Washington moet zich niet alleen om Irak zorgen maken. In het Midden-Oosten laait ook een andere vuurhaard weer op. In de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten zijn de twee - Irak en Israël - met elkaar verbonden. Het vooruitzicht op een echte Palestijnse staat moest de Arabische bevolkingen er na de invasie van Irak van overtuigen dat de VS het niet zo slecht met hen voor hebben als ze soms wel denken. Daarom is het noodzakelijk dat Israël en de Palestijnen de zogenaamde ...

Washington moet zich niet alleen om Irak zorgen maken. In het Midden-Oosten laait ook een andere vuurhaard weer op. In de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten zijn de twee - Irak en Israël - met elkaar verbonden. Het vooruitzicht op een echte Palestijnse staat moest de Arabische bevolkingen er na de invasie van Irak van overtuigen dat de VS het niet zo slecht met hen voor hebben als ze soms wel denken. Daarom is het noodzakelijk dat Israël en de Palestijnen de zogenaamde road map volgen, een plan dat stapsgewijs vrede moet brengen. Onder zware druk van de Amerikanen gold sinds het begin van de zomer tussen de partijen een wankele afspraak om de wapens te laten zwijgen. Die afspraak werd vorige week letterlijk opgeblazen, toen bij een zelfmoordaanslag op een bus in Jeruzalem 20 Israëli's om het leven kwamen. Zowel Hamas als de Islamistische Jihad eisten de verantwoordelijkheid voor de aanval op. Israël sloeg niet meteen terug, maar eiste dat de Palestijnse premier Mahmoud Abbas hard tegen de terroristen zou optreden. Toen die daar, naar de smaak van Ariel Sharon, iets te lang mee wachtte, maakten vier Israëlische raketten een einde aan het leven van Hamasleider Ismaïl Abu Shanab en twee van zijn lijfwachten. De begrafenis van Shanab in Gaza draaide uit op een massale anti-Israëlische demonstratie, waaraan meer dan honderdduizend Palestijnen deelnamen. Daarmee staat het vredesproces weer waar het bij het begin van de zomer was aanbeland. Want Hamas heeft vanzelfsprekend op zijn beurt wraak gezworen. Het leek er tijdens het weekeinde op dat Mahmoud Abbas toch een begin wou maken met de aanpak van de terreurgroepen. Hij bevindt zich daarbij nog altijd in een moeilijke positie. Enerzijds staat hij zwaar onder druk van de Amerikanen. Anderzijds heeft hij nog altijd niet de volledige zeggenschap over het Palestijnse veiligheidsbeleid. De machtsstrijd met voorzitter Yasser Arafat van de Palestijnse Autoriteit is bijlange niet helemaal in zijn voordeel beslecht. De populaire Arafat is de voorbije maanden door Washington opzij geschoven. Een man als Abbas leek hen een voor Israël meer acceptabele gesprekspartner. Maar vorige week zag buitenlandminister Colin Powell zich verplicht om Arafat op te roepen zijn gewicht in de schaal te werpen om de road map toch nog een kans te geven. Tel Aviv gelooft rotsvast dat de vrede geen kans maakt, zolang Arafat een vinger in de pap heeft. Het lijkt er op dat vrede ook zonder de oude baas moeilijk te bereiken is. H.V.H.