechtstroepen dringend nodig, maar die drie landen ontlopen hun NAVO-taak en beroepen zich op binnenlandse politieke problemen. Maar iedereen heeft dat soort problemen, dus dat interesseert mij niet. Met het vertrek van Bush vertrekken die moeilijkheden niet. Afghanistan en het terrorisme zijn de uitdagingen van onze tijd. Die problemen blijven, ook als er in het Witte Huis een president zit die gevoelens van sympathie opwekt. Een sympathieke president zal ook met die harde realiteiten worden geconfronteerd en een nadrukkelijk beroep doen op Europa. SHAPIRO: Amerikaanse commandanten op het terrein zeggen dat de toestand in Irak danig is verbeterd. De regering-Bush wil deze zomer beginnen met de terugtrekking van troepen, omdat er niet permanent 160.000 troepen nodig zijn om Irak te stabiliseren. In het kader van de zogenoemde surge heeft Amerika 20.000 tot 30.000 extra manschappen naar Irak gestuurd om de belangrijkste regio's te pacificeren. Dat heeft geholpen, maar het is niet duidelijk of dat succes volledig is toe te schrijven aan de surge. Er is ook een groeiend bewustzijn bij de Iraakse bevolking die genoeg heeft van terroristen, en vooral van Al-Qaeda. De vraag is of een overhaast vertrek verstandig is. Obama heeft altijd gezegd dat we niet even overhaast uit Irak mogen vertrekken als we het land zijn binnengevallen. Maar tijdens de verkiezingscampagne is er natuurlijk een enorme druk van kiezers om de troepen zo snel mogelijk naar huis te halen. De Amerikanen hebben genoeg van die oorlog. De presidentskandidaten verbinden zich aan het kiespubliek met beloftes, en de ervaring leert dat beloftes in Amerika uiteindelijk worden nagekomen. Anderzijds zijn veel Amerikanen er zich van bewust dat de overhaaste terugtrekking uit Irak kan leiden tot angstwekkende scenario's waarbij het land uiteenvalt en er zelfs een genocide volgt. Dat zou verschrikkelijk zijn. Daarom moet een terugtrekking op een verantwoorde manier gebeuren. SHAPIRO: Tot aan de Chinese grens. De drie presidentskandidaten zijn het eens over de uitbreiding van de NAVO. Het lidmaatschap staat open voor landen die aan bepaalde eisen voldoen. De belangrijkste criteria zijn dat in een NAVO-lidstaat een brede consensus moet bestaan over het lidmaatschap, omdat het een verregaande verplichting meebrengt. Een bondgenoot moet instaan voor de veiligheid van alle leden. Daarnaast zijn er eisen op het gebied van het democratische bestuur en de rechtsstaat. Conceptueel is er dus geen grens en kunnen landen in Oost-Europa of de Kaukasus ook lid worden. Ze kunnen een actieplan voor lidmaatschap bij de NAVO aanvragen. Maar er komt veel bij kijken. In Oekraïne is er geen brede consensus over het lidmaatschap, maar dat kan groeien tijdens de onderhandelingen. Georgië staat verder, terwijl Armenië en Oezbekistan nog een lange weg voor de boeg hebben. Vroeger werd een land dat het actieplan voor lidmaatschap aanvroeg vrijwel automatisch lid. Maar ik denk dat dat nu geen vanzelfsprekendheid meer is. SHAPIRO: Ja, dat vraagstuk ligt al op de tafel sinds 1949. Het zal nooit weggaan. Een Democratische president zal ongetwijfeld met grotere nadruk op de lastenverdeling hameren. Europeanen konden die discussie tijdens de regering-Bush gemakkelijker afwimpelen, omdat ze die regering als extreem en oorlogszuchtig konden afschilderen. De oorlog in Irak was vooral een Amerikaanse oorlog. Maar met een Democratische president Clinton of Obama geldt dat argument niet meer. Er wordt steeds meer verlangd van de NAVO. We hebben ook te maken met de crisis in Darfur en met vredesoperaties overal ter wereld. Europa kan zich niet altijd verschuilen achter symboliek en grote verklaringen om vervolgens weinig te doen. Een Democratische president zal Europa meer zien als een partner, maar van partners mag meer worden verwacht. SHAPIRO: Ondanks de regering-Bush en het conflict over Irak hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie een hoog niveau van dialoog behouden. Er zijn meningsverschillen, maar die zijn er altijd. De structuur van de Europese Unie is voor een Amerikaanse president natuurlijk bijzonder verwarrend. Maar ik geef onmiddellijk toe dat de manier waarop de Amerikaanse federale regering is georganiseerd ook niet altijd helder is. Als nu in Europa de speculatie begint over wie welke topbaan krijgt in de Europese Unie, is dat een zaak van Europa. Een Amerikaanse president is niet zozeer geïnteresseerd in de persoon van de Europese leider, maar in diens vermogen om een efficiënt leiderschap te bieden. Het gaat ons om delivery, niet om symboliek. De vraag is: hoe kan Europa efficiënt zijn? Er worden drie belangrijke topfuncties vacant: die van de president van Europa, de president van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlandse Beleid. Er is een opvallend fenomeen: iedere keer als Europa een 'rationalisering' wil doorvoeren, komt er een president bij. Aanvankelijk wilde men een 'president van Europa' invoeren om het 'roterende presidentschap' van de voorzittende EU-lidstaat te vervangen. Nu heeft men in het Verdrag van Lissabon beide voorzien. Die zogenoemde stroomlijning leidt niet tot de afschaffing van functies, maar tot de creatie van nieuwe. Hoe die nieuwe Europese president moet functioneren, weet ik niet. Wellicht zoekt hij politiek kapitaal bij enkele grote lidstaten, zodat de anderen vanzelf volgen. Hoog Vertegenwoordiger Javier Solana deed dat in de onderhandelingen met Iran. Hij coördineerde de posities van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland en sprak vervolgens ook nog namens de overige 24 landen. Hoe gaat die president zich verhouden tot de voorzitter van de Commissie of de Hoge Vertegenwoordiger? Als die president van Europa niet de politieke steun van enkele cruciale lidstaten heeft, wordt hij een practical joke. Er is wel iets veranderd in de Amerikaanse houding. Amerika heeft geen belangstelling meer voor de theologie van de EU-structuren. Eerlijk gezegd, het interesseert ons gewoon niet. Vroeger was die belangstelling er wel, want de Europese eenwording was een Amerikaans project en West-Europa was een essentiële component van het Amerikaanse veiligheidsbeleid. Dat is voorbij. Amerika heeft nu liever Europese leiders die efficiënt zijn dan Europese leiders die van Amerika houden maar niets tot stand brengen. Geen grootse verklaringen maar daden. Het kan ons evenmin iets schelen of een constructie alleen van EU-makelij is of voortkomt uit de NAVO, of een combinatie van beide. Wij aanvaarden alles wat Europa doet: als het maar werkt. SHAPIRO: Dat onttrekt zich volledig aan het zicht van het Amerikaanse buitenlandse beleid. Eerlijk gezegd, het is goed dat de Belgische politieke crisis buiten onze aandacht blijft. Stel even dat een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken op de hoogte is. Het risico bestaat dat hij zich ermee bemoeit, en dat de crisis nog erger wordt. DOOR DERK JAN EPPINK