'Een nieuw sociaal contract tussen de overheid en de scholen': zo omschrijft Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) de nieuwe financiering van het basis- en secundair onderwijs. Die maakt niet langer een onderscheid tussen het net waartoe de scholen behoren, maar legt de lat gelijk voor hun werkingsmiddelen. Hij verwacht van de scholen dat ze met dat geld voor alle leerlingen werk maken van 'gelijke kansen op onderwijs van uitstekende kwaliteit'.
...

'Een nieuw sociaal contract tussen de overheid en de scholen': zo omschrijft Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) de nieuwe financiering van het basis- en secundair onderwijs. Die maakt niet langer een onderscheid tussen het net waartoe de scholen behoren, maar legt de lat gelijk voor hun werkingsmiddelen. Hij verwacht van de scholen dat ze met dat geld voor alle leerlingen werk maken van 'gelijke kansen op onderwijs van uitstekende kwaliteit'. De nieuwe verdeling van het geld betekent een historische breuk met het Schoolpact van 1958, dat resulteerde in een financiering van het gemeenschapsonderwijs en een subsidiëring van het katholiek onderwijs en van het stedelijk, gemeentelijk en provinciaal onderwijs. Dat onderscheid leidde tot een wanverhouding in het voordeel van de gemeenschapsscholen, die pas in 1997 met het zogeheten Tivoli-akkoord gedeeltelijk werd rechtgezet (sindsdien ging voor elke 100 euro voor een gemeenschapsschool 76 euro naar een school van een ander net). De nieuwe financiering werkt het verschil helemaal weg. Vandenbroucke kon hierover met de koepelorganisaties van de netten een akkoord bereiken, omdat de Vlaamse regering goed bij kas is en de werkingsmiddelen dit schooljaar in een klap met 125 miljoen euro naar omhoog gaan. Op die manier levert geen enkele school in. Vele scholen krijgen meer. Het werkingsbudget voor het basisonderwijs wordt verhoogd met ruim 85 miljoen, tot 411 miljoen. Naar het secundair onderwijs gaat 401 miljoen en dat is 40 miljoen meer dan vorig schooljaar. Van de budgetten wordt eerst 7,5 procent (in totaal 12,1 miljoen euro) afgenomen voor het aanbod van meerdere levensbeschouwelijke vakken in de officiële scholen en voor de vrije schoolkeuze die het gemeenschapsonderwijs moet waarborgen. Voor dat laatste net is er bovendien een overgangsfonds van 1,25 miljoen euro om in tien jaar de rekeningtekorten van zijn secundaire scholen aan te zuiveren. Alle andere middelen worden verdeeld volgens een aantal kenmerken van de leerlingen en de scholen. Bij de leerlingen wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de moeder, de thuistaal, het krijgen van een school- of studietoelage, en ten slotte de buurt waar ze wonen. Voor het basisonderwijs wordt 14 procent van de middelen toegekend volgens die kenmerken, voor het secundair onderwijs is dat 10 procent (die percentages stijgen tegen 2017 tot 15,5 en 11 procent). De rest is bestemd voor de basisfinanciering van de scholen. Daarbij wordt gelet op het onderwijsniveau, de studiegebieden en de onderwijsvorm. Lager onderwijs bijvoorbeeld krijgt meer dan kleuteronderwijs. Naar technisch secundair onderwijs gaat meer geld dan naar algemeen secundair onderwijs. Sinds het begin van de huidige regeerperiode in 2004 zijn de werkingsmiddelen voor het basisonderwijs gestegen met 171 miljoen euro (dat is een aangroei met 40 procent als ook de inflatie wordt meegerekend) en voor het secundair onderwijs met 113 miljoen (een reële groei van bijna 20 procent). Daarnaast kwam Vandenbroucke over de brug met onder meer 35 miljoen voor informaticatechnologie in de scholen en met 42 miljoen voor de uitrusting van de nijverheidsscholen. En er ging heel wat extra geld naar bijkomende mankracht voor de kleuterscholen, voor de zorg voor kinderen met een functiebeperking of een leerstoornis in het basisonderwijs, en voor scholen met veel kansarme en allochtone leerlingen. Naar de zorgaanpak gaat in 2009 ruim 51 miljoen euro (goed voor 1200 voltijdse jobs). De bijkomende uren voor een specifiek en doelgericht beleid van gelijke onderwijskansen (GOK) in scholen met een sterk profiel van kansarmoede slorpen dit schooljaar in het basisonderwijs en voortaan in de drie graden van het secundair onderwijs 101 miljoen euro op (goed voor 2787 voltijdse jobs en 480 meer dan vorig schooljaar). Het aparte GOK-budget wordt over drie jaar opgenomen in de nieuwe financiering van het leerplichtonderwijs.