Bert De Graeve: Mijn opmerkingen over de persconcentratie in Vlaanderen waren maar een onderdeeltje van mijn nieuwjaarstoespraak. Hoewel de rest van mijn toespraak in de VRT-context minstens even relevant was, hebben alle reacties zich daarop toegespitst.
...

Bert De Graeve: Mijn opmerkingen over de persconcentratie in Vlaanderen waren maar een onderdeeltje van mijn nieuwjaarstoespraak. Hoewel de rest van mijn toespraak in de VRT-context minstens even relevant was, hebben alle reacties zich daarop toegespitst. Ik heb alleen een aantal definities gegeven van wat mediaconcentraties zijn. De naam van Christian Van Thillo is nooit gevallen. Waarom ook?De Persgroep is geen eenmansvennootschap. Er is daar, net als bij de VRT, een raad van bestuur met mensen die samenwerken en zorgen dat er resultaten worden geboekt. En die resultaten zijn er.Ik heb dus geen enkel probleem in mijn contacten met Christian Van Thillo. Laat dat duidelijk zijn.De Graeve: Ik praat vaker met Van Thillo dan ik dat de afgelopen vijf jaar met Thomas Leysen van de VUM heb gedaan. Ik heb meer contact met Van Thillo, omdat hij voor mij een belangrijke mede- of tegenspeler is - dat laatste hangt af van de omstandigheden. En zo werden er in het verleden tal van zaken opgelost, omdat wij daar samen aan werkten. Er is wellicht niemand aan wie we de jongste tijd meer voorstellen tot samenwerking hebben gedaan dan Christian Van Thillo en de Vlaamse Mediamaatschappij (VMM). En ik stuur hem die voorstellen persoonlijk, om er zeker van te zijn dat ze bij de juiste man terechtkomen en om duidelijk te maken dat ik me er persoonlijk voor engageer. Die voorstellen passen bovendien in de visie die samen met minister van Media Dirk Van Mechelen (VLD) werd ontwikkeld over de weg die we op willen met de audiovisuele media. Niet in de zin van concentratievorming, maar om zware investeringsplatformen te delen. Christian Van Thillo en VMM zijn, ook al blijven ze concurrenten, potentiële partners.Die visie van de Vlaamse overheid staat op papier. Minister Van Mechelen heeft ze in zijn beleidsnota opgenomen en ze staat bovendien in de beheersovereenkomst met de VRT.Van een persoonlijke oorlog is dus geen sprake - al lees ik daarover de waanzinnigste beweringen. Het gesprek moet worden teruggebracht naar een zo neutraal mogelijk terrein. Want daar zijn we de voorbije dagen en weken niet eens toe gekomen. Ik denk dat slechts één krant de slides publiceerde die de basis vormen van het debat dat de afgelopen tien jaar in Europa werd gevoerd. De Graeve: Het begon tien jaar geleden met een zogenaamd groen boek - we zijn nu in 2002 - en met de vraag hoe we de kwestie van de mediaconcentraties willen benaderen. Het gaat daarbij om twee cruciale gegevens: het bereik van het publiek en de positie bij het verwerven van inkomsten. Dat heb ik in verband gebracht met de huidige Vlaamse situatie. Niet eens agressief, want ik heb zelfs, in het geval van Roularta, de huis-aan-huis-bladen niet in aanmerking genomen. Want die zijn dan wel relevant voor de advertentiewereld, maar minder voor de opiniëring en het bereik van het publiek. Wij willen graag praten over de persconcentratie, want er dreigen problemen te ontstaan. En eigenlijk dacht ik dat ook De Persgroep kon instemmen met zo'n gesprek. Want telkens wanneer De Persgroep een stap wil zetten, wordt die afgeblokt. Waarom? Dat is niet altijd evident. Desnoods halen ze het katholieke geloof erbij om een samenwerking met Van Thillo tegen te gaan.Hoe dan ook, Van Thillo en De Persgroep werden in het verleden geconfronteerd met limieten die nergens gedefinieerd staan, maar die vaak wel de doorslag geven.De Graeve: ... en De Financieel-Economische Tijd, en de Gazet van Antwerpen. Telkens doken daar limieten op, nergens gedefinieerd, nergens gecontroleerd, niet gerechtvaardigd, maar die toch doorslaggevend bleken. Sommigen slagen erin op zulke momenten krachten of groepen te mobiliseren om die plannen te doorkruisen. Dat kan dus niet. Mogen we daarover dan geen gesprek beginnen? In de ons omringende landen hebben ze dat debat al gevoerd en werden wetten uitgewerkt. Europa heeft al definities naar voren geschoven en maatregelen gesuggereerd. Er is daar schitterend studiewerk geleverd. Alleen doen we in Vlaanderen - niet alleen politici, maar ook academici - alsof dat allemaal niet bestaat.De Graeve: Er zijn drie soorten concentratievorming die Europees in acht worden genomen. Er is de horizontale concentratie - dat is bijvoorbeeld een groep die over verschillende tv-stations beschikt, maar die zich beperkt tot de televisiemarkt. Dan is er de verticale integratie met groepen die alle diensten aanbieden, van telefonie tot het verwerven van rechten. Ten slotte de diagonale concentratie met de groepen die op alle mediaterreinen een dominante of belangrijke positie innemen. Het is bij die laatste concentratievorm dat wij de meeste vragen stellen. Er is in België ook maar één mediagroep die op elk terrein zo'n doorslaggevende positie heeft: De Persgroep. Dat speelt minder voor Roularta, dat wel relatief sterk staat in opiniemagazines, maar niet aanwezig is op de krantenmarkt. Zowel in televisie als radio wekt Roularta bij VMM de indruk niet meteen betrokken te zijn bij het dagelijkse beleid. Wat veeleer op een passieve participatie duidt.De Graeve: De Europese Commissie laat toe dat je tegen concentratievorming optreedt op nationaal niveau - zeker in de media, omdat die meer zijn dan een economisch gegeven. Zo'n optreden wordt bovendien gelegitimeerd door het nationale, en zelfs het regionale belang. Er is het licence share-systeem, van toepassing in Spanje, waarbij je niet meer dan een bepaald aantal licenties mag binnenhalen. Er is een revenue share-model, zoals in Italië, waarbij je niet meer dan een bepaald aantal inkomsten mag hebben. In Frankrijk hebben ze dan weer het percentage in het aandelenkapitaal ingeperkt. En in Duitsland hebben ze hoofdzakelijk een audience share-model, met zeer strenge limieten voor informatiezenders. Wat de verticale concentratie betreft, verschilt de situatie in Europa sterk van land tot land. Wij in Vlaanderen denken dat de verticale integratie, zeker met de aankomende digitalisering, absoluut noodzakelijk is om te overleven. Daarom zijn we bereid de infrastructuur die we nu uitbouwen open te stellen voor andere omroepen. Vandaar ook onze voorstellen om met andere Vlaamse media samen te werken. Daar wordt dan het nationale belang ingeroepen om verticaal te mogen concentreren, maar dan wel onder democratische controle, in een publieke omgeving.Voor de diagonale concentratie heeft de Europese Commissie maatregelen voorgesteld die tamelijk ver gaan. Zo stelt ze voor dat de audience shares worden opgeteld. Neem een groep met een positie van 35 procent in televisie, 30 procent in de print, en 2 procent in de radio. Dat maakt samen 67 procent. Dat cijfer wordt in dit geval gedeeld door 3, wat neerkomt op een gemiddelde positie van bijna 23 procent. Volgens het voorstel van commissaris Mario Monti mag dat gemiddelde niet hoger liggen dan 10 procent. De Graeve: Ongetwijfeld moeten we dit percentage bekijken naargelang van de markt. Met welke concentratie houden we rekening? Met die op het infrastructurele niveau, zoals het drukwerk? Daar is op zich geen probleem mee. Of met die op het redactionele niveau? Dat laatste is uiteraard belangrijk, zeker voor de opinievorming. Ook belangrijk is de economische concentratie. In Vlaanderen haalt VMM op dit moment 80 procent uit onze commerciële televisiemarkt. En dat is buitenmaats. Op die manier worden andere concurrenten haast uit de markt geduwd en wordt de sterkste speler almaar sterker.De Graeve: Er zijn buitenlandse voorbeelden en die moeten we dan vergelijken met de Belgische situatie. Dit is geen ideologische discussie, maar een democratisch debat dat in alle openheid moet worden gevoerd, los van de personen en organisaties die ermee gemoeid zijn. En daarbij moet worden gekeken naar de economische realiteit. Als het Vlaams parlement het belangrijk vindt dat Vlaamse media in Vlaamse handen blijven door bijvoorbeeld een concentratie van honderd procent toe te laten, dan is dat een democratische beslissing. In dat geval zal ik mij daarbij moeten neerleggen - of mijn conclusies trekken.Maar in Vlaanderen komt er pas een debat als iemand de knuppel in het hoenderhok gooit. Wat nu is gebeurd. Misschien waren de boodschap en de getoonde cijfers voor sommigen een schok. Maar niemand, geen enkele commentator, heeft die cijfers besproken.Ik stel voor dat we dit nu even laten rusten en dan de lijnen voor een echt mediadebat uitzetten. Er komt nu een gunstige periode. Geen van de persgroepen bereidt een beursgang voor. Het economische tij lijkt wat te keren. Het beheerscontract van de VRT ligt vast. En we ontsnappen toch niet aan deze discussie, ook niet zonder Guy Peeters en Bert De Graeve.De Graeve: Zeer vaak - zeker tot voor kort - werden de zaken voornamelijk vanuit een economische invalshoek bekeken. De Europese Commissie houdt zich inderdaad ver van een confrontatie met die groepen. De Raad van Europa gaat dan weer verder in zijn aanbevelingen. Sommige lidstaten volgen haar daarin en hebben allerlei drempels ingebouwd. In Duitsland werd voor de toepassing ervan tot op het niveau van de Länder gegaan. Want wat is een relevante markt? Is televisie een afzonderlijke markt? Is radio een afzonderlijke markt? Is Vlaanderen een markt? Of is België een markt? De Europese Commissie neemt daar posities in die wij telkens zullen moeten vertalen naar onze situatie: die van een klein landje met twee regio's.Een vraag die we wel kunnen opwerpen - wat aantoont dat ik niet met modder wil gooien - is deze: kan een Vlaamse mediagroep nog de ambitie hebben om internationaal te groeien? Kunnen we bepalen wat de voorwaarden daarvoor zijn, en nagaan of die al dan niet in strijd zijn met het model van concentratie dat we democratisch aanvaardbaar achten? Welke prijs willen we betalen voor een economische groei buitengaats?Als De Persgroep naar het buitenland wil groeien, dan moeten we kunnen toegeven dat hij slechts een dwerg is in vergelijking met de grote Nederlandse groepen en dat die buitenlandse groei dus niet vanzelfsprekend is. Maar dat geldt zeker voor de andere Vlaamse groepen die in de verdrukking komen als die ene groep te dominant wordt. Laten we daarom aan tafel gaan zitten; politici en academici die dat wetenschappelijk moeten onderbouwen. Er is voldoende kennis aanwezig. Laten we die gebruiken.De Graeve: Het drama is dat de politiek de media zo belangrijk vindt, maar vanuit een verkeerde motivatie. Media zijn zo belangrijk voor de opiniëring dat je voor bescherming en pluriformiteit moet zorgen. Het doel van de politiek is het uitstippelen van een beleid, van een visie op termijn die rekening houdt met de economische, sociale, culturele en democratische realiteit. Dat vergt guts. Maar wijst het feit dat de politiek er niet aan durft te raken er niet precies op dat er een probleem bestaat? Het is ook niet gezond dat in de top-100 van de mensen die als machthebbers worden beschouwd, twee mediabazen, onder wie een van de openbare omroep, in de top-10 prijken. Dat beeld moet dringend worden gecorrigeerd.De Graeve: Als de politiek haar rol niet opneemt, dan moet de pers het zelf maar doen. Want men stelt toch vast dat er allerhande drempels ingebouwd zijn, zoals bij de poging tot overname van De Tijd. Alleen bestaan daar geen regels over. De Graeve: Dat is inderdaad een heel belangrijk gegeven. Wat aantoont dat deze kwestie ook op redactioneel niveau leeft. Het zou toch mooi zijn mochten we over alle partijen heen tot een consensus komen. Is daar geen mogelijkheid om een platform te creëren waarop we samen, weliswaar niet concurrerend, optreden? De vorming van de drukkerijgroep Mercator Printing is toch zo'n poging? De Graeve: Precies. Wat opnieuw aantoont dat er redenen kunnen zijn om bepaalde types van economische concentratie te dulden. De Graeve: Da's mijn grote frustratie, omdat ik de indruk heb dat daar onvoldoende onderling vertrouwen voor bestaat. De Graeve: Omdat die Nederlandse krantengroep niet aanwezig is in de audiovisuele media. Terwijl bij ons die verstrengeling compleet is, van televisie over radio en kranten tot tijdschriften. Nederland is ook niet het beste model voor een vergelijking. Want de audiovisuele media zijn daar op een andere leest geschoeid, niet vergelijkbaar met de onze. Let wel, ik ben geen doemdenker. Ik ben trouwens heel opgetogen over de kwaliteit van het televisieaanbod in Vlaanderen. Ook de commerciële omroep levert voortreffelijk werk. Je moet maar naar de buitenlandse voorbeelden kijken om het verschil te merken.De Graeve: Die cijfers kloppen niet. De VRT alleen al bereikt per dag 1,5 miljoen mensen. Het nieuwsaanbod is zoveel groter dan vroeger. Je kan dat debat niet reduceren tot de kijkcijfers van het journaal van 7 uur. Er is nu een groot nieuwsaanbod op de populaire radiostations. Ik ben het er ook niet mee eens dat er nu minder buitenlands nieuws is dan vroeger. Er is veel méér buitenlands nieuws, alleen wordt het anders gepresenteerd. De Graeve: Wij bereiken met onze journaals bijna alle Vlamingen. Radio Donna alleen al brengt per dag 28 nieuwsbulletins. Die worden nu gepresenteerd op een verteerbare manier. We stellen zelfs vast dat mensen 's nachts de nieuwsuitzendingen bekijken die in de lus zitten. Terwijl ze in de loop van de dag toch het radionieuws hebben gehoord, kranten hebben gelezen. Alleen sommige puristen hebben het daar lastig mee. Ik las ergens dat Luk Alloo zegt: 'Ik wil het Nederlandse nieuws.' Ja, ik dus niet, hè. Toch niet als ik twaalf uur per dag heb gewerkt. Dan wil ik de actualiteit toch wat aantrekkelijker geserveerd krijgen. De Graeve: Dat heeft te maken met maatschappelijk engagement. Het is niet omdat we gedepolitiseerd zijn, dat ik geen maatschappijvisie meer mag hebben. Integendeel. Je staat hier voor een publieke dienstverlening. Waar moet zo'n publieke omroep voor staan? Hoe vul je dat in? De rijkdom van Vlaanderen is die culturele identiteit, hoe je die ook wil definiëren. We mogen dat niet te grabbel gooien.Vandaar mijn geloof in de opdracht van de openbare omroep. We moeten de mensen tegen een redelijke prijs - in Vlaanderen bedraagt die 10 eurocent, zeg maar 5 frank, per dag - een degelijke toegang tot alle mogelijke informatie garanderen. En de Vlaming komt hier zeker niet bedrogen uit.Hubert van Humbeeck, Rik Van Cauwelaert'Christian Van Thillo en VMM zijn, ook al blijven ze concurrenten, potentiële partners.''Als de politiek haar rol niet opneemt, dan moet de pers het zelf maar doen.''Ik ben heel opgetogen over de kwaliteit van het televisieaanbod in Vlaanderen.'