In de 17de eeuw waren aderlatingen de standaardbehandeling voor alle mogelijke kwalen: men sneed in een bloedvat en tapte wat bloed af. Soms sneed men helaas te diep en b...

In de 17de eeuw waren aderlatingen de standaardbehandeling voor alle mogelijke kwalen: men sneed in een bloedvat en tapte wat bloed af. Soms sneed men helaas te diep en bloedde de patiënt dood. Bloedzuigers boden een meer verfijnde manier om bloed af te tappen. Deze wormachtige verwanten van de regenworm hebben zuignappen aan beide uiteinden. Ze zuigen zich vast en voeden zich met bloed van dier en mens. Om te voorkomen dat het bloed stolt, geven ze stoffen af die het stollen tegengaan (zoals hirudine). De bloedzuigertherapie (een vorm van aderlaten) is lang verlaten, maar toch zijn vandaag nog zogenaamde hirudotherapeuten actief die mensen met bloedzuigers behandelen tegen allerhande kwalen. Aan een aantal van de stoffen die ze vrijgeven, worden allerlei geneeskrachtige eigenschappen toegedicht, waarvoor het bewijs grotendeels ontbreekt.