JEAN-POL PONCELET
...

JEAN-POL PONCELET Het defensiebudget is nu drie jaar bevroren. Ondertussen krijgt het leger meer taken toegewezen. De 4,6 miljard frank (?reserve?) die het Rekenhof signaleert, is bestemd voor die vredesoperaties. Zo betoogt minister van Defensie Jean-Pol Poncelet (PSC).?Het klopt dat het boek van het Rekenhof, naast het budget van Landsverdediging dat sedert 1992 jaarlijks 89 miljard frank bedraagt, een bedrag vermeldt van 4,6 miljard. Dat is echter helemaal geen spaarpotje. Die 4,6 miljard komt ook niet uitsluitend voort uit de verkopen van overtollig materieel, zoals de organisatoren van de Vlaamse Vredesweek beweren. Het omvat een zevental posten. De twee voornaamste zijn de terugbetaling door de Verenigde Naties van kosten 1,7 miljard voorgeschoten door landsverdediging in het kader van de humanitaire operaties en de opbrengsten 1,5 miljard frank van de verkoop van overtollig materieel. Het gebruik van de opbrengsten van deze verkopen voor bijkomende investeringen is door de wet toegestaan in het kader van de lopende herstructurering. Deze extra middelen zijn nu bestemd voor de vredesoperaties, namelijk voor de aankoop van 54 gepantserde voertuigen. De waarheid is dat Defensie geld te weinig heeft. Landsverdediging loopt op de toppen van de tenen om budgettair rond te komen. De begroting van Landsverdediging is immers de enige die sinds 1993 bevroren is. Dat betekent concreet dat Defensie de jongste jaren 15 miljard frank inleverde. Daarbovenop komen de vier miljard extra uitgaven in het kader van de operaties in het buitenland. Dit, gecombineerd met een gevoelige stijging van de personeelskosten van het beroepsleger, maakt dat het deel voor investeringen de elementaire behoeften niet dekt. Waar de verhouding tussen de kosten voor personeel, werking en investeringen vroeger 50 - 25 - 25 was, bedraagt die nu 59 - 23 - 18. Als het huidige begrotingsbeleid wordt aangehouden, zijn over enkele jaren geen investeringen meer mogelijk. Het leger kan dan zijn taken niet meer uitvoeren of zal het moeten doen met aftands materieel. Met alle gevolgen die daaraan zijn verbonden op het stuk van de veiligheid van het personeel.? FRANKLIN DE VRIEZE Het leger wil meer geld, terwijl het 4,6 miljard frank van de beschikbare middelen niet gebruikt. Dat zegt Franklin De Vrieze, stafmedewerker Pax Christi Vlaanderen, één van de initiatiefnemers van de Vlaamse Vredesweek die actie voert tegen de verhoging van het defensiebudget.?Sinds maanden pleit het Belgische leger voor tien miljard frank extra per jaar plus een jaarlijkse indexering. Ook zou snel moeten beslist worden over de modernisering van 42 F16's en de aankoop van een nieuw antitanksysteem, wat nog eens meer dan tien miljard zou kosten. Het Rekenhof van zijn kant zegt dat Defensie 4,6 miljard niet gebruikt. Waar komt dat geld vandaan ? Defensie beschikt over een vaste begroting per jaar. Niet-besteed geld gaat eind van het jaar terug naar de schatkist. Afgezien daarvan beurt Defensie extra inkomsten uit, bijvoorbeeld, de verkoop van overtollig legermateriaal en onroerende goederen. In 1995 was dat 3,9 miljard frank. Die extra inkomsten moeten besteed worden aan bepaalde aankopen, zoals een vliegnavigatiesysteem of anti-elektronische systemen voor de F16's. Wat overbleef, kon bewaard worden voor de volgende jaren. In de praktijk werden in 1995 nagenoeg alle aankopen met geld uit de vaste begroting betaald. Van de 3,9 miljard extra werd maar 441 miljoen gebruikt. De rest vormt met intresten en het saldo van vorige jaren een spaarpot van 4,6 miljard. Dat toont aan dat er een overschot is op de defensiebegroting. Daaruit kunnen we besluiten dat het budget zeker niet te laag ligt. Bovendien wijst het Rekenhof er terecht op dat Defensie een loopje neemt met de regeringsafspraken : niet-gebruikte middelen, die naar de schatkist terug moeten, worden onrechtmatig besteed. Het is bovendien een aanfluiting van elk goed beheer van de staatskas. Het Rekenhof weerlegt de stelling dat de aanpassing van het herstructureringsplan in november 1995 groen licht gaf voor de doorschuifoperatie. De vredesorganisaties dringen aan op een breed maatschappelijk debat over de toekomstige opdrachten van het Belgische leger. Dat debat moet gaan over de essentie : welke missies en welke taken kan het leger gezien de toenemende internationalisering op zich nemen ? Wij pleiten alleszins voor een actiever beleid in preventieve diplomatie en conflictbemiddeling.?