De achttienjarige Mukia Gope is naar de normen van de oostelijke deelstaat Bihar begoed. Hij runt een kleine rijstmolen, heeft een winkel en baat een hindoetempeltje uit in het onooglijke Bhoya. Dit dorp bestaat uit een groepje lemen huizen rond een waterpomp te midden van verdorde rijstvelden. De inwoners horen tot de Santal-stam, die verwant is met de aboriginals in Australië. Voor de dorpelingen, die voor meer dan 70 procent ongeletterd zijn, schrijft Mukia brieven.
...

De achttienjarige Mukia Gope is naar de normen van de oostelijke deelstaat Bihar begoed. Hij runt een kleine rijstmolen, heeft een winkel en baat een hindoetempeltje uit in het onooglijke Bhoya. Dit dorp bestaat uit een groepje lemen huizen rond een waterpomp te midden van verdorde rijstvelden. De inwoners horen tot de Santal-stam, die verwant is met de aboriginals in Australië. Voor de dorpelingen, die voor meer dan 70 procent ongeletterd zijn, schrijft Mukia brieven. Het hoogplateau waarop het dorp ligt, is mineraalrijk. Er zijn belangrijke ijzer-, uranium- en steenkoolmijnen, maar de rijkdom vloeit niet naar de lokale bevolking. De dorpelingen van Bhoya werken bijna allemaal voor grootgrondbezitters die de helft van de oogst opeisen, terwijl de pachter voor alle kosten zelf moet opdraaien. De helft van hen leeft, zelfs naar Indische normen, onder de armoedegrens. In de rest van Indië krijgt de grondeigenaar namelijk minder: een derde van de oogst. Het zuiden van Bihar staat op de rand van een nieuwe catastrofe. Grote rivieren zijn er niet. Irrigatie is uitgesloten. Dit jaar kwam de moesson te vroeg, vòòr men de rijst had verplant. Een ongewone warmte volgde. De oogst verdorde. Er heerst schaarste. Mukia verkocht verleden jaar uien aan twee roepies per kilo (iets minder dan twee frank) maar moet nu vijfentwintig roepies vragen. Dit is te duur, en rijst is alles wat de pot schaft. Volwassenen trekken weg naar de steden. Ze sturen wel geld naar de kinderen die voor de veestapel moeten zorgen. Iedereen is ondervoed. Het gevolg daarvan is verminderde immuniteit. Als een persoon te weinig witte bloedcellen heeft, kan de leprabacterie toeslaan. Die bacterie tast de zenuwen aan, en die sterven dan af. De verminderde bloedstroom zorgt voor ontkalking van het bot. Vingers vallen niet af, maar krimpen; op de stomp zit een nagel. De patiënt voelt geen verwondingen, maar de etterende zweren en gangreen zorgen voor verwikkelingen. Men sterft niet aan lepra, maar melaatsheid ondermijnt.GEEN LIEFDESDANS VOOR MUKIAMukia is melaats. Een van de velen. Twaalf procent van alle melaatsen ter wereld wonen in Bihar. De toestand is er bijzonder acuut. Jaarlijks worden er honderdduizend nieuwe gevallen opgespoord. In 1998 heeft Damiaanactie daarom 19 van de 55 districten onder zijn hoede genomen. Hoe dramatisch de toestand wel is, bleek uit de resultaten van een regeringscampagne ter bestrijding van lepra. In april 1998 trokken gezondheidswerkers, verplegers en artsen van huis tot huis op zoek naar melaatsen. Van de haast 100 miljoen inwoners die Bihar telt, werden er 75 miljoen onderzocht. Men vond 206.000 nieuwe gevallen. Velen van hen waren kinderen. Gelukkig bevonden ze zich meestal in het eerste stadium van de ziekte. De symptomen waren gevoelloze vlekken. Als de zieke met een drievoudige medicatie behandeld wordt, blijft een vlek als enig "letsel" over. Het sulfoon Daspone, een bacteriostatisch middel dat verhindert dat de levende leprabacteriën zich vermenigvuldigen, is het hoofdgeneesmiddel. Indien er weinig bacillen aanwezig zijn, volstaan zes maanden medicatie. Dat kost ruwweg 1200 frank. Een mensenleven wordt niet alleen lichamelijk, maar ook sociaal gered. Op Mukia's dossier staat "advanced", gevorderd. Zijn ziekte is in een verder stadium en hij moet een jaar lang medicatie nemen. Daarna is de ziekte verdwenen en kan hij gewoon verder functioneren. De bestaande verminkingen blijven, en de kans op gangreen en etterende wonden blijft reëel voor de rest van zijn leven. Damiaanactie leert hem zichzelf verzorgen. Zo is de huid op zijn been droog en gebarsten, en ze verzweert. Sociaal ligt het ook moeilijk. Omdat hij melaats is, noemen de dorpsgenoten hem een "demon". De Indische jezuïet pater Panner Selvam, die met Damiaanactie meewerkt, moedigt hem aan om ondanks de pesterijen in zijn dorp te blijven. In de stad zou hij tot de bedelstaf vervallen, maar als zijn dorpsgenoten zien dat hij geneest, zal het gesar ophouden. "Was ik maar vroeger op consultatie gegaan", zegt Mukia opstandig. Een arts had hem gezegd dat de vlek (in zijn taal dachi) vuur was (of achi). Al is Mukia pas achttien, toch drinkt hij te veel rijstwijn. Hij is bang. Trouwen zit er immers voor hem niet in. Hij is een verstoteling, ook zijn familieleden zullen geen partner vinden; het stigma is dodelijk. Ten dele komt het door de ziekte zelf, vooral de bijbehorende lijfgeur. Ten dele door andere symptomen. De ziekte slaat immers eerst toe op de koudere delen van het lichaam, zoals oorlellen, neus, handen en voeten, en bij mannen de testes. Melaatse mannen ontwikkelen borsten, en als de larynx aangetast wordt, gaan ze met een hoge stem spreken. "Demonen", volgens de dorpelingen. De liefdesdans die gehouden wordt in het volgende dorp, is niet voor Mukia bestemd. Zijn ziekte is te duidelijk. De trommelaar die de meisjes begeleidt, heeft meer geluk. Hij heeft slechts enkele vlekken, en ontsnapt aan het stigma. Hij kan een geliefde zoeken en die nacht met haar verdwijnen. De volgende dag zal zijn bruid bij hem intrekken en stuurt zijn familie een geit naar haar ouders. Waarschijnlijk komt daar nog een os bovenop. Zo trouwt men bij de Santals. Gearrangeerde huwelijken bestaan er niet. En toch heeft Mukia ook weer geluk. Hij heeft ongevoelige plekken op de benen en in de elleboogplooi, maar gezondheidswerkers van Damiaanactie verzorgen zijn verzweringen. Hij loopt weinig kans op krabhanden of klompvoeten. Wie door verminkingen onproductief wordt, wordt meer dan gepest. Hij of zij wordt volledig uitgestoten of, als de zieke niet uit eigen beweging stopt, wordt hij vermoord. Het lijk gooit men op een van de vele spoorwegen die het plateau doorkruisen.CONSULTATIE ONDER DE BOOMBittere armoede, ondervoeding, dreigende hongersnood, lepra. Het klinkt hopeloos, maar is het niet. De Damiaanactie past in Bihar het systeem toe dat de befaamde Ninoofse arts Hemerijckx in Polambakkam in de jaren vijftig in Zuid-Indië ontwikkelde. Om de maand stopt een jeep van Damiaanactie onder een afgesproken boom in een dorp als Bhoya. Een tafeltje wordt opengevouwen, wat klapstoelen her en der neergezet. De apotheek achteraan in de jeep is gebruiksklaar. Patiënten wachten op de geneeskundige hulp, want hun medicatie is op. Ze staan in de rij voor de gratis consultatie en medicijnenbedeling. De arts onderzoekt hen op nieuwe vlekken, op ongevoeligheid en op etterende wonden. Daarna is het voor ernstige gevallen zoals Mukia aanschuiven voor een biopsie, meestal in de oorlel, want zo kan men de evolutie van het aantal bacillen volgen. Tenslotte krijgen patiënten een drankje, een strip met pillen voor een maand, en worden hun wonden verzorgd. De meesten kwamen opdagen voor hun controle. Wie de "kliniek" miste, wordt thuis opgezocht. Als de behandeling afgelopen is, schrapt men de zieke uit het register en is er een melaatse minder in Bihar. Mukia heeft verzweringen op het been en krijgt er een zalf opgesmeerd. Terwijl men hem behandelt, slikt hij voortdurend. De jonge man is bang, naar eigen zeggen vooral voor de sociale uitsluiting. Het systeem van de consultatie onder de boom is efficiënt. In Zuid-Indië is het lepraprobleem bijna opgelost. Damiaanactie stapt daar over op tuberculosebestrijding, want ook die - veel besmettelijkere - ziekte teistert de bevolking. In Bihar staat men nu voor de toestand die dokter Hemerijckx bij zijn aankomst in Indië aantrof, veertig jaar geleden. De artsen en gezondheidswerkers in dienst van Damiaanactie hebben het moeilijk, aldus dokter Anne Mattam die de supervisie heeft voor Bihar. De wegen zijn slecht. Er is banditisme. De administratie is corrupt. De regeringsartsen zijn meer geïnteresseerd in hun privé-praktijk dan in dit werk. In één district verkopen bandieten de medicijnen tegen woekerprijzen aan de bevolking die ze terroriseren. De zieken die naar de stad trekken, vallen uit het systeem, en men moet hen in de krottenwijken van Calcutta opsporen. Het is moeilijk werken, maar het geeft ook veel voldoening. "Elke naam die uit het register geschrapt wordt, is een leven gered, en daar gaat het uiteindelijk om."Hilde Eynikel