Een aantal kranten hekelde vorige week de journalistieke aanpak van de Waalse bladen La Dernière Heure en La Nouvelle Gazette. De kritiek klonk soms wat vals.
...

Een aantal kranten hekelde vorige week de journalistieke aanpak van de Waalse bladen La Dernière Heure en La Nouvelle Gazette. De kritiek klonk soms wat vals.?Twee Franstalige kranten hebben gemeend, in het beste geval uit imbeciliteit, in het slechtste geval met het oogmerk Neufchâteau te saboteren, toch een belangrijk informatiekanaal van Neufchâteau te moeten verbranden (...) Dit is misdadige journalistiek, die potentieel mensenlevens in gevaar heeft gebracht.? Zo schreef Yves Desmet, de hoofdredacteur van De Morgen, op vrijdag 17 januari. Paul Van Den Driessche, zijn collega van Het Nieuwsblad, met wie volgens Desmet een afspraak is gemaakt ?om vrijwillig onze primeurs over Neufchâteau te laten schieten en om in overleg samen tot publicatie over te gaan wanneer de tijd daarvoor rijp zou zijn,? had het dezelfde dag in zijn krant over ?het stelletje hufters dat zich, gehuld in de huid van journalist, meent alles te kunnen permitteren (...) De minachting voor dit journaille is bepaald groot.? La Nouvelle Gazette en La Dernière Heure werden op de korrel genomen omdat zij daags tevoren het zogenaamd embargo van de procureur des konings van Neufchâteau Michel Bourlet hadden geschonden. La Nouvelle Gazette schreef op donderdag 16 januari dat de graafwerken op het verlaten mijnterrein in Jumet niets vandoen hebben met het onderzoek naar Marc Dutroux, maar alles met de verklaringen van een pedofiel, ?un certain F.?, aan een medegevangene in Namen. De krant merkt verder op dat Dutroux door het onderzoeksteam als ?couverture? werd gebruikt en dat hij, naar eigen zeggen, nooit iets of iemand in Jumet verborg. Ook La Dernière Heure relativeerde enkele verdenkingen waarmee de onderzoekers van Neufchâteau Dutroux overladen. De krant stelde de vraag of de ondergrondse bergplaatsen, die sinds 13 december 1996 in Jumet gezocht worden, niet veeleer te maken hebben met ?un autre pédophile notoire et dangereux, actuellement en prison, et dont le nom Guy Focant revient dans les dossiers annexes ??Dat stond er. Niet meer en niet minder. Maar zeker minder dan De Morgen zelf al eerder uitbazuinde. De graafwerken waren pas begonnen of De Morgen schreef op 14 december 1996 : ?De actie van gisteren was al geruime tijd gepland. Aanleiding waren de verklaringen van een gedetineerde die momenteel een zware straf uitzit wegens pedofiele feiten (...) De man noemde namen van minstens twee slachtoffers (...) Hij leverde ook materiële bewijzen van wat er zich in Jumet precies heeft afgespeeld.? Op 28 december zette dezelfde krant uiteen hoe nieuwe belastende getuigenissen zich opstapelden tegen Michel Nihoul, een van de hoofdverdachten indien niet een spilfiguur in het Dutroux-onderzoek. En, schreef De Morgen op 28 december : ?Het gaat om Guy Focant, een 62-jarige pedofiel, die in februari van dit jaar door de rechtbank van Huy veroordeeld werd tot vijf jaar cel wegens zedenfeiten met jongeren van twaalf tot achttien jaar (...) Toch legde een van de vijf slachtoffers van Focant een belastende verklaring af tegen Nihoul die hem ooit geleend zou hebben voor seksspelletjes.? VECHTEN OP VIJF FRONTENDe verontwaardigde hoofdredacteurs hadden dus beter moeten weten. Zo ook het onderzoeksteam van Neufchâteau. Een embargo kan niet bekomen worden met een nietszeggend telexbericht maar heeft slechts zin als de autoriteit of de bron, die bepaalde feiten wil verzwegen zien, de betrokken journalisten en/of hoofdredacteurs terdege uitlegt waarom zij verzocht worden tijdelijk aan hun informatie-opdracht te verzaken. Er zijn immers de rechten van de verdediging waarop ook Dutroux recht heeft , er is het recht op informatie en er is het al even relatieve geheim van het onderzoek. Op 18 december meldde Knack dat de nieuwe graafwerken, die de vrijdag voordien in Jumet begonnen waren, verband hielden ?met een van de gerechtsdossiers waarin naar een mogelijke samenhang gezocht wordt met de dossiers 86 en 87 over seriemisdadiger Marc Dutroux en de zijnen. Van een veroordeelde pedofiel is onlangs vernomen hoe een bij het gerecht bekende man destijds in een van de oude mijngangen van Jumet kinderlijkjes zou begraven hebben (...) Er wordt in eerste instantie gedacht aan twee van de nog vermiste kinderen (...) Dit betekent echter nog niet dat de bende kinderschenners meedraaide in een wijdvertakt netwerk, waarvan sprake is in de vooralsnog connexe dossiers 109 en volgende. Daarin worden uiterst behoedzaam afzonderlijke maar gelijkluidende getuigenissen genoteerd van jonge mensen. Die werden vanaf hun prille kinderjaren, al dan niet met de medeplichtigheid van hun ouders, overgeleverd aan en gruwelijk misbruikt door vaak notoire burgers, die zich tijdens intieme feestjes her en der in het land ontpopten tot volgelingen van markies de Sade.? Uitvoeriger moest daarover toen niet bericht worden, al had (alweer) De Morgen een aantal betrokkenen al op 11 oktober gealarmeerd. De krant onthulde toen hoe het gerecht van Neufchâteau bewijzen verzamelde over ?een goed georganiseerd gruwelnetwerk van kinderprostitutie? en dat ?getuigen recent ook namen genoemd hebben van vooraanstaande figuren uit de justitie, het zakenleven en de politiek die de voorbije jaren in het netwerk meedraaiden.? Op die manier krijgt Bourlets onderzoeksteam niet alleen te kampen met kwaadwillige lekken, maar vecht het nog op vier andere fronten. Er is allereerst dat van Dutroux en de zijnen met vooral Nihoul en de protectie, die sommigen mogelijk bij het gerecht van Charleroi en Brussel genoten. Dan zijn er hogervermelde (onrechtstreekse) verklaringen van en over Focant, die op hun beurt in verband kunnen gebracht worden met Nihouls (geperverteerde ?) seksfuivers. Daarnaast zijn er de aanwijzingen, die gevonden werden bij Dutroux' vermoorde kompaan Bernard Weinstein en die alvast op 21 december tot enkele huiszoekingen in satanische kringen leidden. En uiteindelijk zijn er de slachtoffers die tijdens de voorbije maanden voor het eerst gingen uiteenzetten hoe zij sinds hun prille kinderjaren op systematische en gruwelijke wijze werden misbruikt en gefolterd. Zoals hier op 1 januari werd geschreven, kunnen ?loslippigheden niet alleen de eigenlijke Dutroux-onderzoeksdaden hypothekeren.? F.D.M.