De financieringswet, die de verdeling van het geld tussen de overheden regelt, dateert van januari 1989. Ze volgde op de overheveling van een pak bevoegdheden naar de deelstaten. Het zuiden van het land kon evenwel niet rondkomen en om de geldhonger van de Franstalige Belgen te stillen, veranderden de politici in 1993 en in 2001 de wet. De Vlamingen kregen een evenredig deel, met als gevolg dat de federatie het steeds moeilijker kreeg de eindjes aan elkaar te knopen.
...

De financieringswet, die de verdeling van het geld tussen de overheden regelt, dateert van januari 1989. Ze volgde op de overheveling van een pak bevoegdheden naar de deelstaten. Het zuiden van het land kon evenwel niet rondkomen en om de geldhonger van de Franstalige Belgen te stillen, veranderden de politici in 1993 en in 2001 de wet. De Vlamingen kregen een evenredig deel, met als gevolg dat de federatie het steeds moeilijker kreeg de eindjes aan elkaar te knopen. Vooral die financieel amechtige federale overheid moet de komende jaren opdraaien voor de torenhoge kosten (pensioenen en gezondheidszorg) die de veroudering van de bevolking zal meebrengen. En de financieringswet zet de deelstaten niet meteen aan om beter te presteren: wat er ook gebeurt, ze krijgen toch hun geld van de federatie. Dat moet anders, en daarom haalde Yves Leterme Eric Kirsch, die destijds de financieringswet mee in elkaar stak, naar zijn kabinet. Kirsch komt uit de stal van ex-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V). Hij werkte destijds financieringsmodellen uit op zijn Toshibacomputer, wat hem de bijnaam Toshiba-boy opleverde. Welke computer hij deze keer gebruikt, is niet meteen duidelijk, maar de werkwijze van toen is dezelfde gebleven: de regeling zo ingewikkeld maken dat iedereen ze slikt. Het model van de professoren Koen Algoed, Dirk Heremans en Theo Peeters is economisch onderbouwd en transparanter. Met Kirsch delen ze wel hetzelfde uitgangspunt: de federale dotaties aan de deelstaten vervangen door eigen opbrengsten uit de personenbelasting. De huidige regeling financiert de gewesten voor 80 procent via dotaties en voor 20 procent via eigen belastingen. Kirsch draait die cijfers om. De Leuvense academici vinden dat van het goede te veel omdat de federale overheid daardoor een belangrijke bron van inkomsten zomaar prijsgeeft. Voor hen moeten de terugverdieneffecten van de nieuwe wet alle overheden, ook de federale, ten goede komen. Dat idee vinden ze niet terug in de modellen van de Toshibaboy. En ze wijzen erop dat die de geldstroom naar de deelstaten, Brussel op kop, nog dreigen te vergroten. Algoed en co. leggen 48 procent van de personenbelasting in handen van de gewesten. Dat moet alle bestaande dotaties vervangen, behalve het geld van de btw. Het Leuvense model, zo legt Algoed uit, reserveert een bepaald percentage van de btw - dus geen vast bedrag - als dotatie voor het onderwijs-, arbeidsmarkt- en mobiliteitsbeleid van de deelstaten. 'We moeten de gewesten betrekken bij de financiering van de kosten die de vergrijzing zal meebrengen. Dat kan door ze rechtstreeks te laten delen in de opbrengsten van de personenbelasting. Die rechtstreekse responsabilisering laten we gepaard gaan met een expliciet solidariteitsmechanisme tussen de gewesten. De terugverdieneffecten zullen de federale overheid en de gewesten ten goede komen', poneert Koen Algoed. Dat Kirsch daar niet toe komt, wijt hij aan het feit dat de Franstaligen enkel akkoord gaan met het variabel maken van hun budget als ze er meer geld door krijgen. En daar draait Vlaanderen voor op. In het 'Leuvense model' kunnen de inkomsten van de gewesten stijgen of dalen. De professoren temperen eventueel inkomstenverlies door de solidariteit van een rijkere deelstaat met een armere. 'Maar de Franstaligen willen die solidariteit niet te transparant maken', voegt Algoed eraan toe. De drie professoren gaan akkoord dat er iets extra's moet gebeuren voor Brussel. Ze zijn er evenwel geen voorstander van om het gewest, bovenop het geld dat het krijgt om zijn hoofdstedelijke functie te vervullen, 30 procent van de personenbelasting van de pendelaars te geven, zoals Letermes medewerker voorstelt. De academici vrezen dat de nieuwe geldstroom het Hoofdstedelijk Gewest er niet toe zal aanzetten de eigen werklozen aan een job te helpen en zo de werkgelegenheidsgraad te verhogen. Dat is nochtans noodzakelijk om alle noden van de samenleving te kunnen blijven betalen. Er zal dus een nieuwe financieringswet moeten komen, benadrukken de drie professoren. Van het alternatief, een verhoging van de belastingen, willen ze begrijpelijkerwijze niets weten. De Vlamingen zijn al langer overtuigd dat er een andere verdeling van het geld moet komen tussen de federatie en de deelstaten. Het blijft wachten op de inbreng van de Franstaligen om voldoende geld vrij te maken voor het behoud van de sociale zekerheid. DOOR BOUDEWIJN VANPETEGHEM