Om het gelijkheidsprincipe te benadrukken, hadden de revolutionaire regeringen een eind gemaakt aan alle onderscheidingen van het ancien régime. In het leger werden geen decoraties meer uitgereikt, alleen nog erezwaarden of -musketten. Bonaparte stelde voor om opnieuw een maatschappelijke onderscheiding in te voeren, die deze keer voor allen toegankelijk zou zijn: het Légion d'Honneur. Dat hoge eerbewijs zou worden toegekend door de Eerste Consul zelf, aan mensen die zich in de burgerij of het leger verdienstelijk hadden gemaakt voor de natie. Republikeinse politieke leiders uitten felle kritiek tegen het plan, omdat het in hun ogen de ongelijkheid weer invoerde die ten koste van veel bloed was afgeschaft. Erger nog, sommige van zijn partijgangers zagen in het voorstel een eerste stap naar een nieuwe monarchie - wat ze natuurlijk juist hadden gezien. Bonaparte legde al zijn gewicht in de schaal om hen te overtuigen: 'Ik daag u uit om me één republiek, modern of oud, aan te duiden die het kan stellen zonder onderscheidingen. U noemt het een kinderspeeltje; welnu, ik zeg u: met dit soort kinderspeeltjes motiveert men de mensen', riep hij de ja...