Het was in januari van dit jaar dat de wereldpers meekeek hoe in hoofdstad Denver van de Amerikaanse staat Colorado de eerste ounce (28 gram) cannabis voor zo'n 200 euro legaal over de toonbank ging. Een unicum voor de Verenigde Staten, nota bene het land dat bekendstaat om de stringente war on drugs.
...

Het was in januari van dit jaar dat de wereldpers meekeek hoe in hoofdstad Denver van de Amerikaanse staat Colorado de eerste ounce (28 gram) cannabis voor zo'n 200 euro legaal over de toonbank ging. Een unicum voor de Verenigde Staten, nota bene het land dat bekendstaat om de stringente war on drugs. Nu, zes maanden later, stemt het 'grote, groene experiment' tot tevredenheid in de staat die het theater vormt van de machtige Rocky Mountains. De criminaliteit in de hoofdstad is met 10,6 procent gedaald in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder, het aantal moorden is zelfs gehalveerd en voertuigdiefstal is met een derde afgenomen. Voornaamste oorzaak: de politie hoeft zich niet meer met softdrugs bezig te houden en kan zich op belangrijker zaken storten. Onderwijl kijkt gouverneur John Hickenlooper van Colorado handenwrijvend toe hoe de staatskas langzaam volstroomt met tientallen miljoenen dollars aan wietbelasting. Hij beloofde de inwoners van Colorado met de eerste opbrengsten nieuwe scholen te bouwen, mits ze zouden instemmen met legalisering. Dat deden ze graag: 55 procent stemde voor Amendment 64. Denver, een stad met 634.000 inwoners, telt nu tegen de tweehonderd wietdistributiepunten - meer dan alle vestigingen van Starbucks en McDonald's bij elkaar opgeteld. Ze zijn veelal herkenbaar aan een groen kruis aan de gevel en ze zijn nu al een vast onderdeel van het gewone leven. Coffeeshops bestaan er niet, marihuanagebruik is alleen thuis toegestaan. Iedereen van 21 jaar en ouder mag er op vertoon van een identiteitsbewijs legaal marihuana kopen. En wat ze in Colorado voor elkaar kregen, dat willen ze nu ook elders in de VS. In de ene staat zijn de plannen concreter dan in de andere. De staat Washington stemde gelijktijdig met Colorado in met eenzelfde beleid, de praktische invoering ervan neemt echter meer tijd in beslag. Kiezers in Alaska en waarschijnlijk ook Oregon gaan nog komend najaar naar de stembus om zich uit te spreken over de vraag of ze de verkoop van recreatieve cannabis in wietwinkels toestaan. In het land waar inmiddels in 23 van de 50 staten medicinaal cannabisgebruik bij de wet is toegestaan, bestaan in nog een stuk of zes andere staten initiatieven voor commerciële wietverkoop. Zoals in Nevada, Arizona en Californië, waar pleitbezorgers hopen dat het nieuwe beleid nog in 2016 - het jaar dat Barack Obama afzwaait als president - zal zijn doorgevoerd. Wat is er toch aan de hand, in het land waar de helft van de gedetineerden nota bene vanwege een aan drugs gerelateerd delict achter de tralies zit? In liefst veertig staten zijn sinds 2009 antidrugswetten versoepeld, blijkt uit recent onderzoek van Pew Research. In achttien staten en het District of Columbia (D.C.) zijn dit jaar wetsvoorstellen aangenomen die wiet gelijkstellen aan alcoholgebruik. En komend najaar is in zeventien staten het bezit van een beperkte hoeveelheid marihuana niet meer strafbaar. Openbaar aanklagers in andere staten hebben al gezegd dat ze zich voortaan willen richten op echte misdaden en cannabiszaken laten voor wat ze zijn. Wie nu in het openbaar een stickie rookt, krijgt in grote delen van de VS hooguit nog een boete. Alsof het een verkeersovertreding is. Het sluit niet geheel toevallig aan bij het streven van minister van Justitie Eric Holder om de gevangenispopulatie uit te dunnen. Dat de Verenigde Staten een cultuuromslag doormaken, werd vorig jaar zonneklaar in een veel aangehaalde enquête door peilbureau Gallup: 58 procent van de Amerikanen is voorstander van het legaliseren van cannabis, 39 procent is tegen. Het contrast met de eerste peiling, in 1969, is enorm: toen was maar 12 procent voor legalisering. En nog maar tien jaar geleden was dat percentage nog 34. Wanneer precies de omslag kwam, weet Ethan Nadelmann ook niet. Was het nadat drie achtereenvolgende presidenten er geen geheim van maakten dat ze weleens een jointje hadden gebruikt? 'Clinton zei nog dat hij niet had geïnhaleerd. Bush ontkende, maar zijn beste vriend bevestigde het. Toen Obama de vraag kreeg of hij weleens had geïnhaleerd, zei hij: "Natuurlijk, dat is toch het hele idee erachter?" Met zo'n enorme grijns erbij.' Nadelmann geldt als een van de voornaamste pleitbezorgers van legalisering van cannabis in de Verenigde Staten. Hij is oprichter en directeur van de in New York gevestigde Drug Policy Alliance, die al jarenlang alternatieven aanreikt voor de war on drugs die nog altijd in aanzienlijke delen van de VS woedt. De Princetonprofessor vergelijkt de cultuuromslag met het homohuwelijk. Ook dat werd lange tijd in de VS voor onmogelijk gehouden, terwijl afzonderlijke staten nu in toenemende mate het verbond tussen twee mensen van hetzelfde geslacht toestaan. Een andere factor is volgens Nadelmann dat veel jongeren de afgelopen decennia weleens een jointje hebben gerookt, maar dat van de huidige jeugd de ouders óók hebben gerookt. 'Er zijn nu miljoenen Amerikaanse ouders die weten wat het inhoudt om een joint te roken, zonder dat ze drugsverslaafde werden. Het blijkt ook uit enquêtes, waarin zelfs de soccer moms aangeven dat ze liever zien dat de politie jacht maakt op echte criminelen in plaats van veel tijd en energie te steken in de arrestatie van een paar kinderen die een voorraadje marihuana bij zich hebben.' Nadelmann wijst erop dat het imago van de cannabisgebruikers zeker door toedoen van het gebruik van medicinale wiet aanzienlijk is gewijzigd. 'Cannabisgebruik past hier allang niet meer in de schimmige hoek van punkers of skaters. Het imago is flink veranderd. Nu zijn het vrouwen van middelbare leeftijd die marihuana gebruiken om pijn na chemotherapie te bestrijden, of vanwege rugpijn of omdat ze MS hebben.' Ook het bedrijfsleven spint garen bij de legalisatie. In Colorado en de staat Washington wordt gesproken van het groene goud, de Amerikaanse cannabismarkt is een miljardenbusiness. Alleen al in Colorado wordt de jaaromzet in de industrie op meer dan een half miljard dollar per jaar geschat, voor heel de VS komt het dit jaar op naar schatting 2,5 miljard omzet. Hoe meer staten cannabis legaliseren, hoe sneller de markt in omvang zal toenemen. Maar er is ook verzet. In de staat Florida is een initiatief voor medicinaal gebruik ophanden. Dat wordt interessant, omdat het de eerste staat in het conservatieve zuiden is die om zou kunnen gaan. Een extra hobbel daar is dat bij een volksraadpleging niet een meerderheid volstaat, maar dat 60 procent van de stemmers akkoord dient te gaan met invoering. De oppositie is er fel en dat niet alleen: de tegenstanders beschikken over veel geld. De rechtse Republikein Sheldon Adelson (80), met een vermogen van 37 miljard dollar (27 miljard euro) de op zeven na rijkste man ter wereld, heeft zich bij dat kamp gevoegd en doneerde meteen 2,5 miljoen dollar. Toch lijken de Verenigde Staten goeddeels om, ondanks de zuidelijke tegenstand. Wiet zit al lang niet meer in het verdomhoekje, ouders en zelfs de president zijn het erover eens dat er ergere dingen in het leven zijn dan een jointje roken. En er valt bovendien grof geld mee te verdienen, waarvan de burgers via belastingen nog eens flink meeprofiteren. DOOR STIJN HUSTINX IN NEW YORKWie nu in het openbaar een stickie rookt, krijgt in grote delen van de VS hooguit nog een boete. Alsof het een verkeersover--treding is.