JA
...

JAJan Loones'Jaar na jaar blijven vooral jonge mensen sterven, of zijn ze levenslang verminkt, bij branden in feestgelegenheden zoals disco's, bioscopen, feesttenten, cafés. De reglementering op brandvoorkoming blijft totaal onvoldoende. In het bijzonder is er gebrek aan regelgeving rond gelegenheidsinrichting, zoals allerlei kerst- en eindejaarsversieringen. Niet alleen worden daarbij heel brandbare materialen gebruikt (verdroogd dennenhout, nylonstoffen), veelal worden er ook giftige materialen aangewend die schadelijke gassen produceren, waardoor bij de minste inademing luchtwegen en longen onherroepelijk worden aangetast. Ook het gebrek aan voldoende controle valt op. En de strafrechtelijke sanctionering schrikt niet genoeg af. Hieruit komt op flagrante wijze de noodzaak van 'homogene bevoegdheidspakketten' naar voren: het beleid op het vlak van brandbeveiliging is immers versnipperd over het federale, het gewestelijke en het lokale niveau. Ik vraag me dan ook af of de brandbeveiliging in België volstaat om een tweede Switel-geval te vermijden. Als volksvertegenwoordiger en gemeentelijk mandataris van de toeristische kustregio ben ik bijzonder bezorgd over de mogelijke uitwassen van onveilig feesten. Wanneer brandweercommandant Marc Vande Velde uit Sint-Niklaas beweert dat Volendam net zo goed hier had kunnen gebeuren, baart mij dat zorgen. Het probleem is dat je natuurlijk niet op draconische wijze alle brandbare spullen kan bannen. Indien een strenger beleid echter niet mogelijk is wegens de geringe controleerbaarheid, kan wel worden gewerkt aan een mentaliteitswijziging. Er valt ook te overwegen de middelen voor de gemeenten te verhogen. Zij staan immers dichter bij de bevolking en hebben dus meer mogelijkheden om aan sensibilisering te doen. Dat geldt in het bijzonder voor de brandweerkorpsen. Het uitvaardigen van duidelijke richtlijnen voor de brandweer zou al een eerste stap in de goede richting zijn. Ik hoop alleszins dat er voldoende overleg tussen de verschillende beleidsniveaus zal plaatsvinden. Het is voor de algemene veiligheid van de Belgische burger levensnoodzakelijk dat in deze materie de hete aardappel niet naar elkaar wordt doorgeschoven. In dat geval zou een bundeling van bepaalde bevoegdheden misschien geen slechte zaak zijn.'NEELaurent PanneelsDe overheid doet alles om de samenwerking tussen alle betrokkenen op het vlak van brandveiligheid te bevorderen. Dat zegt woordvoerder Laurent Panneels in naam van het ministerie van Binnenlandse Zaken. 'Brandpreventie geniet al jaren de aandacht van de overheid en is geregeld volgens de wet van 1979, gewijzigd in 1990. Volgens deze wet kunnen alle bestuursniveaus in ons land brandpreventienormen uitvaardigen. De minister van Binnenlandse Zaken vaardigt de basispreventienormen uit. Die gelden voor de verschillende categorieën gebouwen, ongeacht hun bestemming. Deze minimumnormen worden aangevuld met specifieke normen. Wanneer het om een federale aangelegenheid gaat, legt de minister de bijkomende normen zelf op. Bij persoonsgebonden aangelegenheden, zoals ziekenhuizen of bejaardentehuizen, doen de gemeenschappen en/of gewesten dat. Bij de vermelde wet werd ook de Hoge Raad voor Beveiliging tegen Brand en Ontploffing opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van de overheid (ook van de Gemeenschappen en Gewesten) en de privé-sector. Daarnaast bestaat er ook een Veiligheidsfonds, dat financiële middelen ter beschikking stelt voor wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. Na de Switel-brand werd zo een informatiecampagne voor het grote publiek opgezet met onder meer raadgevingen voor het veilige gebruik van kerstbomen en kerstversiering. De regelgeving maakt het dus niet mogelijk dat de verantwoordelijkheid van het ene niveau naar het andere wordt doorgeschoven. Heel belangrijk bij de brandpreventie is evenwel de controle en de opvolging ervan, die tot de opdracht van de openbare brandweerdiensten behoren. De beste preventie is maar mogelijk als alle betrokkenen samenwerken en de gegevens inzake wetgeving, reglementering en controles permanent uitwisselen en bijwerken. Binnenlandse Zaken spaart moeite noch tijd om deze samenwerking te bevorderen. Met het oog op een verbetering van de preventie wordt sedert de brand in de Mont Blanc-tunnel en de ramp in Enschede een versnelde evaluatie opgemaakt. De uitgevaardigde normen op de diverse niveaus, de manier waarop de controles worden uitgevoerd en het doorstromen van de gegevens naar de mensen en diensten op het terrein worden hierbij doorgelicht. Dat werk kan uitmonden in het opstellen van een basiskader dat ongetwijfeld tot een nog betere preventie van brand en ontploffing moet bijdragen.'Opgetekend door Gerry Meeuwssen