Marie-Paule Moreau is de coördinatrice van een centrum dat ijvert voor een gastvrije, rechtvaardige en multiculturele samenleving.
...

Marie-Paule Moreau is de coördinatrice van een centrum dat ijvert voor een gastvrije, rechtvaardige en multiculturele samenleving.Brussel Onthaal-Open Deur is gehuisvest in een klein boekwinkeltje met een onopvallend uitstalraam tussen de vele andere in de Taborastraat in Brussel. Het centrum ligt in het hartje van de stad, tussen de Grote Markt en de Beurs, aanleunend bij de Sint-Niklaaskerk, en vierde begin deze maand zijn 25ste verjaardag : het werd opgericht op Sinterklaasdag van 1971, in de schaduw van gelijknamige kerk. Welk doel hadden de initiatiefnemers voor ogen ? MARIE-PAULE MOREAU : In de Sint-Niklaaskerk luisterden vroeger vrome stoeltjeszetsters naar het wel en wee van de kerkgangers, priesters vingen gelovigen met problemen in de biechtstoel op. De armen uit de buurt zochten hun toevlucht in de kerk, terwijl makelaars en speculanten hun geluk beproefden bij de grote buur, de Beurs. Maar de tijden veranderden. De kerk liep leeg, de binnenstad ook. Dat is nog steeds zo : ik woon zelf in een Brusselse wijk die in de volksmond Istanbul wordt genoemd. Er wonen enkel nog een handvol oude Belgen, zoals ik ze noem. Verder zijn het allemaal buitenlanders : migrantenfamilies, asielzoekers, vluchtelingen, illegalen. Toen de meesten er weg trokken, bleven eenzame oudjes achter op bouwvallige kamertjes en doken naamloze zwervers onder in de grote massa, die elke dag naar de stad afzakt om er te werken en te winkelen. Maar de behoefte aan praten en contact bleef, en werd zelfs groter. Brussel Onthaal-Open Deur wilde een eiland van stabiliteit zijn, in een wereld vol beweging. Vandaar dit centrum : een kruising tussen een toeristenbureau, een boekhandel en Tele-Onthaal. Van maandag tot en met zaterdag staat de deur wagenwijd open. In de zomer toch, nu is het daarvoor te koud. Maar de drempel blijft laag, mensen lopen makkelijk in en uit voor een babbel of een inlichting, en hun anonimiteit wordt gerespecteerd. Wie waren die initiatiefnemers ? MOREAU : Het huis is opgericht door katholieken, maar het is er voor iedereen. De oprichters destijds waren geïnspireerd door het Tweede Vaticaans Concilie : ze wilden ín de wereld zijn en openstaan voor niet-gelovigen. Nu zijn een derde van onze bezoekers asielzoekers. De meesten van hen zijn niet chistelijk, maar moslim, boeddhist, Grieks- of Russisch-orthodox, wat dan ook, het maakt niet uit. Het centrum is er voor alle personen met moeilijkheden op sociaal, familiaal of psychologisch gebied, wat hun nationaliteit of religieuze overtuiging ook moge zijn. Heeft die dubbele naam Brussel Onthaal-Open Deur een betekenis ? MOREAU : Jawel, een dubbel doel. Open Deur betekent luisteren naar vragen over geloof, en luisteren naar alle mogelijke sociale noden. Brussel Onthaal is er voor de talloze buitenlanders die tijdelijk of permanent in Brussel zijn. Steeds meer mannen en vrouwen migreren, zijn op reis of op de vlucht. Ze zijn weg van hun gezin, hun wijk of dorp, hun gebruiken en hun godsdienst. Ze zijn vrij en mobiel, maar ook eenzaam en ontworteld. Soms raken enkelen de weg kwijt, ze verdwalen of worden buitengesloten. Migratie is een heel moeilijke problematiek. De meesten van hen arriveren vol hoop in België, maar wat komt ervan terecht ? Velen zeggen het ons ook : ?Hadden wij dat geweten...? Ze krijgen moeilijkheden met hun kinderen, met hun omgeving, het vinden van een huis of werk.... Zelfs al gaat het hen hier goed, ze behouden hun nostalgie en heimwee naar vrienden en familie, hun cultuur en hun taal. Ook in de jaren zestig en zeventig was er al een stroom van buitenlanders die zich hier kwamen vestigen. Brussel Onthaal maakte hen wegwijs in de administratieve doolhof, en bracht landgenoten met elkaar in contact. Hoe weten ze dat jullie hier zijn ? Aan de gevel is niet te zien wat er precies achter schuilgaat. MOREAU : Toch weten ze ons te vinden. Elke dag komen hier dertig tot vijftig mensen met allerlei vragen, de afgelopen 25 jaar kregen wij een 150.000 bezoekers. Iemand vraagt zich af wat holotropische ademhaling is, of een toerist weet niet waar hij scheerzeep kan kopen, of iemand wil een boodschap laten vertalen uit het Twi. We krijgen ook veel sociale vragen : waar vind ik goedkoop onderdak, goedkope kleren, een job ? Ze komen op alle mogelijke manieren bij ons terecht, meestal via via : doorverwezen door de politie, door het bureau voor toerisme, het Klein Kasteeltje, City 2. Soms belt iemand uit een ziekenhuis omdat men er de taal van een buitenlandse patiënt niet begrijpt. Of zopas nog, een telefoontje van de transitzone in Zaventem. ?Wij hebben iemand die uitsluitend Perzisch spreekt. Kun u ons een tolk sturen ?? Wij werken voor buitenlanders uit alle windstreken. Noem maar op : Tibetanen, Nigerianen, Albanezen, Tsjetsjenen, Peruanen, Roemenen, Palestijnen, Mongolen, Bengali's, Chaldeeën... Tien jaar geleden, toen ik hier pas werkte, kwamen veel Iraniërs naar België. Nu zijn het vooral mensen uit Afrika en Oost-Europeanen, heel wat uit de voormalige Sovjet-Unie. Dat is al zo sinds een jaar of twee, maar het neemt toe. Ze komen uit Kazachstan, Georgië, de Baltische Staten. Wij geven hen de inlichtingen waar ze om vragen, en we beschikken over een uitgebreid namen- en adressenbestand van betrouwbare instanties en contactpersonen naar wie wij kunnen doorverwijzen. Heerst hier dan niet vaak een Babylonische spraakverwarring ? MOREAU : Dat valt nogal mee. Gewoonlijk kunnen we de mensen toch al een beetje verder helpen. Elk van de vijf vaste medewerkers in huis spreekt drie tot zes talen, tot en met Arabisch, Turks en Grieks, maar dat is natuurlijk nooit genoeg. Met het groeiend aantal vreemdelingen in Brussel, groeide ook het netwerk van vertalers. Allemaal samen beheersen ze een honderdtal talen uit alle continenten. Ook talen waarvan we voordien nog nooit gehoord hadden, zoals Alur, Amharisch, Boesanga, Ewe, Farsi, Gujuraats, Haoessa, Malinke, Sango... Die vrijwilligers praten met de mensen, ze vertalen documenten, vergezellen hen naar openbare diensten, de dokter, de advocaat. Krijgt Brussel Onthaal-Open Deur meer daklozen over de vloer, in vergelijking met een paar jaar geleden ? MOREAU : Nee, minder. Niet dat er minder daklozen zouden zijn, maar er bestaan al verschillende opvangmogelijkheden voor hen. Ze kennen blijkbaar langzamerhand de weg ernaartoe. Heeft u, tijdens de tien jaar dat u hier werkt, veel zien veranderen in de Belgische samenleving ? MOREAU : Zoals Brussel constant een bouwwerf is, is ook de samenleving aanhoudend aan veranderingen onderhevig. De mensen die in de stad wonen, de vragen waarmee ze worstelen : wij trachten ons steeds aan te passen aan de vernieuwingen die op onze weg komen. Het beleid van het huis is, bijvoorbeeld, altijd gevoelig geweest voor de godsdienstige conjunctuur, en daar zit de meest in het oog springende evolutie. We kregen altijd vragen als : wie is de Christus van Dozulé, wat is de Aramese ritus, het Soefisme of Tantrisme ? Maar de laatste tijd zijn er opvallend veel vragen in verband met religie en spiritualiteit. De toename van vragen op dat vlak is al vijf jaar aan de gang, en houdt aan. Het zijn er nu alweer veel meer dan in september. Er is echt sprake van een nieuwe spirituele beweging, met alle aanverwante onderwerpen als sekten, helderziendheid en tovenarij. Jan en alleman komt ermee in contact. Inwoners van Brussel vinden bijna elke dag papiertjes in hun brievenbus van astrologen, toverdokters, spiritisten die hun diensten aanbieden. Een organisatie als die van Moon strooit briefjes op de Munt. Daar staat dan op : ?Je bent alleen, je zoekt een partner ? Kom dan bij ons.? En dan volgt een love bombing : eenzame mensen worden overstelpt met affectie en attenties, telefoontjes en feestjes om hen in te palmen. Het is een verontrustend fenomeen en leidt vaak tot dramatische toestanden in gezinnen. Veel ouders zien hun kinderen verzeild raken in een sekte, of ze vrezen dat het zal gebeuren. Het gevaar van sekten is reëel, maar anderzijds is de angst voor sekten bijna een soort psychose geworden, waardoor sommigen overal spoken zien. Heeft u er een idee van waarom die spirituele beweging is ontstaan ? Heeft het te maken met het fin-du-siècle ? MOREAU : Wie weet, er staat zelfs een nieuw millenium voor de deur. Maar naar het waarom kunnen wij enkel gissen. Het is een samenloop van omstandigheden : een crisisperiode, onzekerheid, het failliet van de grote godsdiensten, de val van de Muur van Berlijn, de val van de ideologie, de val van het materialisme, de afbrokkeling van de gevestigde waarden... In '68 dachten we dat we alles zouden oplossen, en kijk waar we staan, zowel in eigen land als op wereldvlak. Velen zien de toekomst uiterst somber in, en ze zoeken elders zingeving. En dan bestaat de kans dat ze een groepering ontmoeten die zegt : ?Wij zullen u het antwoord geven, kom maar bij ons.? Hoe zou u Brussel Onthaal-Open Deur noemen ? Een sociale dienst, een vertaalbureau, een centrum voor vluchtelingen, een informatiebureau over sekten ? MOREAU : Niets van dat alles. Wij willen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke doelstelling blijven : eerstelijnsopvang van mensen in nood. We bereiken alle lagen van de bevolking, maar omdat onze diensten kosteloos zijn, zijn ze in de eerste plaats bestemd voor mensen in moeilijkheden. Nee, wij bieden geen financiële hulp. Wij verstrekken geen maaltijdbonnen, al halen we soms wel een broodje voor een hongerige. Wij bieden ook geen langdurige begeleiding en nemen geen werk over van gespecialiseerde diensten. Integendeel : wij verwijzen eventueel door naar hen. In Brussel is er zelfs al een Begeleiding van Bedelaars, er bestaan er voorzieningen voor bijna alles, maar velen weten dat niet. Het tekortschieten of het slecht functioneren van de sociale bijstand en de stijgende armoede in de binnenstad leiden tot steeds meer bemiddelingswerk. Zijn er in deze koude, donkere tijd van het jaar meer problemen dan anders ? MOREAU : Illegalen hebben het altijd moeilijk om aan goede geneeskundige zorgen te geraken, en in de winter wordt hun gezondheid er niet beter op. Ik kan hen enkel doorverwijzen naar Artsen Zonder Grenzen. Wekelijks staat hun busje twee avonden bij het Noordstation en twee avonden bij Centraal. In hun rijdend dispensarium verstrekken ze gratis zorgen aan wie niet is aangesloten bij een mutualiteit. De twee weken voor Kerstmis wordt het altijd onzettend druk. In deze periode zijn er nòg meer klachten over eenzaamheid dan anders. Het hele jaar door komt een dame uit de buurt hier soms gewoon een poosje zitten, zonder iets te zeggen. Ze heeft me al gevraagd of een van ons bij haar thuis kan komen. Niet om te praten, maar gewoon om daar te zijn. ?Als ik maar eens iemand zie,? zei ze. De weken voor Kerstmis komen er veel meer mensen over de vloer. Maar waarom ? Is er plots meer schrijnende nood ? Of komen ze omdat het hier warmer is dan buiten ? In deze periode krijgen wij ook een ander soort oproepen. Wij krijgen vragen om inlichtingen over kerstvieringen van buitenlandse gemeenschappen. Ook al zijn ze niet meer gelovig, Kerstmis blijft voor velen iets bijzonders, en dan gaan ze graag naar een exotische eucharistieviering of een mooi concert in een kerk. Of ze willen op kerst- of oudejaarsavond niet feesten, maar ze vragen ons waar ze iets kunnen doen voor anderen. Er is ook een organisatie die vluchtelingen bij Belgen onderbrengt voor de eindejaarsfeesten. Dat zijn mooie initiatieven. De enige bedenking die ik daar bij heb : is het niet veel zinvoller om het hele jaar af en toe iets doen ? Krijgt het centrum vaak zulke blijken van solidariteit ? MOREAU : Het is hartverwarmend om te zien hoe vooral de vrijwilligers zich inzetten. Of hoe EG-ambtenaren betrokken raken bij de uitgave van een achttalige buurtkrant in een sociaal achtergestelde wijk. Er zijn jongeren die een stadsspel, een knutselatelier, een dag naar het bos of een zomerkamp opzetten voor jonge migranten. Er zijn mensen die ons bellen met de vraag waar ze vrijwilligerswerk kunnen doen, of om een job voor een vluchteling aan te bieden. Vaak hebben ze zelf problemen gehad, en als het hen beter gaat, willen ze iets aan doen voor anderen. Er is nog goedheid in de wereld. MOREAU : Daar ben ik rotsvast van overtuigd. Er is veel goede wil, ook bij de overheid. Alleen al het feit dat een centrum als Brussel Onthaal-Open Deur kan bestaan, bewijst dat. De Brusselse regio stuurt ons DAC'ers, het bisdom betaalt één van de vijf permanente medewerkers, het huis is ter beschikking gesteld door de parochie, we krijgen een toelage van de Vlaamse Gemeenschap, van de Commission Communautée Française, de Gemeenschapscommissie van Brussel, Caritas, Internationaal Hulpbetoon... Die geloven er allemaal in, anders zouden ze er toch geen geld in stoppen ? De mensen kankeren vaak op de overheid, maar ook in het beleid zitten mensen, en die hebben een hart. Ze willen écht iets doen. Brussel Onthaal-Open Deur kent dus geen financiële problemen. MOREAU : Niet echt. We hebben wel te weinig geld om het centrum verder uit te bouwen. Brussel heeft, bijvoorbeeld, geen talentelefoon, hoewel daar een grote behoefte aan bestaat. Maar daar valt mee te leven. Veel erger is dat veel van problemen waarmee wij worden geconfronteerd onoplosbaar zijn. Het enige wat je dan kunt doen, is luisteren. Voelt u nooit de aandrang om mensen mee naar huis te nemen ? MOREAU : Toen ik hier pas werkte wel, maar je leert snel dat dat niet kan. Tolken gaan daar soms verder in dan de vaste medewerkers. Ze geven, bijvoorbeeld, hun privé adres of telefoonnummer op. Dat doen ze één keer, misschien twee of drie keer, maar daarna niet meer. Je houdt het niet vol om voortdurend gebeld te worden, ook in het holst van de nacht. Dat je geen mensen mee naar huis neemt, betekent niet dat je er niet mee begaan bent. Nog steeds hoor en zie ik elke dag dingen die me niet loslaten, die ik niet kan vergeten. De manier waarop illegalen moeten leven, bijvoorbeeld, is verschrikkelijk. Ze wonen met veel te veel anderen in huizen met een voordeur die niet sluit, waardoor ze junks in de gang of op de trap aantreffen. Ze worden ziek en kunnen niet verzorgd worden, ze worden hier vaak uitgebuit, maar wat kan ik voor hen doen ? Enkele dagen gelden kwam een vertaler terug van de transitzone in Zaventem, waar hij getolkt had voor een volwassene. Hij meldde me dat daar een Afrikaans kindje zat, moederziel alleen. Het kind was meegebracht op het paspoort van een volwassene en op de luchthaven achtergelaten. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt, maar sinds de zaak- Dutroux staat zoiets in een totaal ander daglicht. Illegale kinderen zonder begeleiding zijn toch volkomen weerloos ? Waar komen zij vandaan ? En waar komen zij terecht ? Een dergelijk voorval signaleren we meteen aan de overheid. Er bestaan opvangmogelijkheden voor zulke kinderen, maar het blijft in mijn gedachten. Wat moet er van hen worden ? Is uw werk niet frustrerend ? MOREAU : Soms. Elke dag is er een van grote of kleine frustraties. Als ons gevraagd wordt om iemand die Songi spreekt, en tegen de tijd dat we zo'n tolk vonden, is wie hem nodig had verdwenen. Of het feit dat we nooit weten wat er verder gebeurt, als we iemand hebben doorverwezen. Maar dat is niet meer onze taak. En af en toe komt een psychisch gestoorde zijn ongenoegen even uitbrullen, of iemand verwijt mij : ?Jij hebt het gemakkelijk en je geeft mij geen geld.? Sommige mensen worden heel agressief. Daar moet je allemaal mee leren leven. Ik probeer elke dag opnieuw te doen wat ik kan, maar soms heb ik het moeilijk met het feit dat ik geld verdien aan de problemen van anderen : het is mijn baan... Je gaat er wel anders door leven. Ik ben me er voortdurend van bewust dat ik een dak boven mijn hoofd heb, kan douchen als ik dat wil, eten wanneer ik wil, gaan waar ik wil. Griet Schrauwen Brussel Onthaal-Open Deur. Taborastraat 6, 1000 Brussel. Tel.(02)511.81.78De grote stad maakt mensen anoniem : Kerstmis is een drukke tijd. Marie-Paule Moreau : Er is veel goedheid in de wereld, daar ben ik rotsvast van overtuigd.