De natuurlijke afwatering van de Leie en de Bovenschelde verloopt langs de Zeeschelde en sinds 1969 via het oostelijk deel van de Ringvaart rond Gent door de sluizen in Merelbeke en dan opnieuw langs Dendermonde, Temse, Rupelmonde, Antwerpen, Hansweert, Terneuzen en Breskens/Vlissingen naar zee.
...

De natuurlijke afwatering van de Leie en de Bovenschelde verloopt langs de Zeeschelde en sinds 1969 via het oostelijk deel van de Ringvaart rond Gent door de sluizen in Merelbeke en dan opnieuw langs Dendermonde, Temse, Rupelmonde, Antwerpen, Hansweert, Terneuzen en Breskens/Vlissingen naar zee. Anderzijds verloopt de afwatering van de Leie ook via het westelijke deel van de Ringvaart, dat afwatert langs de stuwsluis van Evergem in het Kanaal Gent-Terneuzen richting zee én via het afleidingskanaal van de Leie tussen Deinze en Zeebrugge, eveneens richting zee. Wateroverlast stroomopwaarts geeft in Merelbeke debieten van 300 m3 per seconde en in Evergem debieten tot 150 m3 per seconde, terwijl hier doorgaans slechts 15 m3 in het kanaal Gent-Terneuzen wordt geloosd. Krachtens het verdrag met Nederland van 1960 mag het waterpeil op het kanaal met slechts 25 centimeter stijgen. Mede daarom laat de Administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) thans de haalbaarheid van twee reuzenprojecten onderzoeken om grotere hoeveelheden Schelde- en Leiewater naar zee af te voeren. Ofwel wordt in Terneuzen een nieuwe uitwateringsconstructie gebouwd, in de vorm van een stuw. Ofwel wordt de breedte van het afleidingskanaal van de Leie vanaf Schipdonk bij Gent richting Zeebrugge verdubbeld (tot 50 meter) zodat zijn afvoercapaciteit verdrievoudigt. Mits een meerkost van 20 procent voor enkele nieuwe sluizen en bruggen zou de haven van Zeebrugge dan meteen (voor zo'n 8,9 miljoen euro) zijn gedroomde waterweg naar het hinterland krijgen: via Evergem en het Kanaal Gent-Terneuzen naar Nederland en Duitsland. Dit is althans de logica van de AWZ, een dienst die valt onder Vlaams minister van Openbare Werken Steve Stevaert (SP.A), bevoegd voor de bevaarbare waterwegen. Zijn collega van Leefmilieu en Landbouw Vera Dua (Agalev), bevoegd voor de niet-bevaarbare waterlopen, verkiest daarentegen kleinschalige ingrepen die zich bovendien stroomopwaarts situeren. ( zie bijgaand interview) Ook deze oplossingen zijn echter al jaren overwogen door onder anderen AWZ-afdelingshoofd ir. Eric Van den Eede van de Bovenschelde en door ir. Jan Balduck, verantwoordelijk voor de exploitatie van de Bovenschelde, met inbegrip van de hoofdaders van de Leie, de Dender en de Gentse kanalen. Van den Eede is bovendien voorzitter van het Leiebekken en Balduck van de Gentse kanalen. ERIC VAN DEN EEDE: De komberging van de rivierbekkens moet stroomopwaarts worden hersteld, maar daar is onvoldoende ruimte voor. Het departement Nord-Pas-de-Calais zal geen duizenden hectaren onder water zetten om onze voeten droog te houden. De beleidsmakers hebben er, evenals bij ons, de bergingscapaciteit dichtgegooid en ik vrees dat de opvang van het regenwater in putten en de aanleg van aparte afvoerleidingen voor regenwater de wateroverlast niet tijdig en helemaal kunnen afwenden. Daarom zullen wij op halflange termijn zowel de afvoermogelijkheden naar zee als de bergingscapaciteit stroomopwaarts moeten vergroten. JAN BALDUCK: Het grootste overstromingsgebied dat de Leie rest, is Vosselareput, een afgedankte Leiearm van 3,5 kilometer lang in Astene. Zodra het hard regent, zoekt de Leie hier haar oude winterbedding weer op en gaat zij over enkele weilanden heen, die de afgesloten arm opvullen. In de buurt staan intussen wel enkele te laag gebouwde villa's. Mits een kleine aanpassing van de stuw tussen de Leie en de afgesloten Leiearm kunnen wij hier een gecontroleerd overstromingsgebied maken. BALDUCK: In de sompige Keuzemeersen zijn voormalige weilanden bebouwd, die de boeren ongeschikt achtten omdat zij in het natuurlijk overstromingsgebied van de rivier liggen. Wie moet nu met de vinger worden gewezen als de Leie daar buiten haar oevers treedt en huizen onder water zet? De stad Gent belooft nu, in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij en in het kader van een landinrichtingsproject, de bescherming van de Keuzemeersen te financieren. BALDUCK: Als de woningen zo dicht op de oever staan, zoals in de Assels (een eilandje tussen twee Leiearmen), dan rest nauwelijks 'ruimte voor water'. Theoretisch volstaan hier extra dijken om de woningen te beschermen en de weiden als overstromingsgebied ongemoeid te laten. Tenminste als ook die niet volgebouwd worden. VAN DEN EEDE: De overstromingen aan de Beukenlaan, parallel met de Leie, kunnen mits enkele ingrepen worden vermeden. Deze woonwijken liggen tientallen decimeter lager dan de villa's op de oever van de Leie. Het wordt echter uitkijken of de bewoners van deze villa's zullen toelaten dat wij een dijkje optrekken in hun tuinen om hun achterburen te beschermen tegen overstromingen. Zelfs indien wij alle bevaarbare waterwegen, waaronder de toeristische Leie tussen Deinze en Sint-Denijs-Westrem, alleen maar zouden uitbaggeren, dan nog zijn overstromingen niet uit te sluiten. Integendeel. Dan dreigt het water er nog sneller te stromen en bepaalde woonwijken in Sint-Denijs-Westrem bijvoorbeeld te overstromen, tenzij her en der dijken worden gebouwd. Intussen moeten ook de onbevaarbare waterlopen en wachtbekkens geruimd worden. Zo niet zullen bewoonde gebieden, zelfs ver van een rivier, bij stortregen onder water blijven lopen.